Vruchtgebruik eindigt bij overlijden laatste vruchtgebruiker

Dit voorbeeld gaat uit van de situatie waarin het vruchtgebruik of de periodieke uitkering afhangt van het leven van 2 of meer personen. Het vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker die als laatste sterft.

Jaap (86 jaar) en Frits (76 jaar) krijgen samen het vruchtgebruik van een spaartegoed van € 100.000.

U berekent de waarde van het vruchtgebruik en de blote eigendom op de volgende manier:

Stap 1

6% rekenrente van € 100.000 = € 6.000.

Stap 2

In deze situatie trekt u van de leeftijd van de jongste vruchtgebruiker (Frits, 76 jaar) 5 jaar af. Dat is 71 jaar. De factor in tabel 1 bij de leeftijd van 71 jaar is 7.

Stap 3

€ 6.000 x factor 7 = € 42.000. Dit is de waarde van het vruchtgebruik. Jaap en Frits moeten ieder erfbelasting betalen over de helft van € 42.000 = € 21.000.

Stap 4

De waarde van de blote eigendom is (€ 100.000 - € 42.000) = € 58.000.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.