Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

8.00.00 Preferentiele oorsprong en herkomst

9 Landelijk Oorsprong Team

9.1 Algemeen

Het Landelijk Oorsprong Team (LOT) is een van de teams van de Nederlandse Douane dat taken verricht voor en namens de Nederlandse Douane. Voor het LOT zijn dat de taken die verband houden met de preferentiële oorsprong en/of de niet-preferentiële oorsprong van goederen en de herkomst uit het vrije verkeer van goederen binnen - met name - de douane-unie EU-Turkije. Het LOT is gevestigd in de regio Arnhem, kantoor Arnhem.

Hierna wordt nader ingegaan op de verschillende landelijke taken:

  • Administratieve samenwerking (paragraaf 9.2)

  • Boeken van ten onrechte niet betaalde rechten en belastingen (paragraaf 9.2.3)

  • Fiscale afhandeling van onderzoeken van OLAF (paragraaf (9.3)

  • Afgifte van Bindende Oorsprongsinlichtingen (BOI) (paragraaf 9.4)

  • Helpdesk (paragraaf 9.5)

  • Uitgifte vergunning nummers Toegelaten Exporteur (paragraaf 9.6)

  • Contactpunt (binnen)grensoverschrijdende vergunning TE (paragraaf 9.7)

Naar boven

9.2 Administratieve samenwerking

De verschillende preferentiële regelingen (zie voor een overzicht paragraaf 2.2) voorzien in het gebruik van bewijzen die moeten worden gebruikt om de preferentiële oorsprong van de goederen aan te tonen. Zonder deze oorsprongsbewijzen is bij invoer in het land van bestemming geen preferentiële tariefbehandeling mogelijk. Hoewel de verschillende preferentiële regelingen voorzien in het gebruik van verschillende oorsprongsbewijzen hebben alle preferentiële regelingen met elkaar gemeenschappelijk dat de oorsprongsbewijzen, die bij het in het vrije verkeer brengen zijn gebruikt, door de douaneautoriteiten van het land van invoer ter controle kunnen worden terug gezonden naar het land waar zij werden afgegeven. Dit controle instrument wordt aangeduid als administratieve samenwerking. (niet te verwarren met wederzijdse bijstand)

Aan de administratieve samenwerking zijn een aantal voorwaarden verbonden die strikt moeten worden nagekomen om te voorkomen dat marktdeelnemers ten onrechte de rekening gepresenteerd krijgen omdat de samenwerkende douaneadministraties niet hebben voldaan aan de aan hen gestelde verplichtingen.

Naar boven

9.2.1 Nacontrole van bij invoer gebruikte oorsprongsbewijzen

Oorsprongsbewijzen die bij het in het vrije verkeer brengen van goederen worden gebruikt om in aanmerking te komen voor een tarief preferentiële behandeling worden in beginsel geacht terecht te zijn afgegeven totdat het tegendeel is bewezen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar de formele eisen waaraan een preferentieel oorsprongsbewijs moet voldoen en de materiële eisen die in acht moeten zijn genomen om een product als van oorsprong uit een bepaald land te kunnen aanmerken.

De materiële eisen hebben betrekking op de preferentiële oorsprong van de goederen. Een product is van oorsprong indien het geheel (en al) of volledig is verkregen in het land van oorsprong (zie ook paragraaf 2.3.2) of - indien goederen zijn gebruikt die niet van oorsprong zijn uit het betreffende land - deze een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan waardoor zij toch als van oorsprong kunnen worden aangemerkt (zie ook paragraaf 2.3.3).

Om de materiële juistheid van de oorsprong van de goederen te kunnen vaststellen kan het oorsprongsbewijs desgewenst ter controle retour worden gezonden naar het land waar het is afgegeven. Dit kan als sprake is van gegronde twijfel aan de juistheid van een oorsprongsbewijs of bij wijze van steekproef.

De formele eisen waaraan een oorsprongsbewijs bij het doen van een douaneaangifte voor het in het vrije verkeer brengen of eventueel vervangen of splitsen moet voldoen zijn opgenomen in Hoofdstuk 6 en Hoofdstuk 7.

