Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

8.00.00 Preferentiele oorsprong en herkomst

14 Bijlage 5. Model Calculatie

t.b.v. vaststellen preferentiële oorsprong in het geval dat er geen percentageregel moet worden toegepast.

De toepassing van de percentageregel houdt in dat de waarde van de niet-oorsprongsmaterialen ten opzichte van de prijs af-fabriek van het product niet boven het in de betreffende regel neergelegde percentage mag uitgaan.

Onder "waarde" wordt in beginsel verstaan de douanewaarde bij invoer van de niet- oorsprongsmaterialen. Als die niet achterhaald kan worden, treedt daarvoor de eerste controleerbare prijs binnen de Europese Unie (of, als het om bestanddelen in het kader van de EER-overeenkomst gaat: binnen de EER) in de plaats.

Onder "prijs af-fabriek" wordt verstaan de prijs die voor het product af-fabriek is betaald aan de fabrikant in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht. In die prijs moet ten minste de waarde zijn begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald, wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd. Wanneer niet-af-fabriek wordt gefactureerd, moet eerst een herleiding naar de prijs af-fabriek plaatsvinden door vrachtkosten, verzekeringskosten en dergelijke in mindering te brengen.

GS-post (4 cijfers) van het product waarvan de oorsprong moet worden bepaald: ..........

Eventuele beperking voor materialen van dezelfde post: ..........%
Percentage volgens kolom 3 of 4 van de betreffende lijst, dat niet mag worden overschreden: ..........%

Prijs af-fabriek van het product waarvan de oorsprong moet worden bepaald: A.: ...............

Waarde niet-oorsprongsbestanddelen (gesplitst naar wel/niet postverspringing; die splitsing hoeft uitsluitend te worden toegepast als er sprake is van een beperking voor goederen van dezelfde post:

zelfde post: andere post:
................ .................
................ .................
................ .................
................ .................
................. .................
................. .................
__________ + ___________ +

TOTAAL B.: C.:
B.: ..............
C: ...............
____________ +
TOTAAL D: ...............

D. is ..........% van A.

Slechts in het geval van een beperking voor materialen van dezelfde post: B. is .......% van A.
Conclusie: aan de oorsprongsregel is wel / niet voldaan.