Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

40.04.00 Overbrenging afvalstoffen (EVOA)

7 EVOA-procedures

7.1 Inleiding

Welke EVOA-procedure voor het brengen van afvalstoffen onder een douaneregeling van toepassing is, hangt af van de beantwoording van vier vragen.

De controle van de Douane richt zich in eerste instantie op de bescheiden en kan zo nodig gevolgd worden door een fysieke controle. Dit is (mede) afhankelijk van de controleopdracht.

Als de controle van de bescheiden daartoe aanleiding geeft, schakelt de behandelend douaneambtenaar de vraagbaak Afvalstoffen in. Bij een fysieke controle wordt altijd de vraagbaak Afvalstoffen ingeschakeld. Uitsluitend de vraagbaak kan voor inlichtingen en advies een beroep doen op het MIC. De vraagbaak kan daarbij verzoeken om ondersteuning op locatie.

Voor de toepasselijke EVOA-procedure is voor de Douane het volgende onderscheid van belang:

In dit hoofdstuk worden alleen die onderdelen van de procedures benoemd die van belang zijn voor de taak en werkzaamheden van de Douane.

Naar boven

7.2 Verplichting tot afgeven van een fotokopie van het vervoersdocument

De EVOA kent voor bepaalde afvalstoffen de verplichting voor de vervoerder om een fotokopie van het vervoersdocument af te geven:

  • bij het binnenbrengen, bij het douanekantoor van binnenkomst (artikel 42, lid 3, letter c EVOA)

  • bij uitvoer bij het douanekantoor van uitvoer (artikel 35, lid 3, letter c en artikel 38, lid 3, letter b EVOA)

  • bij het uitgaan uit de Unie bij het douanekantoor van uitgang (artikel 35, lid 3,letter c en artikel 38, lid 3, letter b EVOA)

  • bij het binnenbrengen en het uitgaan in het kader van doorvoer (artikel 47 en 48 EVOA)

Douane controleert op toegestane douaneregeling

Goederen die de Unie uitgaan, worden binnengebracht en aangegeven, zijn onderworpen aan douanetoezicht en moeten onmiddellijk worden aangebracht. Daarna moeten de goederen onder een douaneregeling worden geplaatst.

Naar boven

7.2.1 Verplichting bij douanekantoor van binnenkomst

Bij het binnenbrengen van voor verwijdering bestemde afvalstoffen, oranjelijstafvalstoffen en niet genoemde afvalstoffen is de vervoerder verplicht een fotokopie het vervoersdocument aan het douanekantoor van binnenkomst af te geven (artikel 42, lid 2, letter c EVOA).

Naar boven

7.2.2 Verplichting bij douanekantoor van uitgang

Bij het uitgaan van afvalstoffen en de toepassing van de EVOA-procedures is naast het kantoor van uitvoer, het kantoor van uitgang van belang. Het kantoor van uitgang houdt toezicht en controle op het daadwerkelijk uitgaan van de afvalstoffen uit de Unie.

Bij toepassing van de douaneregeling uitvoer wordt door de vervoerder een fotokopie van het vervoersdocument afgegeven aan het laatste douanekantoor van uitgang als de afvalstoffen de Unie verlaten (artikel 35, lid 2, letter c en artikel 38, lid 3, letter b EVOA).

Bij toepassing van de douanebestemming wederuitvoer (doorvoer voor de EVOA) is het kantoor van uitgang ook van belang. Dit kantoor houdt toezicht en controle op het daadwerkelijk uitgaan van de afvalstoffen uit de Unie. Ook in dit geval wordt door de vervoerder een fotokopie van het vervoersdocument afgegeven aan het laatste douanekantoor van uitgang als de afvalstoffen de Unie verlaten (artikel 47 en 48 EVOA).

Als het douanekantoor van uitgang tevens het kantoor van uitvoer is, kunnen alle werkzaamheden in één keer plaatsvinden.