Indien de Douane besluit om een oorsprongsbewijs ter controle retour te zenden naar het land waar het is afgegeven zal de aangever worden gevraagd het betreffende oorsprongsbewijs aan het betreffende douanekantoor te sturen. De aangever moet op de hoogte worden gesteld dat er een controle gaat plaatsvinden en dat dit eventueel financiële gevolgen kan hebben als tijdens de controle blijkt dat het oorsprongsbewijs ten onrechte is afgegeven. Er kan dan geen gebruik worden gemaakt van de preferentiële tarief of als daar al gebruik van is gemaakt zal dit door de Douane moeten worden gecorrigeerd.

Wanneer u besluit een oorsprongsbewijs aan een controle achteraf in het land van afgifte te onderwerpen of als er sprake is van een controleopdracht moet het originele oorsprongsbewijs en een kopie van de aangifte ten invoer waarmee de goederen het in het vrije verkeer zijn gebracht worden ingezonden naar het LOT. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van het model dat is opgenomen in Bijlage 6 van dit onderdeel van het Handboek Douane. Zie voor het model ook het GDC -Generieke Documentcreatie.

Bij een controle op formele juistheid van oorsprongsbewijzen (COF) die worden ingesteld bij de aangever kunnen de originele oorsprongsbewijzen naar het LOT worden gezonden zonder dat gebruik wordt gemaakt van het model van Bijlage 6. In alle gevallen moeten de aangiftegegevens of een kopie van de aangifte ten invoer worden meegezonden zodat het LOT - indien wordt vastgesteld dat ten onrechte gebruik is gemaakt van het preferentiële tarief - kan overgaan tot het boeken van de ten onrechte niet of te weinig betaalde invoerrechten en/of heffingen van gelijke werking (zie paragraaf 9.2.3).

Indien het LOT een oorsprongsbewijs ter controle naar de bevoegde autoriteiten van het land van afgifte zendt , hebben deze autoriteiten een periode van 10 maanden om een onderzoek te doen bij de exporteur en het LOT omtrent de uitkomsten daarvan op de hoogte te stellen. Nadat een bericht is ontvangen van de autoriteiten zal het LOT u informeren over het resultaat van de controle. Indien bij de controle is vastgesteld dat het oorsprongsbewijs ten onrechte is afgegeven zal het LOT overgaan tot boeking achteraf van de ten onrechte niet of te weinig betaalde invoerrechten en heffingen van gelijke werking overgaan. (zie paragraaf 9.2.3.) Indien uit het bericht van de bevoegde autoriteiten blijkt dat het oorsprongsbewijs terecht werd afgegeven wordt u per brief geïnformeerd. De aangever wordt in voorkomend geval rechtstreeks door het LOT geïnformeerd.

Naar boven

9.2.2 Nacontrole van bij uitvoer afgegeven oorsprongsbewijzen

Indien een oorsprongsbewijs in Nederland is afgegeven kunnen de douaneautoriteiten van het partnerland, waar het oorsprongsbewijs bij invoer is gebruikt om aanspraak te maken van het preferentiële tarief, het oorsprongsbewijs ter controle naar het LOT zenden. Omdat de preferentiële oorsprong van de geëxporteerde goederen moet worden vastgesteld aan de hand van de bedrijfsadministratie en onderliggende bewijsstukken die door de exporteur moeten worden bewaard zal de controle vrijwel altijd zal moeten plaatsvinden bij de exporteur. Het LOT zendt het oorsprongsbewijs met de onderliggende stukken door naar de regio waar de exporteur is gevestigd. In verband met de te respecteren termijn van 10 maanden zal de controle in de regio uiterlijk 6 maanden na ontvangst van oorsprongsbewijs van het LOT moeten zijn afgerond. De controleur zendt de rapportage van de uitgevoerde controle met de relevante documenten terug naar het LOT waarna het LOT de douaneautoriteiten van het partnerland zal informeren.

Naar boven

9.2.3 Boeken van ten onrechte niet betaalde invoerrechten en belastingen

Indien naar aanleiding van de administratieve samenwerking wordt vastgesteld dat een bij het in het vrije verkeer brengen gebruikte oorsprongsbewijs ten onrechte is afgegeven in het land van oorsprong zal het LOT volgens de gebruikelijke procedure overgaan tot het boeken van de ten onrechte niet of te weinig betaalde invoerrechten en heffingen van gelijke werking. De contoleur ontvangt een kopie van de verzonden uitnodiging tot betaling (UTB).

