Werkelijke uitgaven voor vervoer

Bij de berekening van uw werkelijke uitgaven voor vervoer in een kalenderjaar kunt u de volgende kosten meetellen:

  • taxikosten
  • kosten voor openbaar vervoer
  • autokosten

    Bij autokosten gaat het om:
    • brandstofkosten
    • houderschapsbelasting
    • verzekeringspremie voor de auto
    • afschrijving
    • onderhoudskosten
    • parkeergelden
    • overige kosten, zoals kosten van de wasstraat

Voorbeeld berekening aftrekbare kosten

Uw werkelijke uitgaven voor vervoer waren in totaal € 2.000 aan autokosten. U reed 8.000 kilometer.

U berekent dan de kilometerprijs als volgt: deel het bedrag dat u uitgaf aan vervoerskosten door het aantal gereden kilometers. 

Dat is: € 2.000 gedeeld door 8.000 kilometer = 2000 / 8000 = € 0,25 per km.

Hebt u totaal 100 km gereden voor het vervoer van een zieke of invalide? Dan zijn uw aftrekbare kosten: het aantal gereden kilometers voor vervoer van de zieke of invalide maal de prijs per kilometer. 

Dat is: 100 km x € 0,25 = € 25.

Parkeergelden

De parkeergelden zijn al opgenomen in de autokosten. Die hebt u dus al meegenomen in de berekening van de werkelijke kilometerprijs van de auto. De parkeergelden die u hebt uitgegeven bij uw artsenbezoeken mag u dus niet nog een keer als extra kosten meerekenen.

 

 

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.