Naar boven

7.2.3 Kantoor van uitvoer en afgeven van fotokopie van het vervoersdocument

De controlebepalingen van de DWU zijn specifieke handelingen die onder andere betrekking hebben op de:

  • verificatie van aangiften

  • grondige opneming van goederen

  • controle op de aanwezigheid en echtheid van documenten

  • controle van vervoermiddelen en soortgelijke handelingen

Deze bepalingen zijn opgenomen om te controleren of de wetgeving wordt nageleefd.

Deze controle betreft niet alleen de douanewetgeving, maar ook andere (niet-fiscale) wettelijke communautaire en nationale bepalingen voor goederen die onder douanetoezicht.

Aanvaarding van de aangifte

Aanvaarding is de eerste handeling die de Douane verricht bij een aangifte. Het betekent acceptatie van de bestemming die de aangever aan de goederen wil geven.

Een aangifte wordt niet zomaar aanvaard. De goederen moeten worden aangebracht en tevens moet de aangever de benodigde bescheiden bij de aangifte overleggen. De Douane stelt vast of alle benodigde bescheiden en gegevens zijn verstrekt en beoordeelt of de goederen kunnen worden vrijgegeven voor de aangegeven douaneregeling.

De goederen worden niet vrijgegeven als er verbods- of beperkende maatregelen van toepassing zijn Dit kunnen dus de niet-fiscale douanevoorschriften zijn (Handboek Douane, onderdeel 12.00.00).

Samenvatting

De EVOA bevat dus een verplichting om een fotokopie van het vervoersdocument af te geven bij:

  • douanekantoor van binnenkomst

  • douanekantoor van uitvoer

  • douanekantoor van uitgang

Bij de controle door de Douane op de toegestane douanebestemming worden de verplichtingen vanuit de EVOA in acht genomen. Er is geen verplichting vanuit de douanewetgeving om een fotokopie van het vervoerdocument te overleggen bij de aangifte. De Douane kan er wel naar vragen.

Naar boven

7.2.4 Geen aangewezen kantoren van uitgang en binnenkomst in Nederland

In de EVOA bestaat de mogelijkheid dat de lidstaten voor de overbrenging van afvalstoffen naar en uit de Unie douanekantoren van binnenkomst en uitgang kunnen aanwijzen (artikel 55 EVOA).

Als er kantoren zijn aangewezen, mogen geen andere grensovergangen voor het binnenkomen of verlaten van de Unie worden gebruikt. In Nederland zijn ter zake hiervan geen beperkingen vastgesteld. Er zijn geen kantoren van uitgang of binnenkomst voor afvalstoffen aangewezen.

Naar boven

7.3 Schematische weergave EVOA-procedures

In het hierna volgende schema treft u een vereenvoudigde weergave aan van de EVOA-procedures voor de overbrenging van afvalstoffen. U kunt daarmee snel beoordelen of, en zo ja, welke bescheiden aanwezig moeten zijn bij een bepaalde overbrenging.

Samengevat komt dit op het volgende neer:

Schema

 

Meer informatie over procedure I, over procedure II of over procedure III staat in de paragraaf Toelichting op procedures uit schema.

Naar boven

7.3.1 Toelichting op procedures uit schema

De onderstaande toelichtingen op de toepasselijke EVOA-procedures zijn vereenvoudigd. Alleen onderdelen die relevant zijn voor de taak van de Douane zijn opgenomen.

In de procedure hoofdstukken In het vrije verkeer brengen, uitvoer en doorvoer zijn meer gedetailleerde schema’s opgenomen.

Procedure I

Deze overbrengingen vallen onder de kennisgevingsprocedure (EVOA, artikel 3). Bij deze overbrenging moet altijd aanwezig zijn een origineel vervoersdocument, een fotokopie van het kennisgevingsdocument en de voorwaarden waaronder de toestemming is verleend (EVOA, artikel 16, letter c). Bij binnenkomst, uitvoer en uitgaan moet volgens de EVOA altijd door de vervoerder een fotokopie van het vervoersdocument afgegeven worden.

