Lijfrente-uitkeringen bij een bank, beleggingsonderneming of beleggingsinstelling

Hebt u een geblokkeerde rekening bij een bank of beleggingsonderneming? Of een beleggingsrecht bij een beleggingsinstelling? Dan is deze rekening of dit beleggingsrecht alleen een lijfrente als de uitkering aan bepaalde voorwaarden voldoet. Welke voorwaarden dit zijn, is afhankelijk van het soort lijfrente:

Als sprake is van een lijfrente, mag u onder voorwaarden de betaalde lijfrentepremies aftrekken in uw belastingaangifte. Dat is dus voordelig. Maar op het moment dat de lijfrente tot uitkering komt, is deze wel belast. Lees meer hierover bij Wat is een lijfrente?

Oudedagsuitkering

Het gaat hierbij om periodieke uitkeringen die ingaan uiterlijk 5 jaar na het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt.

Gaan uw uitkeringen in vanaf het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt? Dan geldt de voorwaarde dat u de uitkeringen minimaal 20 jaar moet ontvangen.

Gaan uw uitkeringen eerder in dan het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt? Dan geldt de voorwaarde dat u de uitkeringen 20 jaar moet ontvangen, plus het aantal jaar dat de uitkeringen eerder ingaan.

Voorbeeld

U krijgt vanaf uw 63e jaar maandelijks een uitkering van € 1.000. U bereikt de AOW-leeftijd als u 67 jaar bent.

>Dan moet u uw maandelijkse periodieke uitkering minimaal 20 + 4 = 24 jaar ontvangen.

Tijdelijke oudedagsuitkering

Het gaat hierbij om periodieke uitkeringen die ingaan tussen het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt en de 5 jaar daarna. U krijgt bijvoorbeeld vanaf uw 68e jaar maandelijks een uitkering van € 1.000.

De volgende 2 voorwaarden gelden:

  • U moet de uitkeringen minimaal 5 jaar ontvangen.
  • Het jaarlijkse bedrag van de uitkeringen mag niet hoger zijn dan het maximale bedrag genoemd in onderstaande tabel. Is het jaarlijkse bedrag van de uitkeringen hoger? Dan moet u de uitkeringen minimaal 20 jaar ontvangen.
Tabel oudedagsuitkering bij bank, beleggingsonderneming of beleggingsinstelling

Jaar

Maximale uitkering

2020

€ 22.089

2019

€ 21.741

2018

€ 21.483

Nabestaandenuitkering

Het gaat hierbij om:

  • Periodieke uitkeringen voor uzelf, afkomstig van uw eigen oudedagsrekening. Dan geldt de voorwaarde dat de uitkeringen een looptijd moeten hebben van minimaal 5 jaar en ingaan binnen 6 maanden na het overlijden van uw (ex-)partner.
  • Periodieke uitkeringen die direct ingaan na uw overlijden
    Dan geldt de voorwaarde dat de uitkeringen een looptijd moeten hebben van minimaal 5 jaar.

U hebt een periodieke uitkering als u bijvoorbeeld maandelijks een uitkering krijgt van € 300.

Worden de uitkeringen gedaan aan uw ouders of aan uw kinderen en zijn uw kinderen ouder dan 30 jaar? Dan geldt de voorwaarde dat deze een looptijd moeten hebben van minimaal 20 jaar.

Worden de uitkeringen gedaan aan uw kinderen en zijn zij jonger dan 30 jaar? Dan geldt de voorwaarde dat deze een looptijd moeten hebben van minimaal 20 jaar. Of dat de uitkeringen stoppen als uw kind 30 jaar wordt. De looptijd van de uitkering is dan minimaal 5 jaar en maximaal het aantal jaren dat uw kind op het moment dat de uitkeringen ingaan, jonger is dan 30 jaar.

Wat geldt voor uitkeringen aan uw kinderen geldt ook voor een uitkering aan uw broers, zussen, nichten, neven, ooms en tantes. En voor de ouders van uw fiscale partner, diens kinderen, broers, zussen, nichten, neven, ooms en tantes.

Voorbeeld

Bij uw overlijden is uw kind 21 jaar. Er wordt gekozen voor een looptijd korter dan 20 jaar. De looptijd van de uitkeringen die ingaan na uw overlijden, is minimaal 5 jaar en de uitkering stopt in ieder geval na 9 jaar.

De uitkeringen voldoen aan de voorwaarden en zijn dus lijfrente-uitkeringen.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.