Eventuele uit de boeking volgende procedures worden verricht door het team terugbetaling, bezwaar en beroep van Douane Arnhem.

Naar boven

9.3 Fiscale afhandeling van onderzoeken door OLAF

Door de Europese anti-fraude bureau OLAF (Office Européen de la Lutte Anti Fraude) worden regelmatig onderzoeken gedaan naar mogelijke oorsprongsfraude in derde landen. Indien tijdens een onderzoek wordt vastgesteld dat bij uitvoer van goederen naar de Europese Unie onregelmatigheden zijn begaan zullen de eventuele invoerrechten en - indien van toepassing de antidumpingrechten en compenserende rechten (zie Hoofdstuk 1.02.00 van dit Handboek) - die ten onrechte niet zijn voldaan bij het in het vrije verkeer brengen van de goederen in de Europese Unie achteraf alsnog door de lidstaten moeten worden geboekt. Indien invoer heeft plaatsgevonden in Nederland vindt – in overleg met het Douane informatiecentrum (DIC) de boeking centraal plaats door het LOT. Eventuele uit de boeking volgende procedures worden verricht door het team terugbetaling, bezwaar en beroep van Douane Arnhem.

Naar boven

9.4 Bindende Oorsprongsinlichtingen (BOI)

Het LOT geeft op verzoek van importeurs en exporteurs die zijn gevestigd in de Europese Unie, Bindende Oorsprongsinlichtingen af voor zowel de preferentiële oorsprong bij in- of uitvoer als voor de niet-preferentiële oorsprong bij invoer van goederen. Voorafgaand de afgifte van een BOI kan overleg plaatsvinden met de Kamer van Koophandel en het ministerie van Buitenlandse zaken.

Een afgegeven BOI verbindt alle douaneadministraties van de lidstaten en neemt niet de plaats in van de bij invoer met aanspraak op preferentie verplichte bewijsstukken en bij in- of uitvoer verplicht te gebruiken of te overleggen oorsprongsbewijzen. Meer informatie over de BOI, de aanvraagprocedure en de geldigheidsduur van een BOI kunt u vinden in het onderdeel Bindende Inlichtingen van dit Handboek (tekstnummer 4.10.00).

Naar boven

9.5 Helpdesk

Voor vragen over de toepassing van de oorsprongsregels, het gebruik en de aanvaardbaarheid van oorsprongsbewijzen of passages uit dit onderdeel van het Handboek Douane kan contact worden opgenomen met het LOT. U kunt uw vragen per e-mail stellen aan: helpdesk.oorsprongszaken@belastingdienst.nl.

Naar boven

9.6 Uitgifte vergunning nummers Toegelaten Exporteur

In de Nederland gevestigde exporteurs kunnen bij de Douane een vergunning Toegelaten Exporteur of een vergunning Toegelaten Exporteur A.TR. aanvragen. Met deze vergunningen kan de Toegelaten Exporteur oorsprongsverklaringen stellen op de factuur of als het een vergunning Toegelaten Exporteur A.TR. betreft zelf certificaten inzake goederenverkeer A.TR. afgeven voor Uniegoederen die naar Turkije worden geëxporteerd. Zie voor meer informatie Hoofdstuk 8. Voordat tot afgifte van een vergunning wordt overgegaan moet u een vergunning nummer aanvragen bij het LOT onder vermelding van de NAW gegevens en het EORI nummer van de exporteur en de vergunning code volgens het GDC -Generieke Documentcreatie: helpdesk.oorsprongszaken@belastingdienst.nl

Naar boven

9.7 Contactpunt (binnen)grensoverschrijdende vergunning Toegelaten Exporteur.

Wanneer in Nederland een grensoverschrijdende vergunning Toegelaten Exporteur wordt afgeven moet door u een kopie zenden aan het LOT: helpdesk.oorsprongszaken@belastingdienst.nl

Naar boven