Procedure II

Bij deze overbrenging moet de originele Bijlage VII-informatie aanwezig zijn. Het is niet verplicht om de Bijlage VII-informatie bij het doen van de aangifte te overleggen, maar u kunt er wel naar vragen.

Procedure III

Niet-OESO-landen kunnen kenbaar maken welke groenelijstafvalstoffen ze onder welke EVOA-procedure willen ontvangen (EVOA, artikel 37). Het land van bestemming geeft aan of voor de afvalstoffen:

In de Landenlijst vindt u een overzicht.

In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de verschillende EVOA-procedures.

Naar boven

7.4 Binnenbrengen van afvalstoffen: twee situaties

Bij het binnenbrengen van afvalstoffen is voor de toe te passen EVOA-procedure en de werkzaamheden van het kantoor van binnenkomst het volgende onderscheid van belang:

  1. Voorafgaande kennisgevingsprocedure: het binnenbrengen van voor verwijdering bestemde afvalstoffen en van oranjelijstafvalstoffen of niet genoemde afvalstoffen.

  2. Geen voorafgaande kennisgevingsprocedure. Wel moet de originele Bijlage VII-informatie aanwezig zijn bij het binnenbrengen van groenelijstafvalstoffen.

Het kantoor van binnenkomst in de Unie is soms ook kantoor van aangifte ten invoer. De werkzaamheden bij het binnenbrengen en de behandeling van de aangifte kunnen dan in één keer plaatsvinden.

Naar boven

7.4.1 Situatie 1: binnenbrengen voor verwijdering, oranjelijst- en niet-genoemde afvalstoffen

Bij het binnenbrengen van voor verwijdering bestemde afvalstoffen, oranjelijstafvalstoffen en niet-genoemde afvalstoffen, zendt de autoriteit van bestemming een afgestempeld fotokopie van hun toestemming aan het douanekantoor van binnenkomst (EVOA, artikel 42, lid 3, letter b). Dit toegezonden afgestempelde fotokopie behoeft verder geen behandeling en kan worden gearchiveerd.

In vak 6 van het vervoersdocument is de feitelijke transportdatum van de afvalstoffen aangegeven. De driewerkdagenmelding moet voorkomen dat een kennisgeving voor de overbrenging meerdere malen wordt gebruikt. De Douane heeft een beperkte controletaak. De vraagbaak Afvalstoffen controleert bij het MIC de naleving van deze verplichting als er concrete aanwijzingen bestaan dat deze melding achterwege is gebleven.

U verricht de volgende werkzaamheden:

Binnenbrengen met bestemming Nederland of een andere lidstaat voor verwijdering bestemde afvalstoffen

  1. Plaats in vak 20 van het fotokopie van het vervoersdocument een afdruk van het stalen dienststempel en een handtekening.

  2. De vraagbaak Afvalstoffen gaat bij het MIC na - als daartoe aanleiding bestaat - of het transport 3 werkdagen voor het daadwerkelijke vertrek is aangemeld.

  3. Geef het afgestempelde fotokopie van het vervoersdocument aan de vraagbaak. Deze zendt de behandelde exemplaren wekelijks naar de ILT Afdeling EVOA Vergunningen

Het originele vervoersdocument gaat met de zending mee tot de bestemming.

Naar boven

7.4.2 Situatie 2: binnenbrengen van groenelijstafvalstoffen

Voor groenelijstafvalstoffen voor nuttige toepassing geldt bij het binnenbrengen in de Unie de procedure van Bijlage VII-informatie
(artikel 3, lid 2 EVOA).

In het proces aangiftebehandeling vinden diverse werkzaamheden plaats en kan een overeenstemmingscontrole plaatsvinden. Door een fysieke controle kan worden nagegaan of het inderdaad afvalstoffen van de groene lijst betreft. Voordat een fysieke controle wordt uitgevoerd, wordt altijd contact opgenomen met de vraagbaak Afvalstoffen.

