Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

8.00.00 Preferentiele oorsprong en herkomst

5 Uitvoer: procedures en ambtelijke werkzaamheden

5.1 Algemeen

In dit hoofdstuk worden aanwijzingen gegeven voor de afgifte bij uitvoer van de in het preferentiële handelsverkeer gebruikte oorsprongsbewijzen en herkomstbewijzen.

De herkomstbewijzen en oorsprongsbewijzen worden in de volgende paragrafen apart behandeld. De praktische aanwijzingen over de afgifte van de verschillende oorsprongsbewijzen vindt u in de paragrafen 5.2.1 tot en met 5.2.3. De praktische aanwijzingen over de afgifte van herkomstbewijzen vindt u in de paragrafen 5.11. tot en met 5.13.

Over oorsprongsbewijzen treft u de volgende onderwerpen aan:

  • afgifte van oorsprongsbewijzen bij uitvoer (paragraaf 5.2);

  • uitvoer van veredelingsgoederen (paragraaf 5.3);

  • weigering tot afgifte van een certificaat (paragraaf 5.4);

  • afgifte achteraf van een certificaat (paragraaf 5.5);

  • afgifte van duplicaten van certificaten (paragraaf 5.6.);

  • afgifte certificaat voor deelzendingen (paragraaf 5.7);

  • afgifte van certificaten EUR.1 bij niet-wederkerige preferentiële regelingen (paragraaf 5.8.).

De procedure voor de afgifte van inlichtingenbladen INF 4 vindt u in paragraaf 6.9. De voorwaarden waaraan exporteurs moeten voldoen om oorsprongsverklaringen te kunnen afgeven vindt in paragraaf 5.10.

Naar boven

5.2 De afgifte van oorsprongsbewijzen bij uitvoer

5.2.1 Afgifte van het certificaat van oorsprong FORM A

Het certificaat van oorsprong FORM A - waarvan het model is opgenomen in bijlage 22-08 GVo. DWU - dient als preferentieel oorsprongsbewijs in het kader van het Algemeen Preferentieel Systeem (APS). Aangezien een verlaagd of een nul recht in het kader van het APS eenzijdig (autonoom) door de Europese Unie wordt verleend, worden certificaten FORM A - afgezien van vervanging (zie paragraaf 7.5) - niet bij uitvoer uit de Europese Unie afgegeven.

Naar boven

5.2.2 Afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1

De formele aspecten van de afgifteprocedure van een certificaat EUR.1 in Nederland, zijn beschreven in paragraaf 4.2.1. De praktische procedure bij afgifte verloopt wat de rol van de Douane betreft als volgt:

De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger overhandigt u een formulier EUR.1 in tweevoud te weten het te viseren certificaat (1e exemplaar) en het aanvraagformulier bestemd voor de Douane. (2e exemplaar) U neemt geen formulieren in enkelvoud in behandeling.

Er volgen nu enkele ambtelijke werkzaamheden:

  1. Ga na:

    • of het alle verplicht in te vullen vakken naar behoren zijn ingevuld;

    • of op de achterzijde van het tweede exemplaar is aangegeven op welke gronden de te exporteren goederen aan de oorsprongscriteria voldoen en welk daar aan ten grondslag liggend bewijsmateriaal bij de Kamer van Koophandel werd overgelegd;

    • of in het vak “bevindingen” is voorzien van een (al dan niet geprint) stempel en handtekening van de Kamer van Koophandel;

    • of op exemplaar 2 geen bijschrijvingen, wijzigingen of doorhalingen zijn aangebracht die niet door de Kamer van Koophandel zijn geautoriseerd.

  2. Als aan een of meer van bovenstaande criteria niet is voldaan, geeft u het formulier onbehandeld en onder opgaaf van redenen aan de exporteur of zijn gemachtigde terug.

  3. Als - in afwijking van de aanwijzingen op de achterzijde van het eerste exemplaar - in het vak omschrijving van de goederen, de goederen summier worden omschreven en als daarbij wordt verwezen naar een factuur waarop de goederen specifiek zijn omschreven, neemt u het formulier in behandeling als de betreffende factuur is bijgevoegd en het factuurnummer is vermeld in vak 10 van het formulier. U hecht de factuur aan het certificaat en plaatst daarop een afdruk van het metalen dienststempel.

  4. Als u twijfelt aan de bevindingen van de Kamer van Koophandel of als u nader onderzoek nodig vindt geeft u het certificaat niet af maar neemt u contact op met de Kamer van Koophandel.

  5. Als de achterzijde van het tweede exemplaar niet voorzien is van de bevinding van de Kamer van Koophandel, neemt u het certificaat niet in behandeling.

  6. De adressen en telefoonnummers van de Kamer van Koophandel kunt u vinden op de website van de Kamer van Koophandel (www.kvk.nl).

  7. Als aan de genoemde criteria is voldaan, geeft u het certificaat af. Het afgeven van het certificaat wordt "viseren" genoemd. Viseer alleen het eerste exemplaar. U vult in vak 11 (Visum van de douane) op de daarvoor bestemde plaatsen in:

    • het soort en het nummer van de aangifte ten uitvoer dat bij het certificaat hoort;

    • de datum van afgifte van de aangifte ten uitvoer;

    • de naam van het douanekantoor van afgifte;

    • het land of gebied van afgifte van het certificaat (dus "Nederland");

    • de plaats van afgifte van het certificaat;

    • de datum van afgifte van het certificaat;

    • uw handtekening, met daaronder uw naam in blokletters. Plaats een duidelijke afdruk van het metalen dienststempel in het rechtergedeelte van vak 11.

