Belastingdienst

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.

30.06.00 Strategische goederen

6 Militaire goederen

Dit hoofdstuk behandelt de wetgeving die van toepassing is op de uitvoer, de doorvoer en de overdracht van militaire goederen:

De Richtlijn heeft tot doel de regels en procedures te vereenvoudigen die van toepassing zijn op de overdracht van militaire goederen uit Nederland naar een andere lidstaat. De lidstaten zijn verplicht de regels te verwerken in de nationale wetgeving. Nederland heeft die regels verwerkt in het Bsg en de Usg.

Naast de Richtlijn 2009/43 kent de EU geen Unie wetgeving op het gebied van militaire goederen.

In het wapenexportbeleid houdt de Nederlandse overheid zich aan internationale verdragen, wapenembargo’s en het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie.

Het Gemeenschappelijk Standpunt geeft toetsingscriteria voor de behandeling van vergunningaanvragen en procedures voor het informeren en raadplegen van andere lidstaten in bepaalde onwenselijke situaties. De lidstaten maken de wetgeving zelf, maar ze moeten zich ook houden aan deze toetsingscriteria en procedures.

Naar boven

6.1 Wat zijn militaire goederen

Militaire goederen zijn die goederen die zijn opgenomen in de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen (Usg, artikel 2).

Alfabetische lijst militaire goederen

U kunt de alfabetische lijst raadplegen.

Naar boven

6.2 Wat is invoer, uitvoer, doorvoer en overdracht van militaire goederen

Het Bsg maakt in de bepalingen over militaire goederen onderscheid tussen:

  • doorvoer door Nederland en invoer in Nederland (Bsg, paragraaf 3)

  • uitvoer uit Nederland naar een derde land (Bsg, paragraaf 4) en

  • overdracht uit Nederland naar een andere lidstaat (Bsg, paragraaf 5)

De definities van de verschillende begrippen staan in het Bsg, artikel 1. Ze wijken af van overeenkomende begrippen in de douanewetgeving van de Unie.

Invoer in Nederland

Het binnenbrengen van militaire goederen op Nederlands grondgebied, anders dan voor doorvoer door Nederland (Bsg, artikel 1). Het begrip invoer (in Nederland) komt slechts in één situatie voor en wel voor een bepaalde soort strategische goederen: de zogenaamde lijst 2-stoffen. Dit zijn allemaal goederen voor tweeërlei gebruik behalve de stof BZ: 3-quinuclidinilbenzilaat (cas nr. 6581-06-2). Deze laatste stof is geen goed voor tweeërlei gebruik, maar is opgenomen in de lijst van militaire goederen (onder post ML7 onderdeel b, 3a).

Het is in een aantal gevallen verboden om lijst 2-stoffen in te voeren in Nederland. Meer informatie vindt u in hoofdstuk 7..

Uitvoer uit Nederland

Het doen verlaten van goederen van Nederlands grondgebied naar een derde land, anders dan voor doorvoer door Nederland (Bsg, artikel 1).

Doorvoer door Nederland

Het vervoer van goederen die uitsluitend het Nederlands grondgebied worden binnengebracht om via dat gebied te worden vervoerd naar een bestemming buiten het Nederlands grondgebied (Bsg, artikel 1).

Het begrip ' doorvoer' is niet gelijk aan het douanerechtelijke begrip 'wederuitvoer'. Onder doorvoer wordt hier bedoeld:

  • het vervoer van goederen die van buiten Nederland afkomstig zijn

  • over Nederlands grondgebied naar een daarbuiten gelegen bestemming

  • zonder dat daarbij andere feitelijke of rechtshandelingen worden verricht dan vervoer

Ook als militaire goederen overgeladen worden in een ander transportmiddel dan waarmee de goederen zijn binnengekomen - of in afwachting van die overlading - worden opgeslagen in (bijvoorbeeld) een douane-entrepot of vrije zone, valt dit onder het begrip doorvoer.

Doorvoer heeft betrekking op Unie en niet-Unie goederen.