Naar boven

7.5 In het vrije verkeer brengen afvalstoffen: twee situaties

Beslisschema Invoer

A: Kennisgevingsprocedure

B: Verbod

C: raadpleeg de Vo.1418/2007 voor de procedure

D: Bijlage VII

 

Bij invoer voor de EVOA gaat het om afvalstoffen die van buiten de Unie worden vervoerd met als bestemming Nederland of een andere lidstaat. Het gaat dus om afvalstoffen die ontstaan of geproduceerd zijn in landen of gebieden die niet tot de Unie behoren en in het vrije verkeer van de Unie worden gebracht.

De volgende twee situaties zijn mogelijk bij het in het vrije verkeer brengen:

  1. a. voorafgaande kennisgevingsprocedure: het binnenbrengen van voor verwijdering bestemde afvalstoffen en van oranjelijstafvalstoffen of niet genoemde afvalstoffen

  2. b. geen voorafgaande kennisgevingsprocedure. Wel moet de originele Bijlage VII-informatie aanwezig zijn bij het binnenbrengen van groenelijstafvalstoffen

Naar boven

7.5.1 Situatie 1: invoer afvalstoffen met kennisgevingsprocedure

Bij de overbrenging van afvalstoffen met als doel deze in het vrije verkeer van de Unie te brengen, geldt een voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming voor de volgende afvalstoffen:

Bij de overbrenging van de bovengenoemde afvalstoffen moet:

  • een kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten plaatsvinden en deze moeten daarvoor toestemming hebben verleend

  • altijd aanwezig zijn een origineel vervoersdocument, een fotofotokopie van het kennisgevingsdocument en de voorwaarden waaronder de toestemming is verleend (EVOA, artikel 16, letter c)

De EVOA (EVOA, artikel 42, lid 3, letter c) schrijft voor dat de vervoerder aan het douanekantoor van binnenkomst een fotofotokopie van het vervoersdocument afgeeft. Deze verplichting geldt niet voor het douanekantoor van invoer. U plaatst geen ambtelijke aantekeningen op het overgelegde fotokopie van het vervoersdocument bij de aangifte voor het in het vrije verkeer brengen. Het douanekantoor van binnenkomst heeft dit fotokopie reeds behandeld.

In het proces aangiftebehandeling vinden diverse werkzaamheden plaats en kan een overeenstemmingscontrole plaatsvinden. Door een fysieke controle kan worden nagegaan of het inderdaad om oranjelijst- of niet genoemde afvalstoffen gaat. Voordat een fysieke controle wordt uitgevoerd, wordt contact opgenomen met de vraagbaak Afvalstoffen. De determinatie van niet genoemde afvalstoffen is complex en afhankelijk van een standpunt van de ILT. De vraagbaak Afvalstoffen neemt altijd contact op met MIC. Het MIC beslist over de uiteindelijke classificatie.

Naar boven

7.5.2 Situatie 2: invoer afvalstoffen zonder kennisgevingsprocedure

Voor groenelijstafvalstoffen is er geen invoerverbod en geldt ook geen kennisgevingsprocedure. Wel moet bij deze overbrenging de originele Bijlage VII-informatie aanwezig zijn (EVOA, artikel 3, lid 2).

De Bijlage VII-informatie is geen verplicht te overleggen bescheid bij het doen van een douaneaangifte, maar u kunt er wel om vragen als daar aanleiding toe bestaat.

In het proces aangiftebehandeling vinden diverse werkzaamheden plaats en kan een overeenstemmingscontrole plaatsvinden. Door een fysieke controle kan worden nagegaan of het inderdaad afvalstoffen van de groene lijst betreft. Voordat een fysieke controle wordt uitgevoerd, wordt altijd contact opgenomen met de vraagbaak Afvalstoffen.

Naar boven

7.6 Uitvoer van afvalstoffen: vier situaties

De EVOA-procedure bij de aangifte voor het plaatsen van afvalstoffen onder de douaneregeling uitvoer is afhankelijk van:

  • de aard en samenstelling van de afvalstof (op welke lijst komt de afvalstof voor?)