  8. Ingeval er op het certificaat doorhalingen of wijzigingen zijn aangebracht en deze zijn door de Kamer van Koophandel geautoriseerd (op het 2e exemplaar) plaatst u op certificaat EUR. 1 (op het eerste exemplaar) bij de betreffende wijzigingen of doorhalingen een afdruk van het metalen dienststempel.

  9. Teken op de aangifte ten uitvoer de afgifte van het certificaat EUR. 1 aan. Plaats daartoe de tekst "EUR.1 nr. ...... afgegeven d.d. ...." in vak B van de aangifte ten uitvoer. Daarbij voorziet u die tekst van uw handtekening en naam in blokletters. Tot slot plaatst u een afdruk van het metalen dienststempel bij uw handtekening.

  10. Vermeld op het tweede exemplaar van het certificaat:

    • de soort van de bij het certificaat overgelegde aangifte ten uitvoer;

    • de datum van afgifte van die aangifte ten uitvoer.

    Plaats bij die vermeldingen een afdruk van het metalen dienststempel.

  11. Geef het geviseerde eerste exemplaar van het certificaat EUR.1 terug aan de exporteur of diens gemachtigde.

  12. Houd het tweede exemplaar van het certificaat EUR.1 achter. Om een eventuele controle à posteriori vanuit het partnerland mogelijk te maken dient het tweede exemplaar tenminste drie jaar op uw eenheid te worden bewaard.

Naar boven

5.2.3 Afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED

De formele aspecten van de afgifteprocedure van een certificaat EUR-MED in Nederland, zijn beschreven in paragraaf 4.2.2. De praktische procedure bij afgifte verloopt wat de rol van de Douane betreft als volgt:

De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger overhandigt u een formulier EUR-MED in tweevoud te weten het te viseren certificaat (1e exemplaar 1) en het aanvraagformulier bestemd voor de Douane. (2e exemplaar) U neemt geen formulieren in enkelvoud in behandeling.

Er volgen nu enkele ambtelijke werkzaamheden:

  1. Ga na:

    • of het alle verplicht in te vullen vakken naar behoren zijn ingevuld.

    • of op de achterzijde van het tweede exemplaar is aangegeven op welke gronden de te exporteren goederen aan de oorsprongscriteria voldoen en welk daar aan ten grondslag liggend bewijsmateriaal bij de Kamer van Koophandel werd overgelegd;

    • of in het vak “bevindingen” is voorzien van een (al dan niet geprint) stempel en handtekening van de Kamer van Koophandel;

    • of op exemplaar 2 geen bijschrijvingen, wijzigingen of doorhalingen zijn aangebracht die niet door de Kamer van Koophandel zijn geautoriseerd.

    • Als aan een of meer van bovenstaande criteria niet is voldaan, geeft u het formulier onbehandeld en onder opgaaf van redenen aan de exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger terug.

    • Als - in afwijking van de aanwijzingen op de achterzijde van het eerste exemplaar - in het vak omschrijving van de goederen, de goederen summier worden omschreven en als daarbij wordt verwezen naar een factuur waarop de goederen specifiek zijn omschreven, neemt u het formulier in behandeling als de betreffende factuur is bijgevoegd en het factuurnummer is vermeld in vak 10 van het formulier. U hecht de factuur aan het certificaat en plaatst daarop een afdruk van het metalen dienststempel.

    • Als u twijfelt aan de bevindingen van de Kamer van Koophandel of als u nader onderzoek nodig vindt geeft u het certificaat niet af maar neemt u contact op met de Kamer van Koophandel.

    • Als de achterzijde van het tweede exemplaar niet voorzien is van de bevinding van de Kamer van Koophandel, neemt u het certificaat niet in behandeling.

    • De adressen en telefoonnummers van de Kamers van Koophandel kunt u vinden op de website van de Kamer van Koophandel (www.kvk.nl).

  2. Als aan de in a genoemde criteria is voldaan, geeft u het certificaat af. Het afgeven van het certificaat wordt "viseren" genoemd. Viseer alleen het eerste exemplaar. U vult in vak 11 (Visum van de douane) op de daarvoor bestemde plaatsen in:

    • het soort en het nummer van de aangifte ten uitvoer dat bij het certificaat hoort;

    • de datum van afgifte van de aangifte ten uitvoer;

    • de naam van het douanekantoor van afgifte;

    • het land of gebied van afgifte van het certificaat (dus "Nederland");

    • de plaats van afgifte van het certificaat;

    • de datum van afgifte van het certificaat;

    • uw handtekening, met daaronder uw naam in blokletters. Plaats een afdruk van het metalen dienststempel in het rechtergedeelte van vak 11.

  3. Ingeval er op het certificaat doorhalingen of wijzigingen zijn aangebracht en deze zijn door de Kamer van Koophandel geautoriseerd (op het 2e exemplaar) plaatst u op certificaat EUR-MED (op het eerste exemplaar) bij de betreffende wijzigingen of doorhalingen een afdruk van het metalen dienststempel.

  4. Teken op de aangifte ten uitvoer de afgifte van het certificaat EUR-MED aan. Plaats daartoe de tekst "EUR-MED nr. ...... afgegeven d.d. ...." in vak B van de aangifte ten uitvoer. Daarbij voorziet u die tekst van uw handtekening en naam in blokletters. Tot slot plaatst u een afdruk van het metalen dienststempel bij uw handtekening.

  5. Vermeld op het tweede exemplaar van het certificaat:

    • de soort van de bij het certificaat overgelegde aangifte ten uitvoer;

    • de datum van afgifte van die aangifte ten uitvoer.

    Plaats bij die vermeldingen een duidelijke afdruk van het metalen dienststempel.

