Home 1 Fiscaal partnerschap 2 Loon, pensioen, uitkeringen en afkoopsommen 3 Reisaftrek openbaar vervoer 4 Revisierente 5 Inkomsten uit overig werk 6 Winst uit onderneming 7 Winst-en-verliesrekening en balans 8 Ondernemersaftrek en investeringsaftrek 9 Beschikbaar stellen van bezittingen 10 Eigen woning en restschuld vroegere eigen woning 11 Verzekeren of sparen voor de aflossing van uw hypotheek 12 Eigen woning met overwaarde verkocht: de bijleenregeling 13 Bezittingen en schulden (box 3) 14 Aanmerkelijk belang 15 Uitgaven voor inkomensvoorzieningen 16 Aftrek giften 17 Aftrek specifieke zorgkosten 18 Aftrek studiekosten 19 Aftrek betaalde partneralimentatie en andere onderhoudsverplichtingen 20 Aftrek voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten 21 Heffingskortingen 22 Afgezonderd Particulier Vermogen (APV) 23 Teruggekregen bedragen die u eerder hebt afgetrokken 24 Te verrekenen belasting 25 Te verrekenen verliezen 26 Te conserveren inkomen 27 Premie volksverzekeringen 28 Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 29 Belastingberekening 30 U woont buiten Nederland 31 Box 3 Werkelijk rendement 32 Peildatumarbitrage Fiscale informatie 2025 Fiscale informatie 2025
32 Peildatumarbitrage

1.1 Peildatumarbitrage: wanneer krijgt u ermee te maken?

U krijgt te maken met peildatumarbitrage als u rond 1 januari tijdelijk uw box 3-bezittingen of -schulden verplaatst om minder belasting te betalen.

Er zijn 2 situaties waarin dit gebeurt:

U verplaatst tijdelijk uw box 3-bezittingen rond 1 januari

Over geld op een bank- en spaarrekening betaalt u minder belasting dan over andere box 3-bezittingen, zoals beleggingen. Als u tijdelijk rond 1 januari box 3-bezittingen verplaatst naar bank-en spaarrekeningen om belasting te besparen, dan is er sprake van peildatumarbitrage.

Met tijdelijk verplaatsen van box 3-bezittingen bedoelen wij het volgende:

  • U verkoopt in de 3 maanden direct voor 1 januari bijvoorbeeld uw beleggingen. Hierdoor neemt het bedrag van uw bank- en spaarrekening(en) op 1 januari toe en neemt het bedrag van uw beleggingen af en
  • u koopt na 1 januari box 3-bezittingen aan en
  • tussen het verkoop en de aankoop zit niet meer dan 3 maanden.

U gaat tijdelijk box 3-schulden aan rond 1 januari

Er is ook sprake van peildatumarbitrage als u:

  • geld leent voor 1 januari waardoor het bedrag van uw bank- en spaarrekening(en) op 1 januari toeneemt en
  • deze lening binnen 3 maanden weer (deels) aflost na het aangaan van de lening.

Hoe vult u uw bezittingen en schulden op 1 januari in?

Hebt u te maken met de bovenstaande situaties, dan vult u uw bezittingen en schulden in alsof de transacties van vlak voor en vlak na 1 januari niet hebben plaatsgevonden.

Voorbeeld

U verkocht op 12 december 2024 beleggingen voor € 100.000 om belasting te besparen. Hierdoor veranderden uw bedragen als volgt:

Datum Saldo bank- en spaarrekeningen Waarde beleggingen
12 december 2024 €   50.000 € 110.000
1 januari 2025 € 150.000 €   10.000
20 januari 2025 €   50.000 € 110.000

U vult dan het volgende in:

  • € 50.000 bij 'Saldo op 1 januari 2025' in het scherm Bank- en spaarrekeningen
    Dit is het werkelijke bedrag van uw bank- en spaarrekening(en) op 1 januari 2025, min € 100.000.
  • € 110.000 bij 'Waarde op 1 januari 2025' in het scherm Beleggingen
    Dit is het werkelijke bedrag van uw beleggingen op 1 januari 2025, plus € 100.000.

Verkocht u op 12 december geen € 100.000 maar € 80.000? Dan corrigeert u beide bedragen met € 80.000.
Kocht u op 20 januari geen € 100.000 maar € 90.000? Dan corrigeert u beide bedragen met € 90.000.

Als u kunt aantonen dat u de transacties niet deed om belasting te besparen, hoeft u de bedragen van uw box 3-bezittingen en -schulden niet aan te passen. Bijvoorbeeld als u verwachtte dat de koers van uw aandelen gingen zakken.

Stap 2. Invullen van het werkelijk rendement

Vanaf 2025 is het mogelijk om het werkelijk rendement over uw box 3-bezittingen en -schulden op te geven in de aangifte inkomstenbelasting. Als voor u peildatumarbitrage geldt, en u vult het werkelijk rendement in, dan doet u dat op dezelfde manier; u telt de transacties van vlak voor en na 1 januari niet mee.

In het voorbeeld hierboven vult u de aankoop van 20 januari niet in. Als u verder geen andere beleggingen aankoopt, dan vult u dus bij 'Aankopen en Stortingen in 2025' € 0 in.

Ook hier geldt:

  • Verkocht u op 12 december 2024 € 80.000 in plaats van € 100.000? Dan verlaagt u de werkelijke aankopen met € 80.000.
  • Kocht u op 20 januari 2025 € 90.000 in plaats van € 100.000? Dan verlaagt u de werkelijke aankopen met € 90.000.