  • het doel van de overbrenging (nuttige toepassing of verwijdering)

  • het land van bestemming (OESO-land of niet-OESO-land)

Voor de uitvoer en de EVOA-procedures van afvalstoffen is, naast het kantoor van aangifte, het kantoor van uitgang van belang. Dit kantoor houdt toezicht en controle op de fysieke overbrenging van de afvalstoffen uit de Unie. Een fotokopie van het vervoersdocument wordt door de vervoerder afgegeven aan het laatste douanekantoor van uitgang als de afvalstoffen de Unie verlaten.

Als het kantoor van de aangifte ten uitvoer ook het douanekantoor van uitgang is, kunnen de werkzaamheden in één keer plaatsvinden.

In vak 6 van het vervoersdocument is de feitelijke transportdatum van de afvalstoffen aangegeven. De driewerkdagenmelding moet voorkomen dat een kennisgeving voor de overbrenging meerdere malen wordt gebruikt. De Douane heeft een beperkte controletaak. De Douane controleert bij het MIC de naleving van deze verplichting als er concrete aanwijzingen bestaan dat deze melding achterwege is gebleven.

De volgende vier situaties zijn van belang bij het plaatsen van afvalstoffen onder de douaneregeling uitvoer:

  1. Uitvoer met voorafgaande kennisgevingsprocedure

    • oranjelijst- of niet genoemde afvalstoffen

    • afvalstoffen met als doel verwijdering

Voorwaarde niet OESO-land voor groenelijstafvalstoffen.

  1. Uitvoer afvalstoffen voor nuttige toepassing uit Bijlage V van de EVOA(de Bazellijst).

  2. Uitvoer groenelijstafvalstoffen naar niet-OESO land (Landenlijst Vo.1418/2007)).

  3. Uitvoer groenelijstafvalstoffen naar OESO-land

Naar boven

7.6.1 Situatie 1: uitvoer met voorafgaande kennisgevingsprocedure

Een voorafgaande kennisgevingsprocedure is vereist voor de uitvoer van:

  • oranjelijst-, of niet genoemde afvalstoffen

  • afvalstoffen met als doel verwijdering

Als het niet-OESO-land voor groenelijstafvalstoffen deze voorwaarde stelt

Voor de overbrenging van oranjelijstafvalstoffen en niet genoemde afvalstoffen wordt dezelfde EVOA-procedure gevolgd als bij de uitvoer van afvalstoffen voor verwijdering naar EVA-landen die ook lid zijn van het verdrag van Bazel.

De uitvoer van afvalstoffen voor verwijdering is verboden. Dit verbod geldt niet bij uitvoer naar EVA-landen die ook lid zijn van het verdrag van Bazel (EVOA, artikel 34).

Bij de overbrenging van de bovengenoemde afvalstoffen geldt het volgende:

  • een voorafgaande kennisgevingsprocedure is vereist

  • de bevoegde autoriteiten van verzending zenden een afgestempeld afschrift van hun toestemming voor de overbrenging aan het douanekantoor van uitvoer en aan het douanekantoor van uitgang uit de Unie

  • een fotokopie van het vervoersdocument wordt door de vervoerder afgegeven bij het douanekantoor van uitvoer en het douanekantoor van uitgang uit de Unie

  • er moet altijd een origineel vervoersdocument aanwezig zijn

  • zodra de afvalstoffen de Unie hebben verlaten, zendt het douanekantoor van uitgang een afgestempeld fotokopie van het vervoersdocument via de vraagbaak Afvalstoffen aan de ILT Afdeling EVOA Vergunningen

  • u gaat via de vraagbaak Afvalstoffen na bij het MIC na -als daartoe aanleiding bestaat- of het transport drie werkdagen voor het daadwerkelijke vertrek is aangemeld

Geen vrijgave uitvoer afvalstoffen met kennisgevingsprocedure

Als u een uitvoeraangifte voor een zending afvalstoffen waarvoor een kennisgevingsprocedure is vereist controleert, geeft u deze niet eerder vrij dan nadat u contact hebt opgenomen met een vraagbaak Afvalstoffen.