  6. Geef het geviseerde eerste exemplaar van het certificaat EUR-MED terug aan de exporteur of diens gemachtigde.

  7. Houd het tweede exemplaar van het certificaat EUR-MED achter. Om een eventuele controle à posteriori vanuit het partnerland mogelijk te maken dient het tweede exemplaar tenminste drie jaar op uw eenheid te worden bewaard.

Naar boven

5.3 Uitvoer van veredelingsgoederen

Bij uitvoer naar een land waarvoor de zogenaamde no-drawback clausule geldt, geeft u in beginsel alleen een certificaat EUR.1 of EUR-MED af als de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger daarbij een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen overlegd voor de eerder met vrijstelling ingevoerde goederen. Dit heeft te maken met het feit dat - wanneer bijvoorbeeld goederen in actieve veredeling verkregen zijn - het afgeven van het certificaat moet leiden tot de betaling van de invoerrechten over de onder het stelsel van actieve veredeling ingevoerde materialen. (niet van oorsprong zijnde goederen) Volgens artikel 78 DWU ontstaat in deze situatie een douaneschuld. Indien naast de invoerrechten, antidumpingrechten of compenserende rechten verschuldigd zijn, zijn deze eveneens verschuldigd. Zie paragraaf 2.16. voor een overzicht van de landen waarbij de no-draw back bepaling van toepassing is.

Uitgangspunt bij de no-drawback bepaling is dus dat de producten waarvoor een certificaat EUR. 1 wordt afgegeven niet alleen van oorsprong zijn maar ook van herkomst moeten zijn uit het vrije verkeer van de Europese Unie. (Uniegoederen zijn)

Bij uitvoer naar een van de landen van de Pan-euromediterrane zone met gebruikmaking van een certificaat EUR-MED geldt hetzelfde en ontstaat op grond van artikel 78 DWU in alle gevallen een douaneschuld voor de met vrijstelling ingevoerde en bij de vervaardiging gebruikte derde landen materialen. (niet van oorsprong zijnde goederen)

Bij weer uitvoer van veredelingsgoederen naar een bestemming waarvoor de no-draw back clausule niet geldt, kan door de Douane zonder beperkingen een certificaat EUR.1 worden afgeven. De exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger overlegt dan een aangifte voor wederuitvoer waarop hij zelf het bestaan van recht op vrijstelling of teruggaaf moet aangeven door onder de omschrijving van de goederensoort te vermelden: "Met aanspraak op vrijstelling/teruggaaf EUR.1".

Let op!

De Kamer van Koophandel beoordeelt bij de aanvraag van een certificaat EUR. 1 of EUR-MED niet of aan de no-drawback bepaling is voldaan. Dit is een taak voor de Douane bij de afgifte van het certificaat.

Naar boven

5.4 Weigering tot afgifte van een certificaat

Het kan voorkomen dat u van mening bent dat u de afgifte van een certificaat EUR.1 of een certificaat EUR-MED moet weigeren. Dit moet u in ieder geval doen wanneer u:

  • constateert dat de goederen die genoemd staan op de aangifte ten uitvoer en het certificaat niet dezelfde zijn als de goederen die bij fysieke controle zijn aan getroffen;

  • constateert dat de goederen op het certificaat zodanig summier zijn omschreven dat identificatie aan de hand van die omschrijving onmogelijk is;

  • vaststelt dat de vermelde oorsprong van de goederen niet juist kan zijn.

In deze gevallen - maar ook in andere gevallen waarin u van mening bent dat u afgifte van het certificaat moet weigeren - deelt u dit onder opgaaf van redenen mee aan de inspecteur. U zendt het formulier (nog steeds in tweevoud) en een begeleidend schrijven waarin u aangeeft waarom u afgifte van het certificaat weigert, aan de inspecteur van de regio waaronder het douanekantoor ressorteert. Uiteraard stelt u ook de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger op de hoogte van het feit dat u de afgifte van het certificaat weigert. U kunt volstaan met een telefonische mededeling, maar het staat u vrij de mededeling op andere wijze te doen. Vermeld daarbij dat u het formulier naar de inspecteur heeft gezonden ter uiteindelijke beslissing.

Als ook de inspecteur van mening is dat afgifte van het certificaat moet worden geweigerd, beslist hij bij een met redenen omklede beschikking.

Tegen een dergelijke beschikking is bezwaar mogelijk. De procedure van bezwaar en beroep is beschreven in onderdeel 32.00.00 van dit Handboek (Bezwaar en beroep).
(artikel 44 DWU, juncto artikel 8:2 Algemene douanewet, juncto artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht)

De inspecteur zendt de beschikking aan degene die de aanvraag tot afgifte van het certificaat heeft gedaan. Een afschrift van de beschikking wordt gezonden aan de Kamer van Koophandel.

Naar boven

5.5 Afgifte achteraf van een certificaat

In dit onderdeel treft u de regels aan die gelden voor het afgeven van certificaten EUR.1 en EUR-MED nadat de goederen zijn geëxporteerd.

Algemeen

In alle preferentiële regelingen waarbij is voorzien van het gebruik van een certificaat EUR.1 of een certificaat EUR-MED is geregeld dat na de uitvoer van de goederen alsnog een certificaat kan worden afgegeven. Deze procedure beperkt zich echter tot uitzonderingsgevallen. Alleen als ten gevolge van een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden het certificaat niet bij de uitvoer is geviseerd kunt u alsnog achteraf een certificaat afgeven. Het is dus niet de bedoeling dat de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger die om de afgifte achteraf van een certificaat verzoekt van de uitzondering een min of meer standaard procedure maakt.

