Wanneer is er geen sprake van een voor de verhuur bestemde woning?

Woningen die niet voor verhuur bestemd zijn, tellen niet mee voor de verhuurderheffing, zoals:

  • een woning die op de peildatum in aanbouw is of wordt gerenoveerd, waardoor er geen sprake is van een bewoonbare woning
    Hierbij maakt het niet uit of een woning in de loop van het kalenderjaar bewoond kan gaan worden. Van belang is of de woning onbewoonbaar is op de peildatum. Als een woning op de peildatum niet meer in aanbouw is of niet meer wordt gerenoveerd (waardoor deze feitelijk wél bewoonbaar is), maar nog niet verhuurd of bewoond is, dan telt die woning wel voor de verhuurderheffing.
  • een woning die door de eigenaar wordt bewoond
    Bij een mengvorm van koop en huur is de feitelijke inhoud van het contract bepalend. Bij verkoop onder voorwaarden waarbij de woning voor de koper/bewoner wordt aangemerkt als eigen woning voor de inkomstenbelasting, kan ervan uit worden gegaan dat de woning geen huurwoning is voor de verhuurderheffing.

Recreatiewoning voor kort verblijf

De verhuurderheffing geldt niet voor woningen die worden verhuurd in het kader van een hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden. Deze woningen hebben voor de WOZ de gebruikscode recreatie. Die woningen vallen niet onder de verhuurderheffing bij verhuur gedurende een korte periode. Voor het begrip kort verblijf wordt aangesloten bij de btw (zie Verhuur die altijd belast is met btw). Er is in ieder geval sprake van een ‘korte periode’ als de huurder maximaal 6 maanden in de accommodatie verblijft en hij het middelpunt van zijn maatschappelijke leven niet verplaatst naar die accommodatie.

Rijksmonumenten

De verhuurderheffing geldt vanaf 1 januari 2018 niet voor rijksmonumenten. U hebt een rijksmonument als dat is opgenomen in het monumentenregister.

 

 

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.