In het proces aangiftebehandeling vinden diverse werkzaamheden plaats en kan een overeenstemmingscontrole plaatsvinden. Door een fysieke controle kan worden nagegaan of het inderdaad de opgegeven afvalstoffen betreft. Voordat een fysieke controle wordt uitgevoerd, wordt contact opgenomen met de vraagbaak Afvalstoffen. U plaatst geen verdere ambtelijke aantekeningen op de fotokopie van het vervoersdocument. Het douanekantoor van uitgang zal de fotokopie van het vervoersdocument voor uitgaan afstempelen.

Naar boven

7.6.2 Situatie 2: uitvoer afvalstoffen van bijlage V voor nuttige toepassing

De uitvoer naar een niet-OESO-land van in bijlage V van de EVOA (EVOA, artikel 36) genoemde afvalstoffen voor nuttige toepassing is in principe verboden.

Dit verbod geldt echter niet als het gaat om afvalstoffen van bijlage V:

  • deel 1, lijst B

  • deel 2, zonder asterisk (*) en welke niet in deel 3 zijn vermeld

Bij de overbrenging van oranjelijstafvalstoffen waarvoor geen verbod van artikel 36 EVOA geldt, is het volgende van toepassing:

  • een voorafgaande kennisgevingsprocedure is vereist

  • de bevoegde autoriteiten van verzending zenden een afgestempeld afschrift van hun toestemming voor de overbrenging aan het douanekantoor van uitvoer en aan het douanekantoor van uitgang uit de Unie

  • een fotokopie van het vervoersdocument wordt door de vervoerder afgegeven bij het douanekantoor van uitvoer en het douanekantoor van uitgang uit de Unie

  • er moet altijd een origineel vervoersdocument bij het transport aanwezig zijn

Bij uitvoer van groenelijstafvalstoffen naar een niet-OESO-land moet wel de Landenlijst Vo.1418/2007 worden geraadpleegd voor het bepalen van:

  • de juiste procedure voor de groenelijstafvalstof

    en

  • het beoordelen van een eventueel invoerverbod in dat land van bestemming

Geen vrijgave bij toepassing Bijlage V

Als het noodzakelijk is om de Bijlage V van de EVOA te raadplegen, geeft u de goederen niet vrij alvorens u contact hebt opgenomen met de vraagbaak Afvalstoffen. De vraagbaak Afvalstoffen neemt bij twijfel contact op met het MIC, dit in verband met de complexiteit van de sublijsten van Bijlage V.

U plaatst geen verdere ambtelijke aantekeningen op het overgelegde fotokopie van het vervoersdocument. Het douanekantoor van uitgang zal het fotokopie van het vervoersdocument behandelen.

Naar boven

7.6.3 Situatie 3: uitvoer groenelijstafvalstoffen naar een niet-OESO-land (Landenlijst Vo.1418/2007)

De niet-OESO-landen hebben aangegeven welke groenelijstafvalstoffen ze willen ontvangen en onder welke voorwaarden. Ze kunnen ook aangeven dat ze geen groenelijstafvalstoffen willen ontvangen. In dat geval is er dus sprake van een uitvoerverbod van alle afvalstoffen naar dat specifieke niet-OESO-land.

Als een land niet gereageerd heeft, komt het niet voor op de landenlijst. In dat geval is altijd de kennisgevingsprocedure voor groenelijstafvalstoffen van toepassing.

Een overzicht van de niet-OESO-landen en de toepasselijke procedures voor groenelijstafvalstoffen staat in de Landenlijst. In de Landenlijst is per niet-OESO-land en per afvalstof aangegeven welke procedure van toepassing is.

Kennisgevingsprocedure verplicht
  • Een voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming is vereist.

  • De bevoegde autoriteiten van verzending zenden een afgestempeld afschrift van hun toestemming voor de overbrenging aan het douanekantoor van uitvoer en aan het douanekantoor van uitgang uit de Unie.

  • Een fotokopie van het vervoersdocument wordt door de vervoerder afgegeven bij het douanekantoor van uitvoer en het douanekantoor van uitgang uit de Unie.