Overdracht uit Nederland

Elke overbrenging of verplaatsing van een militair goed van het Nederlands grondgebied naar een bestemming in een andere lidstaat (Bsg, artikel 1).

Lidstaat

In het Bsg wordt onder lidstaat begrepen: de landen van de EU, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

Derde land

Een land niet-zijnde een lidstaat.

Let op!

De begrippen overdracht uit Nederland, derde land en lidstaat zijn opgenomen in het Bsg op grond van de Richtlijn 2009/43. Deze richtlijn is van toepassing in de Europese Economische Ruimte die wordt gevormd door de lidstaten van de EU, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

Bij de overdracht van militaire goederen uit Nederland naar Noorwegen, IJsland en Liechtenstein moet overeenkomstig de douanewetgeving van de Unie een aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling uitvoer worden gedaan.

Voorbeeld

Op overbrenging van militaire goederen uit Nederland naar Noorwegen zijn de bepalingen in het Bsg, paragraaf 5 Overdracht van militaire goederen, van toepassing. Noorwegen is voor de toepassing van het Bsg een lidstaat; voor de overbrenging naar Noorwegen is een overdrachtsvergunning vereist. Voor de toepassing van de douanewetgeving van de Unie is Noorwegen een derde land waardoor wel een aangifte ten uitvoer verplicht is.

De controle van overdracht van goederen uit Nederland naar een andere lidstaat van de EU wordt uitgevoerd door team POSS. Deze controle vindt nagenoeg uitsluitend achteraf via administratieve controle plaats. Een controle bij overdracht vanuit Nederland naar Noorwegen, IJsland of Liechtenstein kan onderdeel van controle zijn bij een aangifte ten uitvoer naar deze landen.

Naar boven

6.3 Vergunningplicht militaire goederen

In principe vergunningplicht

De uit- en doorvoer en overdracht van militaire goederen is vergunningplichtig. In deze paragraaf wordt afhankelijk van de vervoersbeweging, bestemming en de hierbij van toepassing zijnde omstandigheden beschreven welk soort vergunning vereist is.

In sommige situaties is er sprake van een uitzondering, vrijstelling of ontheffing van de vergunningplicht.

Geen vergunningplicht bij doorvoer dan meldplicht

Als een uitzondering, vrijstelling of ontheffing van de vergunningplicht van toepassing is, dan geldt een meldplicht. Tenzij ook voor de meldplicht een vrijstelling of ontheffing bestaat.

Naar boven

6.3.1 Digitaal overleggen vergunning

Verplicht bescheid

Bij het doen van een aangifte voor de uitvoer voor militaire goederen moet de exporteur aantonen dat een vergunning is verleend. In de aangifte moeten in het vak Bijzondere vermeldingen / aanvullende gegevens worden vermeld:

  • de bescheidcode “8022” (dat is de bescheidcode voor vergunningen voor militaire goederen)
    en

  • de identificatiegegevens van de vergunning (Algemene douaneregeling, bijlage VI, Toelichting enig document en Codeboek Sagitta, onderdeel uitvoer)

Uit de bescheiden bij de aangifte en de vergunninggegevens op de aangifte moet blijken of dat wordt voldaan aan de nationale wetgeving.

Overleggen vergunning via AGS

Bij het doen van een elektronische uitvoeraangifte in AGS controleert het systeem of:

  • er een bescheidcode en vergunninggegevens zijn ingevuld op de aangifte
    en

  • de gegevens in de aangifte worden afgedekt door de gegevens in het geautomatiseerde vergunningensysteem van de CDIU (duo-communicatie).

Na akkoordbevinding door het systeem aanvaardt AGS de aangifte. Hierdoor verschijnt de omschrijving “akkoord derden” in het AGS-systeem. Dit houdt in dat de formaliteiten met betrekking tot het overleggen van de vergunning hiermee zijn vervuld.