Voordat u tot afgifte achteraf van het certificaat kunt overgaan, moet door de exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger een daartoe strekkend verzoek zijn ingediend bij de inspecteur. De inspecteur heeft deze werkzaamheden gedelegeerd aan ambtenaren van het douanekantoor van uitvoer. De exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger moet zijn verzoek aan dit kantoor zenden.

Om een spoedige behandeling van het verzoek te bevorderen, moet de exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger:

  1. op het verzoek de woorden te vermelden "certificaten na de uitvoer";

  2. opgave te doen van:

    • de naam van de exporteur van de goederen;

    • het vervoermiddel (bijvoorbeeld de naam van het schip, het kenteken van het voertuig of het vluchtnummer) waarmee de goederen zijn uitgegaan;

    • soort en nummer van de aangifte(n) ten uitvoer;

    • datum van aangifte(n) ten uitvoer;

    • datum waarop en het douanekantoor waar de goederen daadwerkelijk zijn uitgegaan;

    • de omstandigheden waaraan het te wijten is dat om afgifte achteraf wordt verzocht.

  3. bijvoegen:

    • het door de Kamer van Koophandel van een advies voorziene certificaat in tweevoud;

    • een kopie van de verkoopfactuur;

    • een kopie van het vervoersbewijs (cognossement, vrachtbrief, airway-bill en dergelijke);

    • een kopie van de aangifte(n) ten uitvoer.

  4. Voordat u het certificaat viseert gaat u na:

    1. of de goederen zich bij het doen van de aangifte ten uitvoer bevonden in het ambtsgebied van het douanekantoor en of de goederen daadwerkelijk via Nederland uit de Europese Unie zijn uitgevoerd. Als de goederen bijvoorbeeld per schip de Europese Unie hebben verlaten kunt u dit nagaan door het zogenaamde uitgaande manifest te controleren;

    2. of er sprake is van een vergissing, een onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden;

    3. of het certificaat in vak 12 is ondertekend door de exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger. Als het certificaat is ondertekend door een gemachtigde vertegenwoordiger, aanvaardt u dat alleen als een machtiging daartoe van de exporteur wordt overgelegd.

Als u tot afgifte achteraf besluit, verricht u de volgende ambtelijke werkzaamheden:

  1. Plaats in vak 7 (opmerkingen) de woorden "issued retrospectively";

  2. Vermeld in vak 11 visum van de douane de gevraagde gegevens. (zie hiervoor paragraaf 6.2.2);

  3. Vermeld het soort en het nummer van het certificaat op het door u gecontroleerde uitgaande manifest en op de aangifte(n) ten uitvoer (indien bijgevoegd). Plaats die vermelding in ieder geval op het derde exemplaar van de aangifte(n) ten uitvoer;

  4. Geef het eerste exemplaar van het certificaat en de overige door hem overgelegde bescheiden aan de exporteur of zijn gemachtigde terug;

  5. Houd het tweede exemplaar van het certificaat achter en bewaar dat tenminste drie jaar. Voeg het verzoek van de exporteur of zijn gemachtigde hierbij.

Naar boven

5.6 Afgifte van duplicaten

Ingeval na de uitvoer een afgegeven certificaat teloor is gegaan kan op verzoek van de exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger een duplicaat van het eerder afgegeven certificaat worden afgegeven.

De procedure voor de afgifte van duplicaten van certificaten kent twee varianten waarbij u een duplicaat afgeeft van een eerder op het zelfde douanekantoor afgegeven certificaat EUR.1 of certificaat EUR-MED of dat u een duplicaat afgeeft van een eerder het op het zelfde douanekantoor afgegeven vervangingscertificaat. (zowel vervangingscertificaten FORM A, vervangingscertificaten EUR-MED als vervangingscertificaten EUR.1). Beide varianten zijn in deze paragraaf verder uitgewerkt.

A.

Voor de afgifte van een duplicaat van een eerder op uw douanekantoor afgegeven certificaat EUR.1 of certificaat EUR-MED geldt het volgende:

Als een certificaat verloren is gegaan, kunt u een duplicaat afgeven zonder tussenkomst van de Kamer van Koophandel. U geeft alleen een duplicaat af op schriftelijk verzoek van de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger. Uiteraard geeft u dat duplicaat pas af nadat u heeft vastgesteld dat het certificaat dat teloor is gegaan, eerder op uw douanekantoor is afgegeven.

Kunt u dat laatste niet vaststellen of blijkt dat het certificaat dat teloor is gegaan op een ander douanekantoor is afgegeven, dan geeft u geen duplicaat af en verwijst u de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger naar het andere douanekantoor.

Bij het verzoek moet men een volledig ingevuld eerste exemplaar van het certificaat overleggen. U vergelijkt dat exemplaar met het op het douanekantoor gearchiveerde tweede exemplaar van het oorspronkelijke certificaat.
Komt u tot de conclusie dat de vakken van het eerste exemplaar van het duplicaatcertificaat volledig gelijkluidend zijn aan de vakken van het in uw bezit zijnde tweede exemplaar, dan viseert u het eerste exemplaar.
Daarbij verricht u nog de volgende werkzaamheden:

  1. Stel in vak 7 (opmerkingen) van het eerste exemplaar de aantekening "DUPLICATE", evenals de clausule "original certificate no...... issued on ……(datum) in ...........(land en plaats van afgifte);

  2. Voorzie die aantekening van een afdruk van het metalen dienststempel en van een paraaf;

  3. Teken op het tweede exemplaar van het oorspronkelijke certificaat de afgifte van het duplicaat aan.

  4. Bewaar het verzoek van de exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger bij het tweede exemplaar van het oorspronkelijke certificaat.