  • Het transport gaat vergezeld van:

    • het vervoersdocument

    • de afschriften van het kennisgevingsdocument

    • de schriftelijke toestemming van het land van verzending en bestemming

    • eventueel aanvullende voorwaarden

U gaat via de vraagbaak Afvalstoffen bij het MIC na - als daartoe aanleiding bestaat - of het transport drie werkdagen voor het daadwerkelijke vertrek is aangemeld.

U plaatst geen verdere ambtelijke aantekeningen op het fotokopie van het vervoersdocument. Het douanekantoor van uitgang zal het fotokopie van het vervoersdocument - als dit vereist is - behandelen.

Geen kennisgevingsprocedure verplicht

Hiervan is sprake als het niet-OESO-land van bestemming geen controleprocedure wenst. In dat geval moet wel de originele Bijlage VII-informatie bij het transport aanwezig zijn (artikel 37, lid 3 EVOA).

Beslisschema Uitvoer

A: Kennisgevingsprocedure

B: Verbod

C: raadpleeg de Vo.1418/2007 voor de procedure

D: Bijlage VII

 

Naar boven

7.6.4 Situatie 4: uitvoer groenelijstafvalstoffen naar OESO-landen

Voor de uitvoer van groenelijstafvalstoffen voor nuttige toepassing naar OESO-landen geldt dat de originele Bijlage VII-informatie bij het transport aanwezig moet zijn (artikel 38, lid 1 EVOA).

Naar boven

7.7 Doorvoer (wederuitvoer) van afvalstoffen: twee situaties

Doorvoer (artikel 2 lid 32 EVOA)

Doorvoer in de zin van de EVOA betekent dat de overbrenging van afvalstoffen begint en eindigt in een derde land met vervoer over een of meerdere lidstaten. Het vervoer tussen deze twee derde landen vindt onder douanetoezicht plaats over het grondgebied van de Unie (artikel 47 en 48 EVOA). De wederuitvoer in het DWU valt dus onder het begrip doorvoer van de EVOA.

Voor de EVOA-procedures bij de doorvoer van afvalstoffen, zijn de douanekantoren van binnenkomst en van uitgaan van belang. Deze kantoren houden toezicht en controle op de fysieke overbrenging van de afvalstoffen naar en uit de Unie. Een fotokopie van het vervoersdocument wordt door de vervoerder afgegeven aan het eerste kantoor van binnenkomst en het laatste douanekantoor van uitgang als de afvalstoffen de Unie binnenkomen en verlaten.

Als het kantoor van de aangifte ten uitvoer ook douanekantoor van uitgang is, kunnen de werkzaamheden in één keer plaatsvinden.

Voor de doorvoer van afvalstoffen bestaan twee EVOA-procedures:

  1. geen kennisgeving bij doorvoer van ‘groene lijst’-afvalstoffen

  2. kennisgeving bij doorvoer van afvalstoffen in alle andere gevallen

Naar boven

7.7.1 Situatie 1: geen kennisgevingsprocedure bij doorvoer van groenelijstafvalstoffen

Voor groenelijstafvalstoffen voor nuttige toepassing geldt bij het binnenbrengen en uitgaan bij de doorvoer uit de Unie de procedure van de Bijlage VII informatie (EVOA, artikel 3, lid 2).

Let op!

De Landenlijst is bij doorvoer van groenelijstafvalstoffen niet van toepassing. Voor een groenelijstafvalstof blijven bij doorvoer over het grondgebied van de Unie altijd de bepalingen voor de groenelijstafvalstoffen van toepassing.

Dit geldt voor een niet-OESO-land van bestemming, als op de Landenlijst is aangegeven dat voor die groenelijstafvalstof een zogenaamde kennisgevingsprocedure geldt. Met andere woorden: de Landenlijst is alleen van toepassing bij uitvoer en niet bij doorvoer van groenelijstafvalstoffen.