Overleggen vergunning in niet-AGS situaties

De mogelijkheid bestaat (bijv. via vereenvoudigde douaneprocedures) dat de uitvoeraangifte niet via de elektronische wijze (AGS) wordt ingediend. In een dergelijke situatie kan ook een douanecontrole plaatsvinden. Bij deze controle kan de vergunning op de volgende wijze worden gecontroleerd:

  • door het overleggen van de (papieren) vergunning

  • door het overleggen van een uitdraai van de elektronische vergunning.

Bij onduidelijkheden of vragen kunt u altijd, via de vraagbaak, de helpdeskfunctie van de CDIU gebruiken.

Overleggen algemene vergunning

Een algemene vergunning hoeft niet door de exporteur te worden overgelegd, hij kan volstaan met de vermelding van:

  • de bescheidcode 8022,

  • et nummer van de algemene vergunning,

  • het registratienummer van de exporteur op de aangifte.

In de bijlage 6 is een schematisch overzicht opgenomen van de vergunning- en meldplicht voor militaire goederen.

Naar boven

6.3.2 Uitvoervergunning

Bij uitvoer van militaire goederen is een vergunning verplicht. De uitvoervergunning kent 3 verschillende soorten:

  • individueel

  • globaal

  • algemeen

In de bijlage is een schematisch overzicht opgenomen van de vergunning- en meldplicht voor militaire goederen.

Naar boven

6.3.3 Doorvoervergunning

Bij doorvoer van militaire goederen is een vergunning verplicht. De doorvoervergunning kent 2 verschillende soorten:

  • individueel

  • algemeen

Individueel
Consent tot binnenkomen en uitgaan

Een consent tot binnenkomen en uitgaan als bedoeld in de Wet wapens en munitie, artikel 14, eerste lid, geldt als een individuele doorvoervergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Bsg, indien de doorvoerzending niet is bestemd voor commerciële doeleinden (bijv. jagers en sportschutters) (Usg, artikel 6, lid 6).

Algemeen

Door deze toevoeging in het Usg wordt de samenloop van de administratieve verplichtingen tussen de regelgeving op het terrein van de Wet wapens en munitie (Wwm) en de wetgeving voor strategische goederen weggenomen. Deze samenloop betreft wapens en munitie. Voor het doen binnenkomen en doen uitgaan van een aantal soorten wapens en munitie is een consent op grond van de Wwm vereist. Dit consent is niet verplicht als er een vergunning op grond van het Bsg is afgegeven. In het Usg is nu opgenomen dat ook een consent op grond van de Wwm kan volstaan in plaats van een vergunning op grond van het Bsg. Hierdoor kan worden volstaan met één van de documenten en is hier een keuze over welk document wordt aangevraagd.

Een uitzondering hierop vormen commerciële zendingen. Dat betreft onder meer zendingen van wapens en munitie voor verkoop, demonstratie of reparatie. Voor deze zendingen zal een individuele doorvoervergunning moeten worden aangevraagd. In tegenstelling tot het Usg, artikel 6, vijfde lid inzake het doen van een doorvoermelding, volstaat hier niet de aanvraag voor een consent, maar moet het consent daadwerkelijk zijn afgegeven.

Toezicht op gebruik algemene doorvoervergunning door Douane

De Douane controleert in voorkomend geval in de processen Binnenbrengen, Aangiftebehandeling en Fysiek toezicht of aan de specifieke voorwaarden van de algemene doorvoervergunningen wordt voldaan. Dit vindt slechts plaats wanneer de (summiere) douaneaangifte voor een controle geselecteerd wordt.

Met name achteraf controleert Team POSS door bedrijfsbezoeken bij geregistreerde gebruikers of is voldaan aan de voorwaarden en voorschriften van de algemene doorvoervergunningen.

Geen vergunningplicht bij doorvoer dan meldplicht

Als er geen vergunningplicht is bij doorvoer, geldt een meldplicht tenzij er sprake is van vrijstelling of ontheffing.

In de bijlage is een schematisch overzicht opgenomen van de vergunning- en meldplicht voor militaire goederen.

