Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

23.00.00 Uitgaan

1 Inleiding

In dit onderdeel van het Handboek wordt ingegaan op de formaliteiten die moeten worden vervuld als goederen het douanegebied van de Unie verlaten. Het verlaten van het douanegebied van de Unie wordt ook aangeduid met ‘uitgaan’.

Uitgaan is het sluitstuk van de verplichtingen die ontstaan als Uniegoederen worden geplaatst onder de regeling uitvoer of de regeling passieve veredeling of als voor niet-Uniegoederen een aangifte tot wederuitvoer wordt gedaan. Nadat de douane de goederen voor uitvoer heeft vrijgegeven, moeten zij het douanegebied van de Unie nog verlaten.

De formaliteiten bij uitgaan zijn opgenomen in de artikelen:

  • 263 - 268 en 271 - 277 DWU

  • 244 - 247 GVo.DWU

  • 326 - 335 en 341-344 UVo.DWU

  • 5:1 Algemene douanewet (Adw)

  • 6:1 - 6:5 Algemene douaneregeling (Adr)

Een overzicht van de landen en gebieden die tot het douanegebied van de Unie behoren kunt u vinden op www.douane.nl.

De formaliteiten bij uitgaan omvatten alle formaliteiten die moeten worden vervuld vanaf het moment dat de douane, na verificatie van een aangifte ten uitvoer of een aangifte tot wederuitvoer, de goederen heeft vrijgegeven voor (weder)uitvoer tot het moment waarop de goederen het douanegebied van de Unie daadwerkelijk hebben verlaten. Ook als voor de goederen die zullen uitgaan geen aangifte ten uitvoer of geen aangifte tot wederuitvoer hoeft te worden gedaan, moeten bij het uitgaan formaliteiten worden vervuld. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat een summiere aangifte bij uitgaan moet worden ingediend.

Goederen die het douanegebied van de Unie gaan verlaten:

  1. moeten vergezeld gaan van een aangifte vóór vertrek. Deze moet de gegevens bevatten die nodig zijn voor een risicoanalyse voor veiligheidsdoeleinden;

  2. zijn onderworpen aan douanetoezicht en kunnen worden onderworpen aan douanecontroles;

  3. moeten, als de douane dat voorschrijft, langs een voorgeschreven route en binnen een voorgeschreven termijn het douanegebied van de Unie verlaten;

  4. komen, indien van toepassing, in aanmerking voor terugbetaling of kwijtschelding van invoerrechten, betaling van restituties, inning van uitvoerrechten en andere heffingen en toepassing van verboden, beperkingen en handelspolitieke maatregelen;

  5. moeten worden aangebracht bij het douanekantoor van uitgang;

  6. worden door de douane voor uitgaan vrijgegeven op voorwaarde dat zij het douanegebied van de Unie verlaten in dezelfde staat als op het tijdstip van de douaneaangifte of aangifte tot wederuitvoer was aanvaard of de summiere aangifte bij uitgaan was ingediend.

( Artikelen 263 en 267 DWU )

Voor goederen die uitsluitend door de territoriale wateren of het luchtruim van het douanegebied van de Unie worden vervoerd zonder dat er een tussenstop wordt gemaakt in dit gebied, hoeven bij het verlaten van het douanegebied van de Unie geen formaliteiten te worden vervuld.

Doordat Nederland geen landgrenzen met derde landen heeft, verlaten goederen vanuit Nederland het douanegebied van de Unie vrijwel altijd over zee of door de lucht. Uitzonderingen hierop vormen het uitgaan door een pijpleiding (gas) of een elektriciteitsleiding (elektriciteit).

Let op!

In dit onderdeel wordt niet ingegaan op de –aangifteprocedure voor een –douaneaangifte of een aangifte tot wederuitvoer. Daarvoor wordt verwezen naar de onderdelen van dit Handboek die hier specifiek betrekking op hebben (12.00.00 en 20.00.00).

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de algemene bepalingen bij uitgaan.