Beslisschema Doorvoer

A: Kennisgevingprocedure

B: Verbod

C: Raadpleeg Vo.1418/2007 voor procedure

D: Bijlage VII

 

Naar boven

7.7.2 Situatie 2: kennisgevingsprocedure doorvoer in overige gevallen

Bij de doorvoer van afvalstoffen voor verwijdering bestemde afvalstoffen, oranjelijstafvalstoffen of niet genoemde afvalstoffen moet:

Bij doorvoer van oranjelijstafvalstoffen, niet genoemde afvalstoffen of afvalstoffen die bestemd zijn voor verwijdering zenden de eerst bevoegde autoriteiten van doorvoer een afgestempeld exemplaar van hun toestemming aan het douanekantoor van binnenkomst en van uitgaan. Dit toegezonden exemplaar van de toestemming behoeft geen verdere behandeling en kan worden gearchiveerd.

Douanekantoor van binnenkomst

Ook moet de vervoerder een fotokopie van het vervoersdocument afgeven bij het douanekantoor van binnenkomst van de Unie (artikel 42 lid 2, letter c). De werkzaamheden die zijn vermeld in de paragraaf Situatie 1: binnenbrengen voor verwijdering, oranjelijst- en niet-genoemde afvalstoffen zijn van overeenkomstige toepassing.

Douanekantoor van uitgang

Het vervoer binnen de Unie tot aan het kantoor van uitgang vindt plaats onder douanetoezicht. De Douane stelt vast dat de afvalstoffen het grondgebied van de Unie daadwerkelijk hebben verlaten. Wanneer de afvalstoffen op het douanekantoor van uitgang uit de Unie aankomen, geeft de vervoerder een fotokopie van het vervoersdocument af aan de Douane (EVOA, artikel 42 lid 2, letter c).

U verricht de volgende werkzaamheden:

  1. Stel de daadwerkelijke uitgang van de afvalstoffen uit het grondgebied van de Unie vast.

  2. Vermeld de uitgang in vak 19 van het fotokopie van het vervoersdocument en plaats een afdruk van het stalen dienststempel.

  3. Geef het afgestempelde fotokopie van het vervoersdocument aan de vraagbaak. Deze zendt de behandelde exemplaren wekelijks naar de ILT Afdeling EVOA en Besluiten.

Het originele vervoersdocument gaat met de zending mee tot de uiteindelijke bestemming.

Naar boven

7.8 Geen taak bij afvalstoffen in het vrije verkeer van de Unie

De EVOA is ook bij de intracommunautaire overbrenging van de afvalstoffen in het vrije verkeer tussen lidstaten van de Unie van toepassing (EVOA, artikel 31 en 32).

Geen taak Douane

De Douane heeft geen taak en houdt geen toezicht op de overbrenging van afvalstoffen die zich in het vrije verkeer van de Unie bevinden.

Als u een onregelmatigheid constateert bij de overbrenging van afvalstoffen die zich in het vrije verkeer van de Unie bevinden, consulteert u in alle gevallen de vraagbaak Afvalstoffen. Deze neemt vervolgens contact op met de BFC. De zaak wordt overeenkomstig de aanwijzingen van de BFC afgehandeld. U handelt dit niet zelf af; de zaak wordt overgedragen aan de ILT.

Naar boven

7.9 Geen taak bij nationaal vervoer van afvalstoffen

Als communautaire afvalstoffen binnen Nederland worden overgebracht is de EVOA niet van toepassing, maar de bepalingen van de Wet Milieubeheer (Wm). De overbrenging van afvalstoffen vindt plaats op grond van nationale regelgeving.

Als u tijdens uw reguliere controlewerkzaamheden -bijvoorbeeld bij ambulant toezicht- een nationaal afvaltransport aantreft, heeft u daarin geen taak.

Contact met boetefraudecoördinator bij onregelmatigheid

Als u een vermoedelijke overtreding van de nationale afvalstoffenwetgeving constateert bij een nationaal transport, neemt u contact op met de boetefraudecoördinator/Contactambtenaar. U handelt dit niet zelf af; de zaak wordt overgedragen aan de politie.

Naar boven