B.

Voor de afgifte van een duplicaat van een eerder op uw douanekantoor afgegeven vervangingscertificaat FORM A geldt het volgende:

Als een vervangingscertificaat FORM A verloren is gegaan, kunt u een duplicaat afgeven op schriftelijk verzoek van de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger. Uiteraard geeft u dat duplicaat pas af nadat u heeft vastgesteld dat het vervangingscertificaat dat teloor is gegaan, eerder op uw douanekantoor is afgegeven.

Kunt u dat laatste niet vaststellen of blijkt dat het vervangingscertificaat dat teloor is gegaan op een ander douanekantoor is afgegeven, dan geeft u geen duplicaat af en verwijst u de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger naar het andere douanekantoor.

Bij het verzoek moet men een volledig ingevuld eerste exemplaar van het certificaat FORM A overleggen. U vergelijkt dat exemplaar met het op het douanekantoor gearchiveerde tweede exemplaar van het oorspronkelijke certificaat.
Komt u tot de conclusie dat de vakken van het eerste exemplaar van het duplicaatcertificaat volledig gelijkluidend zijn aan de vakken van het in uw bezit zijnde tweede exemplaar, dan viseert u het eerste exemplaar.
Daarbij verricht u nog de volgende werkzaamheden:

  1. Stel in vak 4 (for official use) van het eerste exemplaar de aantekening "DUPLICATE", alsmede de clausule "original replacement certificate no...... issued on ……(datum) in ...........(land en plaats van afgifte);

  2. Voorzie die aantekening van een afdruk van het metalen dienststempel en van een paraaf;

  3. Teken op het tweede exemplaar van het oorspronkelijke certificaat de afgifte van het duplicaat aan.

  4. Bewaar het verzoek van de exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger bij het tweede exemplaar van het oorspronkelijke vervangingscertificaat.

Naar boven

5.7 Afgifte certificaat voor deelzendingen

Alle oorsprongsregelingen hebben een voorziening voor het gebruik van één certificaat EUR. 1 of EUR-MED voor gemonteerde of niet-gemonteerde producten die worden ingedeeld onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het Geharmoniseerd Systeem en die in deelzendingen worden geëxporteerd naar een partnerland. Hiervoor is een toestemming van de douaneautoriteiten van het partnerland van invoer vereist. (zie ook paragraaf 4.2.6.) Bij export van de goederen waarvoor deze regeling zal worden toegepast, kunt u bij uitvoer van de eerste deelzending al overgaan tot afgifte van een certificaat voor het complete product.

Naar boven

5.8 Afgifte van certificaten EUR.1 bij niet-wederkerige preferentiële regelingen (bilaterale cumulatie)

In alle preferentiële regelingen is opgenomen dat certificaten EUR.1 alleen kunnen worden afgegeven als zij kunnen dienen in het kader van de betreffende regeling. Dit betekent dat bij export van goederen van oorsprong uit de Europese Unie een certificaat EUR. 1 kan worden afgegeven met het oog op het verkrijgen van preferentie in het partnerland van bestemming. Bij de autonome regelingen (alleen de Europese Unie verleent preferentie, de andere partij niet) kan een certificaat EUR.1 worden afgegeven in het kader van de bilaterale cumulatie. Het gaat dan dus om de uitvoer van goederen van oorsprong uit de Europese Unie die bestemd zijn om in het land van bestemming - een LGO, Kosovo of een APS-land - te worden be- of verwerkt en vervolgens zullen terug keren naar de Europese Unie.

Bij uitvoer naar een APS-land moet in voorkomend in vak 2 van het certificaat EUR.1 de volgende vermelding te worden gesteld: "GSP beneficiary countries en EU" of "Pays bénéficiaires du SPG en UE". (artikel 77 UVo. DWU)

Naar boven

5.9 Afgifte van inlichtingenbladen INF 4

Het inlichtingenblad INF 4 is een ambtelijke bevestiging van de juistheid van een door een marktdeelnemer (leverancier) afgegeven leveranciersverklaring. Het model van het inlichtingenblad INF 4 is opgenomen als bijlage 22.02 UVo. DWU.

Een inlichtingenblad INF 4 kan van een exporteur worden geëist door een douaneautoriteit elders in de Europese Unie ter staving van een in Nederland opgestelde leveranciersverklaring die als bewijsstuk wordt gebruikt bij de aanvraag tot afgifte van een certificaat EUR.1 of EUR-MED. Een inlichtingenblad INF 4 kan ook van de exporteur worden geëist tijdens een controle à posteriori van een certificaat EUR.1, een certificaat EUR-MED of een oorsprongsverklaring. (zie artikel 64 UVo. DWU)

De in de andere lidstaat gevestigde exporteur zal de in Nederland gevestigde leverancier van de goederen, vervolgens verzoeken zorg te dragen voor een door de Nederlandse Douane geviseerd inlichtingenblad INF 4. De leverancier doet dit verzoek door een volledig ingevulde exemplaar “Aanvraag tot afgifte van een inlichtingenblad INF 4” (in tweevoud) te zenden aan de Kamer van Koophandel of - als de exporteur in het bezit is van een vergunning Toegelaten Exporteur - te zenden aan:

Belastingdienst Douane Arnhem

Landelijk Oorsprong Team

Postbus 3070

6401 DN Heerlen

Bij het verzoek dienen de volgende documenten te worden bijgevoegd:

Een kopie van de afgegeven leveranciersverklaring(en) alsmede (kopieën van) de bewijsstukken waaruit de aangegeven preferentiële oorsprong blijkt.

Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal het inlichtingenblad INF 4 door de Douane worden geldig gemaakt en aan de leverancier worden geretourneerd zodat deze de het inlichtingenblad INF 4 ter beschikking kan stellen aan zijn relatie.

Let op!

Een inlichtingenblad INF 4 kan ook worden geëist indien zowel de exporteur als de leverancier in Nederland zijn gevestigd. Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing.

Naar boven

5.10 Afgeven oorsprongsverklaringen

Oorsprongsverklaringen - ook wel factuurverklaringen genoemd - kunnen bij uitvoer van goederen worden opgesteld door de exporteur die beschikt over het bewijs dat de goederen van preferentiële oorsprong zijn. Oorsprongsverklaringen nemen de plaats in van certificaten EUR.1 of EUR-MED. Voor het opstellen van de oorsprongsverklaring moet gebruik worden gemaakt van een vastgestelde tekst in één van de talen van de Europese Unie of in de taal van het land van bestemming. Zie voor de te gebruiken tekst Bijlage 4 bij dit onderdeel van het Handboek.

Oorsprongsverklaringen kunnen worden opgesteld door iedere willekeurig exporteur mits de waarde van de producten van oorsprong in de exportzending niet meer bedraagt dan € 6.000.

Let op!

Bij uitvoer naar een van de landen en gebieden overzee (LGO) is de grenswaarde per zending € 10.000.

Indien een exportzending naast producten van preferentiële oorsprong ook producten omvat die niet van preferentiële oorsprong zijn, moeten deze expliciet worden uitgezonderd van de oorsprongsverklaring. Bijvoorbeeld door het plaatsen van een asterisk bij het betreffende product. Het is niet nodig dat de oorsprong van deze goederen wordt gespecificeerd.

Oorsprongsverklaringen moeten worden gesteld op de factuur of een ander door de exporteur opgesteld commercieel document zoals de pakbon of de afleverbon en moeten worden voorzien van de datum van afgifte en een door de exporteur met de hand geplaatste ondertekening. Exporteurs die zendingen oorsprongsgoederen exporteren met een waarde van meer dan € 6.000 en die een oorsprongsverklaring willen opstellen kunnen hiervoor een vergunning Toegelaten Exporteur bij de Douane aanvragen. Een aanvraagformulier kan worden gedownload van de website van de Douane. Zie verder Hoofdstuk 8.

In alle gevallen dat een exporteur een oorsprongsverklaring stelt wordt hij geacht al op dat moment te beschikken over de onderliggende bewijsstukken inzake de preferentiële oorsprong van de goederen. (Zie paragraaf 2.15.)

Oorsprongsverklaringen kunnen worden afgegeven voor gebruikte goederen of voor andere goederen waarvoor de gebruikelijke bewijsstukken niet meer beschikbaar zijn, vanwege het lange tijdsverloop tussen de datum van productie of van invoer, enerzijds, en de datum van uitvoer, anderzijds, mits:

  1. de goederen als van oorsprong kunnen worden beschouwd op grond van ander bewijsmateriaal, zoals verklaringen van de fabrikant of van een andere handelaar, het oordeel van deskundigen, merktekens op de goederen, omschrijvingen van de goederen enz.;

  2. er geen aanwijzingen zijn dat de goederen niet aan de oorsprongsregels voldoen.

Wanneer u twijfel heeft of een bewijs aanvaardbaar is voor de afgifte van een oorsprongsverklaring neem dan contact op met de Helpdesk van het Landelijk Oorsprong Team (helpdesk.oorsprongszaken.nl).

Let op!

Indien een exporteur een oorsprongsverklaring opstelt zonder dat hij over een onderliggend bewijs beschikt, wordt de oorsprongsverklaring geacht te zijn afgegeven voor producten waarvan de preferentiële oorsprong niet kan worden vastgesteld. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de exporteur maar ook voor de importeur in het land van bestemming van de goederen. De importeur zal de ten onrechte bij invoer niet betaalde invoerrechten alsnog bij zijn douaneadministratie moeten voldoen.

Let op!

Bij export van producten van oorsprong uit de Europese Unie naar Zuid-Korea kan uitsluitend gebruik worden gemaakt van oorsprongsverklaringen.

Naar boven

5.11 Afgifte van herkomstbewijzen bij uitvoer

In dit onderdeel wordt een toelichting gegeven op de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer A.TR. bij uitvoer naar Turkije en de afgifte van certificaten bij uitvoer van tabak naar Andorra.

Naar boven

5.12 Afgifte certificaten A.TR. bij uitvoer naar Turkije.

De Europese Unie en Turkije vormen gezamenlijk een douane-unie. Een van de kenmerken van een douane-unie is dat er geen invoerrechten in het onderlinge handelsverkeer worden geheven indien goederen zich binnen de douane-unie in het vrije verkeer bevinden. Dit betekent dat goederen die zich in het vrije verkeer van de Europese Unie bevinden (Uniegoederen) zonder betaling van invoerrechten kunnen worden ingevoerd in Turkije. De douanebepalingen die hierbij in acht moeten worden genomen zijn opgenomen in Besluit nr.1/2006 van het Comité Douanesamenwerking Europese Unie-Turkije. Als bewijs dat goederen in het vrije verkeer zijn kan bij export naar Turkije een certificaat inzake goederenverkeer A.TR. worden afgegeven.

Let op!

Bij de afgifte van een certificaat A.TR. heeft de Kamer van Koophandel geen bemoeienis.

Afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer A.TR.

Certificaten inzake goederenverkeer A.TR. kunnen op verzoek van de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger door de Douane worden afgegeven bij export van goederen uit het vrije verkeer van de Europese Unie naar Turkije.

