Waarvoor geldt het tarief van 2% (overdrachtsbelasting)?

Het overdrachtsbelastingtarief voor woningen is 2%. Het maakt niet uit wie de woning koopt en of diegene de woning meteen doorverkoopt. Onder woningen verstaan wij onroerende zaken die op het moment van de overdracht naar hun aard bestemd zijn voor bewoning.

Voorbeelden van woningen

Voorbeelden van woningen zijn:

  • een eigen woning
  • een 2e woning
  • een recreatiewoning
    Het maakt daarbij niet uit dat de woning niet permanent wordt bewoond.
  • een verhuurde woning
  • een bedrijfswoning
  • een tijdelijk leegstaande woning

Uitzondering: woning onderdeel van een bedrijfspand

Het 2%-tarief geldt niet voor andere objecten, zoals bedrijfspanden. Voor deze panden geldt het tarief van 6%. Is in het pand een bedrijfswoning aanwezig? Dan geldt voor dit gedeelte het tarief van 2%.

Wat hoort tot een woning?

Tot een woning behoren ook zaken die zich bevinden op de grond waarop de woning staat. We noemen dit aanhorigheden. Aanhorigheden zijn:

  • een tuin
  • een garage
  • een schuur
  • een serre
  • een aan- of uitbouw
  • een tuinhek

Let op!

Vanaf 1 januari 2013 betaalt u voor zaken, zoals een tuin, garage of een schuur ook 2% als u deze later dan de woning koopt. In 2012 gold het tarief van 2% alleen voor zaken, zoals een tuin, garage of een schuur en dergelijke als u deze tegelijk met de woning aankocht.

Garage

Een garage die deel uitmaakt van hetzelfde gebouwencomplex als de woning, wordt ook tot de woning gerekend. Bijvoorbeeld een flat met onderin een garage. Ligt de garage op een apart perceel? Dan kan het tarief van 2% toch worden toegepast als de woning en de garage naast elkaar liggen en zijn aan te merken als 1 geheel. Zijn de woning en de garage niet aan te merken als 1 geheel? Dan moet het tarief van 6% worden toegepast.

Zie ook

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.