Naar boven

6.3.4 Overdrachtsvergunning

Bij overdracht van militaire goederen is een vergunning verplicht. De overdrachtsvergunning kent 3 verschillende soorten:

  • individueel

  • globaal

  • algemeen

Toezicht op overdracht naar IJsland, Liechtenstein en Noorwegen

IJsland, Liechtenstein en Noorwegen zijn voor de toepassing van de douanewetgeving van de Unie derde landen. Bij de overdracht naar die landen moet voor de goederen een uitvoeraangifte worden gedaan en is een overdrachtsvergunning vereist.

Team POSS controleert achteraf door bedrijfsbezoeken bij geregistreerde gebruikers of is voldaan aan de voorwaarden en voorschriften van de algemene overdrachtsvergunningen.

In de bijlage is een schematisch overzicht opgenomen van de vergunning- en meldplicht voor militaire goederen.

Naar boven

6.4 Aanvraag en soorten vergunning

6.4.1 Aanvraag vergunning

De aanvraag voor een individuele of globale vergunning wordt ingediend bij de inspecteur (Usg, artikel 3, lid 2). De minister voor BH&O heeft een mandaat verleend aan de CDIU om vergunningen te verlenen. Vergunningaanvragen moeten daarom worden ingediend bij de CDIU.

Een algemene vergunning voor militaire goederen wordt niet aangevraagd bij de CDIU. Van de algemene vergunning voor militaire goederen kan men gebruik maken als men voldoet aan alle voorwaarden die aan die vergunning zijn verbonden. Om van de algemene vergunning gebruik te kunnen maken moet eerst registratie plaatsvinden bij de CDIU. Ook is men verplicht voor het eerste gebruik van de algemene vergunning hiervan mededeling te doen bij de CDIU.

Naar boven

6.4.2 Soorten vergunningen

  • Individuele vergunning
    De individuele vergunning is een vergunning die aan één beschikkingsbevoegde (Bsg, artikel 1) wordt verleend voor de levering van bepaalde militaire goederen naar één ontvanger.

  • Globale vergunning
    Een globale vergunning verleent toestemming aan één beschikkingsbevoegde voor de levering van één of meer militaire goederen naar één of meer bestemmingen.

  • Algemene vergunning
    Een algemene vergunning is een bij ministeriële regeling verleende toestemming voor de levering van militaire goederen.

Vergunning militaire goederen ook voor reserveonderdelen en toebehoren

Bij de levering van militaire goederen, kunnen ook reserveonderdelen en toebehoren worden meegeleverd. De vergunning kan dan ook gelden voor de mee- en nageleverde reserveonderdelen en toebehoren als deze deel uit maken van dezelfde overeenkomst (Usg, artikel 3, lid 5).

Naar boven

6.5 Algemene vergunningen

Voor zowel doorvoer, uitvoer als overdracht bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van een algemene vergunning (Bsg, artikel 6a, artikel 13 en artikel 20).

De algemene vergunningen worden niet aan een individueel bedrijf toegekend maar zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Voor elke algemene vergunning is een afzonderlijke ministeriële regeling van toepassing. Elk bedrijf dat gevestigd is in Nederland kan hiervan gebruik maken, mits is voldaan aan de voorwaarden en voorschriften die aan de algemene vergunningen zijn verbonden.

Let op!

Het is geen verplichting om van de mogelijkheid van de algemene vergunning gebruik te maken. Er kan ook een individuele vergunning worden aangevraagd.

Naar boven

6.5.1 Registratie en melding voor eerste gebruik

Voor het eerste gebruik van een algemene vergunning moet er gelijktijdig een verzoek tot registratie en een melding bij de CDIU plaatsvinden (Bsg, artikel 6b, lid 1, artikel 17, lid 1 en artikel 26, lid 1).
De melding die hier wordt bedoeld betreft de verplichte eenmalige melding voorafgaand aan het eerste gebruik van een algemene vergunning en niet demelding per transactie bij doorvoer die is vrijgesteld van de vergunningplicht. Door de registratie en de meldplicht wordt het mogelijk vooraf de gebruikers van de algemene vergunningen in kaart te brengen en toezicht en controle uit te oefenen op het rechtmatig gebruik van die vergunningen.

