Digitale diensten

Voor digitale diensten (telecommunicatie-, omroep- en elektronische diensten) gelden andere regels. Digitale diensten zijn belast in het land waar uw klant woont of is gevestigd. Het maakt niet uit of uw klant een particulier of ondernemer is.

Om te voorkomen dat u zich in elk EU-land waar u digitale diensten levert moet registreren, is de mini One Stop Shop-regeling (MOSS) ingevoerd. Met deze regeling kunnen ondernemers de btw over de digitale diensten die ze leveren aan particulieren aangeven via 1 EU-land. Meer informatie over de MOSS, leest u bij EU-btw-melding doen met MOSS.

Om welke digitale diensten gaat het?

Het gaat om de volgende digitale diensten:

  • elektronische diensten
    Dit zijn diensten die over het internet of een digitaal netwerk worden geleverd. Ze zijn grotendeels geautomatiseerd en kunnen niet zonder informatietechnologie worden geleverd. Denk aan onlineverkeersinformatie en -weerberichten, onlinedagbladen en -tijdschriften, onlinegegevensopslag, toegang tot of downloaden van software, gebruik van zoekmachines en onlinespelen.
  • telecommunicatiediensten
    Deze diensten gaan over de transmissie, uitzending of ontvangst van signalen, tekst, beelden, geluiden of informatie via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische systemen. Daarbij horen ook de overdracht en het verlenen van het recht om gebruik te maken van capaciteit voor een dergelijke transmissie, uitzending of ontvangst. Denk aan telefonie, sms, toegang tot internet en voicemail.
  • radio- en televisieomroepdiensten
    Dit zijn diensten met audio- en audiovisuele inhoud, zoals radio- of televisieprogramma’s die door en onder de redactionele verantwoordelijkheid van een aanbieder van mediadiensten op basis van een programmaschema via communicatienetwerken aan het grote publiek worden aangeboden voor het gelijktijdig beluisteren of bekijken.

Hoe bepaalt u de plaats van levering van de digitale diensten?

Het uitgangspunt is dat digitale diensten aan particulieren belast worden in het land waar uw klant woont.

Voor bepaalde digitale diensten bepaalt u de plaats van dienst op basis van:

  • de fysieke locatie
    Dit geldt als u de dienst levert op een bepaalde locatie zoals een wifihotspot, telefooncel, internetcafé, restaurant of hotellobby.
  • de plaats van vertrek van het personenvervoer
    Dit geldt als u de dienst levert aan boord van een schip, vliegtuig of trein, bij personenvervoer binnen de EU.
  • de plaats waar de vaste lijn van de particulier is geïnstalleerd
    Dit geldt als u de dienst via een vaste lijn levert.
  • de landencode van de simkaart van de particulier
    Dit geldt als u de dienst via een mobiele telefoon levert.
  • de plek waar de decoder is, of de plaats waar de viewing card naar toe is gestuurd
    Dit geldt als voor de dienst een decoder of viewing card is vereist.

Om uw administratieve lasten te beperken kunt u bovenstaande richtlijnen toepassen, zonder dat u andere informatie bij uw klant hoeft op te vragen.

Als u wilt afwijken van deze richtlijnen, dan kunt u de plaats waar uw klant woont zelf bepalen. U hebt hiervoor dan 3 niet-tegenstrijdige bewijsmiddelen nodig, zoals het factuuradres, bankgegevens, het internetprotocoladres (IP-adres) of andere zakelijke gegevens. 

Als u andere digitale diensten levert dan de hierboven genoemde diensten, hebt u 2 niet-tegenstrijdige zakelijke bewijsmiddelen nodig om de plaats waar uw klant woont vast te stellen.

Toelichting op de wijzigingen van de EU-btw-regels

Er is een toelichting over de wijzigingen van de regels voor digitale diensten. U kunt deze lezen op de internetsite van de Europese Commissie.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.