Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

14.20.00 Unie en Gemeenschappelijk Douanevervoer

7 Vervoer via een vaste transportinrichting

Voor het vervoer van goederen via een vaste transportinrichting geldt een bijzondere regeling. In dit hoofdstuk vindt u hierover informatie.

Naar boven

7.1 Algemeen

7.1.1 Vaste transportinrichting

Onder een vaste transportinrichting wordt verstaan, technische middelen en installaties die een constant transport mogelijk maken van goederen zoals elektriciteit, gas en olie. Een hoogspanningsnetwerk voor elektriciteit en een stelsel van pijpleidingen (onder- en bovengronds) zijn meer gebruikte termen voor de vaste transportinrichting.
(artikel 1, lid 12 GVo. DWU)

Naar boven

7.1.2 Verplichte toepassing Uniedouanevervoer

De regeling Uniedouanevervoer is verplicht als goederen worden vervoerd via een vaste transportinrichting.
(artikel 321 UVo. DWU)

Voor gas en olie die via een vaste inrichting het douanegebied van de Unie binnenkomen en elektriciteit dat het douanegebied van de Unie binnenkomt, blijft de summiere aangifte bij binnenbrengen achterwege.
(artikel 104, lid 1, letters b en c GVo. DWU)

Op het moment dat goederen via de vaste transportinrichting het douanegebied van de Unie binnenkomen, worden deze geacht te zijn geplaatst onder de regeling Uniedouanevervoer. Door deze fictie is het indienen van een aangifte in NCTS niet vereist. De overige bepalingen van douanevervoer en de verplichtingen die de betrokken personen, zoals de aangever, houder van de regeling en de vervoerder hebben, zijn onverkort van toepassing.
(artikel 321, lid 1 UVo. DWU)

Wanneer goederen zich al bevinden in het douanegebied van de Unie worden deze geacht te zijn geplaatst onder de regeling Uniedouanevervoer op het moment dat de goederen de vaste transportinrichting ingaan.
(artikel 321, lid 2 UVo. DWU)

Naar boven

7.1.3 Houder en aangever van het Uniedouanevervoer

Als houder en als aangever voor het Uniedouanevervoer via een vaste transportinrichting is, afhankelijk van de situatie één van de volgende personen aan te merken:

  • de exploitant van de pijpleiding die is gevestigd in de lidstaat waar de goederen het douanegebied van de Unie binnenkomen;

  • de exploitant van de pijpleiding die is gevestigd in de lidstaat waar het vervoer begint.

(artikel 5, lid 35 DWU; artikel 321, lid 3 UVo. DWU)

Naar boven

7.1.4 Vervoerder van de goederen

De vervoerder van goederen via de vaste transportinrichting die wetenschap heeft van het feit dat er sprake is van Uniedouanevervoer heeft de verplichting de bepalingen van de regeling Uniedouanevervoer na te komen. Bij het vervoer van goederen via een vaste transportinrichting wordt als vervoerder aangemerkt de exploitant van de pijpleiding die is gevestigd in de lidstaat over het grondgebied waarvan de goederen door de pijpleiding worden vervoerd.
(artikel 233, lid 4 DWU; artikel 321, lid 4 UVo. DWU)

Naar boven

7.1.5 Einde van het Uniedouanevervoer

Het Uniedouanevervoer wordt geacht te zijn geëindigd op het moment dat uit de bedrijfsadministratie van de geadresseerde of die van de exploitant blijkt dat de vervoerde goederen:

  • In de fabrieksinstallatie van de geadresseerde zijn aangekomen;

  • In het distributienetwerk van de geadresseerde zijn binnengekomen;

  • Het douanegebied van de Unie hebben verlaten.
    (artikel 321, lid 5 UVo. DWU)

Naar boven

7.1.6 Inrichten douanetoezicht

De houder van de regeling en de betrokken douane-administraties bepalen in onderling overleg op welke wijze het douanetoezicht is ingericht op via de vaste transportinrichting vervoerde goederen. Zie hiervoor ook het formulier op de website www.douane.nl “Toelichting en algemene voorwaarden Overeenstemming vervoer via vaste transportinrichting”.
(artikel 321, lid 3 UVo. DWU)

Onderdeel van dit overleg betreft de wijze waarop de houder van de regeling opvolgende douaneregelingen verzorgt of laat verzorgen, bijvoorbeeld de douaneaangifte voor de douaneregeling brengen in het vrije verkeer.

Let op!

Houd rekening met eventuele meet- en weegverschillen.
Het vervoer vindt plaats via een gesloten systeem van pijpleidingen, waardoor er bij dit vervoer praktisch geen verschillen voorkomen. Als er toch verschillen voorkomen, dan moet men denken in promille. Deze verschillen moeten echter wel worden aangetoond.

Als er boven de toegestane meet- en weegverschillen geen onregelmatigheden geconstateerd worden, dan is de regeling communautair douanevervoer in de gecontroleerde periode gezuiverd.

Naar boven