Regels voor registratie

Bij alle algemene vergunningen (ministeriële regelingen) worden regels gesteld (Bsg, artikel 6b, lid 2, artikel 17, lid 2 en artikel 26, lid 2) over:

  • wijze waarop en door wie een verzoek tot registratie en een melding moet worden gedaan

  • tijdstip van een verzoek tot registratie en een melding

  • inhoud van een verzoek tot registratie en een melding

  • registratievoorwaarden

Naar boven

6.5.2 Algemene overdrachtsvergunningen

De algemene overdrachtvergunningen kunnen worden gebruikt voor de overdracht van militaire goederen vanuit Nederland naar bestemmingen in EU-lidstaten, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

Er zijn 5 algemene overdrachtsvergunningen:

  • De NL003, kan worden gebruikt voor de overdracht van militaire goederen aan de strijdkrachten van de hierboven genoemde landen.

  • De NL004, kan worden gebruikt voor de overdracht van militaire goederen aan gecertificeerde ondernemingen.

  • De NL005, kan worden gebruikt voor overdrachten voorafgaand of na afloop van een demonstratie of expositie.

  • De NL006, kan worden gebruikt voor overdrachten voorafgaand aan of na afloop van reparatie of onderhoud.

  • De NL009, kan worden gebruikt voor levering van militaire goederen aan partijen aangesloten bij goedgekeurde overeenkomsten in het kader van het F-35 Lightning II programma. (zie verder 6.5.3)

Toezicht op overdracht naar IJsland, Liechtenstein en Noorwegen

IJsland, Liechtenstein en Noorwegen zijn voor de toepassing van de douanewetgeving derde landen. Bij de overdracht naar die landen moet voor de goederen een uitvoeraangifte worden gedaan en is een overdrachtsvergunning vereist.

Team POSS controleert achteraf door bedrijfsbezoeken bij geregistreerde gebruikers of is voldaan aan de voorwaarden en voorschriften van de algemene overdrachtsvergunningen.

Naar boven

6.5.3 Algemene doorvoervergunning

De algemene doorvoervergunningen kunnen worden gebruikt voor de doorvoer van militaire goederen.

Er zijn 3 algemene doorvoervergunningen:

  • De NL007 voor doorvoerzendingen die herkomstig zijn uit een EU- of NAVO-lidstaat, Australië, Japan, Nieuw-Zeeland of Zwitserland en een eindbestemming in een ander dan de hiervoor genoemde landen of Jemen, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, of Egypte hebben.. Er geldt hierbij wel een uitzondering van de volgende categorieën, waarbij de nummers verwijzen naar de nummers als opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen:

    1. ML1 t/m ML3;

    2. ML4, onderdeel a;

    3. ML6, waar het complete voertuigen betreft;

    4. ML9, waar het complete vaartuigen betreft;

    5. ML10, waar het complete vliegtuigen of onbemande luchtvaartuigen betreft;

    6. ML12, waar het complete systemen betreft;

    7. ML19, waar het complete systemen betreft.

  • De NL008 voor doorvoerzendingen met een eindbestemming in een EU- of NAVO lidstaat, Australië, Japan, Nieuw-Zeeland of Zwitserland, ongeacht de herkomst van de doorvoerzending. Deze algemene vergunning geldt voor bijna alle militaire goederen.

  • De NL009 is een algemene vergunning voor levering van militaire goederen aan partijen aangesloten bij goedgekeurde overeenkomsten in het kader van het F-35 Lightning II programma.

    Van deze algemene vergunning kan gebruik worden gemaakt bij zowel doorvoer, als uitvoer en overdracht. De betrokkenheid van het Nederlands bedrijfsleven is een belangrijke reden geweest voor de beslissing om deel te nemen aan het F-35 programma. Nederland heeft zich waar mogelijk ingezet om zoveel mogelijk opdrachten voor de Nederlandse industrie te verwerven, in het belang van de Nederlandse werkgelegenheid. Om de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven te behouden en om de kans op verdere opdrachten binnen het F-35 programma te vergroten, dient de Algemene Vergunning NL009.