Certificaten A.TR. kunnen - onder bepaalde voorwaarden - ook door de exporteurs zelf worden afgegeven. De exporteur dient daartoe te beschikken over een vergunning Toegelaten Exporteur (zelf afgifte A.TR.). Deze procedure is nader beschreven in hoofdstuk 9.

Deze paragraaf beperkt zich tot de afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer A.TR door de Douane.

Voordat u een certificaat A.TR. afgeeft, gaat u na of de te exporteren goederen zich in het vrije verkeer bevinden. (Uniegoederen zijn)

Goederen bevinden zich in het vrije verkeer van de Europese Unie indien zij:

  1. volledig in de Europese Unie zijn voortgebracht;

  2. in de Europese Unie geheel of gedeeltelijk zijn vervaardigd met gebruikmaking van materialen uit derde landen die zich in de Europese Unie in het vrije verkeer bevinden;

  3. zijn ingevoerd uit derde landen en zich in de Europese Unie in het vrije verkeer bevinden;

Goederen uit derde landen bevinden zich in het vrije verkeer van de Europese Unie als de invoerformaliteiten in de Europese Unie zijn vervuld en de verschuldigde douanerechten en heffingen van gelijke werking zijn voldaan. Bovendien mag er geen gehele of gedeeltelijke teruggave van de invoerrechten of heffingen zijn verleend.

De procedure bij afgifte van certificaten A.TR. voor goederen in het vrije verkeer van de Europese Unie (Uniegoederen) verloopt als volgt:

  1. De exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger overhandigt u een formulier A.TR. in enkelvoud.

  2. Er volgen nu enkele ambtelijke werkzaamheden:

    1. Ga na of de goederen van herkomst zijn uit het vrije verkeer. Is dat niet het geval, dan viseert u het formulier niet maar geeft het onbehandeld terug.

    2. Ga na of het formulier is ingevuld en opgemaakt in overeenstemming met de op de achterzijde van het formulier gegeven aanwijzingen. Als het formulier hieraan niet voldoet, geeft u het, onder opgaaf van redenen, onbehandeld terug.

    3. Beoordeel of de goederen zodanig op het formulier zijn omschreven dat u ze aan de hand van die omschrijving kunt identificeren. Als u de goederen aan de hand van de omschrijving niet kunt identificeren, geeft u het formulier, onder opgaaf van redenen, onbehandeld terug.

    4. Trek een horizontale lijn in het vak goederenomschrijving onmiddellijk na de laatste vermelding.

    5. Op de met betrekking tot de uitvoer ingeleverde aangifte (EX A) moet de exporteur of diens gemachtigde de aantekening "A.TR. -certificaat" (linksboven in letters van ongeveer 1 cm hoogte) en het nummer van het af te geven certificaat, hebben aangebracht. Is dat niet het geval, stel dan de exporteur of diens gemachtigde in de gelegenheid dit alsnog te verzorgen.

    6. Als aan de in 1. t/m 5. omschreven criteria is voldaan, viseert u het formulier. Door deze handeling maakt u het formulier tot certificaat. Het viseren houdt het volgende in: Vul in vak 12 op de daarvoor bestemde plaatsen in:

      • het soort en het nummer van de aangifte ten uitvoer bij het certificaat hoort;

      • de datum van afgifte van de aangifte ten uitvoer;

      • de naam van uw douanekantoor;

      • de naam van het land van afgifte van het certificaat (dus "Nederland");

      • de plaats van afgifte van het certificaat;

      • de datum van afgifte van het certificaat;

      • uw handtekening met daaronder uw naam in blokletters.

    7. Plaats tot slot een duidelijke afdruk van het metalen dienststempel in het rechtergedeelte van vak 12.

  3. Geef het geviseerde certificaat terug aan de exporteur of diens gemachtigde.

Afgifte na de uitvoer

In principe maakt u een certificaat A.TR. geldig op het moment van uitvoer van de goederen naar Turkije. Onder bepaalde voorwaarden kunt u echter ook certificaten A.TR. geldig maken na de uitvoer van de goederen.

Deze zogenaamde afgifte achteraf beperkt zich echter tot uitzonderingsgevallen; alleen als ten gevolge van een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden het certificaat A.TR. niet bij de uitvoer is geviseerd, geeft u alsnog een certificaat af. Het is dus niet de bedoeling dat van de uitzondering een gebruikelijke procedure wordt gemaakt.

Voordat u tot afgifte achteraf van het certificaat A.TR. kunt overgaan, moet door de exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger een daartoe strekkend verzoek zijn ingediend bij de inspecteur. De inspecteur heeft deze werkzaamheden gedelegeerd aan ambtenaren van het kantoor van uitvoer. De exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger moet zijn verzoek aan dit kantoor zenden.

Om een spoedige behandeling van het verzoek te bevorderen, moet de exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger:

  1. op het verzoek de woorden te vermelden "certificaten na de uitvoer";

  2. opgave te doen van:

    • de naam van de exporteur van de goederen;

    • het vervoermiddel (bijvoorbeeld de naam van het schip, het kenteken van het voertuig) waarmee de goederen zijn uitgegaan;

    • nummer van de aangifte(n) ten uitvoer;

    • datum van aangifte(n) ten uitvoer;

    • datum waarop en het douanekantoor waar de goederen daadwerkelijk zijn vertrokken richting Turkije;

    • de omstandigheden waaraan het te wijten is dat de visering achteraf wordt gevraagd.

