Gebruik privébezittingen

Gebruikt u in uw onderneming bezittingen die u moet aangeven in box 3? Dan mag u de kosten van het zakelijke gebruik van de winst aftrekken. U mag maximaal het bedrag aftrekken dat in box 3 is belast. U hoeft daarbij geen rekening te houden met het heffingvrij vermogen. Misschien valt uw grondslag sparen en beleggen (bezittingen min schulden min heffingvrij vermogen) in box 3 in meerdere schijven. Reken in dat geval de bezittingen zoveel mogelijk toe aan de hoogste schijf of schijven. In de tabel Berekening rendement op vermogen in 2017  en de tabel Berekening rendement op vermogen in 2018 ziet u in welke schijf of schijven uw grondslag sparen en beleggen valt. En ook met welke percentages wij dan het rendement over uw vermogen berekenen.

Voor het zakelijk gebruik van privévervoermiddelen geldt een andere regeling (zie Gebruik privévervoermiddel).

Voorbeeld 1 (waarde privébezitting valt helemaal in schijf 1)

U had een deel van uw privépand, dat al in box 3 hoorde, vanaf 1 juli in gebruik bij uw onderneming. De waarde van dit deel is op 1 januari € 10.000. De grondslag sparen en beleggen (bezittingen min schulden min heffingvrij vermogen) in box 3 is € 20.000. Het deel van het privépand wordt helemaal toegerekend aan schijf 1. In die schijf wordt het voordeel uit sparen en beleggen berekend met een percentage van 2,871. Het voordeel uit sparen en beleggen van dat deel is dan 2,871% x € 10.000 = € 288. Op jaarbasis mag u maximaal € 288 van de winst aftrekken. Voor een half jaar is dit dus maximaal € 144.

Voorbeeld 2 ( waarde privébezitting kleiner dan grondslag sparen en beleggen)

U had een deel van uw privépand dat in box 3 hoort, het hele jaar in gebruik bij uw onderneming. De waarde van dat deel is op 1 januari € 50.000. De grondslag sparen en beleggen (bezittingen min schulden min heffingvrij vermogen) in box 3 is € 110.000. Het deel van het privépand rekent u voor € 35.000 toe aan schijf 2 (4,6%) en voor € 15.000 aan schijf 1 (2,871%). In schijf 2 wordt het voordeel over sparen en beleggen berekend met een percentage van 4,6 en in schijf 1 met een percentage van 2,871. Het voordeel uit sparen en beleggen van het deel van uw privépand is dan 4,6% x € 35.000 plus 2,871% x € 15.000 = € 2.041. U kunt dan maximaal € 2.041 van de winst aftrekken.

Voorbeeld 3 (waarde privégoed groter dan grondslag sparen en beleggen)

U had een deel van uw privépand dat in box 3 hoort, in gebruik bij uw onderneming. De waarde van dat deel op 1 januari is € 40.000. De grondslag sparen en beleggen (bezittingen min schulden min heffingvrij vermogen) in box 3 is € 0. In dit geval rekent u met het forfaitair rendement van schijf 1 (2,871%). U kunt dan maximaal 2,871% van € 40.000 = € 1.149 van de winst aftrekken.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.