Voordat u het certificaat viseert stelt u vast:

  1. dat de goederen in het gebied van uw eenheid aanwezig zijn geweest. Als de goederen de Europese Unie per schip hebben verlaten kunt u dit nagaan door het zogenaamde "uitgaande manifest" te controleren;

  2. dat er sprake is van een vergissing, een onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden;

  3. dat het certificaat in vak 13 is ondertekend door de exporteur. Als het certificaat is ondertekend door een gemachtigde, aanvaardt u dat alleen als de gemachtigde daarbij een machtiging van de exporteur overlegt;

  4. dat de goederen daadwerkelijk naar Turkije zijn uitgevoerd.

Bij visering verricht u de eerder de eerder onder 5.3.1. vermelde handelingen. Het enige afwijkende ten opzichte van die werkzaamheden is, dat u op achteraf af te geven certificaten in het vak 8 de vermelding "Afgegeven á posteriori" plaatst.

Duplicaten

U geeft alleen een duplicaat af op schriftelijk verzoek van de exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger. Uiteraard geeft u dat duplicaat pas af nadat u heeft vastgesteld dat het teloorgegane certificaat A.TR. op uw douanekantoor is afgegeven.
Kunt u dat laatste niet vaststellen of blijkt dat het teloorgegane certificaat op een ander douanekantoor is afgegeven, dan geeft u geen duplicaat af en verwijst u de exporteur of diens gemachtigde naar het andere douanekantoor.
Bij het verzoek moet de exporteur of diens gemachtigde een volledig ingevuld exemplaar van het certificaat overleggen. Voorts moet men aannemelijk maken dat al eerder een certificaat A.TR. werd afgegeven.

U verricht de volgende werkzaamheden:

  1. Stel in vak 8 de aantekening "DUPLICATE", alsmede de clausule "original certificate no...... issued on . .....(datum) in ...........(land en plaats van afgifte).

  2. Voorzie die aantekening van een afdruk van het metalen dienststempel en van een paraaf.

  3. Stel vast dat de verklaring van de exporteur hetzelfde gedateerd is als de verklaring op het originele certificaat.

  4. Viseer het certificaat.

Splitsing/vervanging

Certificaten A.TR. kunnen worden gesplitst. De procedure is gelijk aan de vervangingsprocedure bij certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en EUR-MED. (zie paragraaf 7.9.)
In vak 8 van het vervangende certificaat A.TR. moet de volgende aantekening worden gesteld: "replacement certificate (original A.TR. no. ………. issued on ……….(datum)"
U bewaart het oorspronkelijke certificaat en kopieën van de afgegeven vervangingscertificaten gedurende drie jaar op uw eenheid.
De geldigheidsduur van de vervangingscertificaten is gelijk aan die van het oorspronkelijke certificaat.

Let op!

De douane-unie heeft geen betrekking op kolen en ijzer- en staalproducten en op bepaalde landbouwproducten. (Zie voor een overzicht van deze producten Bijlage 3 van dit onderdeel van het Handboek Douane) De douane-unie heeft evenmin betrekking op bij invoer in Turkije eventueel verschuldigde antidumpingrechten indien de goederen van een bepaalde oorsprong zijn.

Naar boven

5.13 Uitvoer van tabak naar Andorra

Op 29 november 2001 is voor tabaksproducten van de GS posten 2402 en 2403 die zijn vervaardigd uit ruwe tabak die zich in de Europese Unie in het vrije verkeer bevinden een speciale regeling tot stand gekomen. Deze regeling geeft uitvoering aan artikel 12, lid 2 van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Andorra en voorziet in een preferentiële behandeling bij invoer van deze Uniegoederen in Andorra.

Certificaat

Als bewijs dat de goederen aan deze eisen voldoen dient een speciaal vastgesteld certificaat dat wordt afgegeven bij uitvoer uit de Europese Unie. Het model van dit certificaat is opgenomen als bijlage bij Verordening (EG) nr. 2302/2001. Omdat in Nederland tot dusver niet of nauwelijks gebruik van deze regeling is gemaakt is er van af te zien dit certificaat in Nederland in druk te nemen. Exporteurs die van deze regeling gebruik willen maken dienen het certificaat zelf vervaardigen.

Afgifte certificaat

Het certificaat wordt op verzoek van de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger afgegeven door de Douane indien de producten de vereiste bewerkingen in de Europese Unie hebben ondergaan en zijn vervaardigd uit ruwe tabak van herkomst uit het vrije verkeer van de Europese Unie. De afgifte geschiedt zonder tussenkomst van de Kamer van Koophandel op het moment dat de douaneaangifte ten uitvoer wordt gedaan. In uitzonderingsgevallen mag de afgifte achteraf (tot maximaal 3 maanden na de uitvoer) plaatsvinden.

Geldigheidsduur van het certificaat

Het certificaat is 4 maanden geldig en moet binnen deze termijn bij de Andorrese Douane worden ingediend. Onder speciale voorwaarden is aanvaarding na deze termijn mogelijk.

Verbod op teruggaaf of vrijstelling van invoerrechten

Voor de ruwe tabak die is gebruikt bij de vervaardiging van de tabaksproducten en waarvoor bij uitvoer een certificaat is afgegeven kan geen teruggaaf of vrijstelling van invoerrechten plaatsvinden. De bepalingen die in paragraaf 2.15. staan zijn hier van toepassing.

Bewaarplicht certificaten en bewijsstukken

De exporteur of diens gemachtigde die om afgifte van een certificaat heeft verzocht dient alle bewijsstukken aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de tabaksproducten de vereiste bewerkingen hebben ondergaan en Uniegoederen zijn, ten minste 7 jaar te bewaren.

Administratieve samenwerking

De bepalingen die in Hoofdstuk 9 staan voor de controle achteraf zijn ook op deze certificaten van toepassing.

Naar boven