De Algemene Vergunning NL009 kan enkel worden gebruikt indien een beschikkingsbevoegde en een ontvanger een overeenkomst hebben gesloten. Die overeenkomst moet aan de volgende drie voorwaarden voldoen:

  • hij is rechtsgeldig;

  • het is een Technical Assistance Agreement, een Manufacturing License Agreement of een Warehouse Distribution Agreement; en

  • de overeenkomst is goedgekeurd door het Directorate of Defense Trade Controls van het Department of State van de Verenigde Staten van Amerika.

Toezicht op gebruik algemene doorvoervergunning door Douane

De Douane controleert in voorkomend geval in de processen Binnenbrengen, Aangiftebehandeling en Fysiek toezicht of aan de specifieke voorwaarden en voorschriften van de algemene doorvoervergunningen wordt voldaan. Dit vindt slechts plaats wanneer een (summiere) aangifte voor een controle wordt geselecteerd.

Met name achteraf controleert Team POSS door bedrijfsbezoeken bij geregistreerde gebruikers of is voldaan aan de voorwaarden en voorschriften van de algemene doorvoervergunningen.

Naar boven

6.5.4 Gecertificeerde bedrijven

In Nederland gevestigde bedrijven die militaire goederen afnemen van leveranciers in andere lidstaten van de EU, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein gevestigd kunnen op verzoek gecertificeerd («erkend») worden. Certificering vindt plaats als de onderneming voldoet aan de criteria voor erkenning (Bsg, artikel 27, juncto Usg, artikel 11).

Leveranciers uit andere lidstaten kunnen militaire goederen met gebruik van een algemene overdrachtsvergunning overdragen aan gecertificeerde ondernemingen in Nederland.

Meer informatie over het certificeren van ondernemingen vindt u bij het onderwerp exportcontrole strategische goederen op de internetsite van de Rijksoverheid.

Een aanvraag voor een erkenning kan ingediend worden bij de Douane/Landelijk Centrum AEO. Het Douanekantoor Eindhoven onderzoekt dan namens het ministerie voor BH&O of bedrijven die gecertificeerd willen worden, voldoen aan de criteria voor erkenning.

Team POSS houdt toezicht op gecertificeerde bedrijven en controleert of bedrijven zich houden aan de voorwaarden voor erkenning.

Naar boven

6.5.5 Categorieën, wie, voorwaarden en voorschriften

Categorieën

De algemene vergunning geldt altijd voor een beperkt aantal militaire goederen. In artikel 3 van de algemene vergunning wordt steeds weergegeven voor welke categorieën die vergunning geldt. Voor iedere algemene vergunning geldt een afzonderlijke ministriele regeling.

Bij de algemene overdrachtsvergunningen staat in artikel 3 voor welke categorieën de vergunning wel is toegestaan.

Bij de algemene doorvoervergunningen staat in artikel 3 voor welke categorieën de vergunning niet is toegestaan.

Wie kan de algemene vergunning gebruiken

De beschikkingsbevoegde (Bsg, artikel 1).

Voorwaarden

Onder dit gedeelte van de algemene vergunning worden de voorwaarden opgesomd die gelden voor die specifieke algemene vergunning.

Voorschriften

Onder deze paragraaf van de vergunning worden alle verplichtingen die gelden bij het gebruik van de vergunning beschreven.

Hier is onder andere opgenomen:

  • zaken die verplicht moeten worden vermeld op de begeleidende documenten

  • verplichte termijn voor het bewaren van de administratie.

Naar boven

6.6 Uitzonderingen, vrijstellingen en ontheffingen vergunningplicht

De vergunningplicht voor militaire goederen is niet van toepassing voor:

Voorwaarden en beperkingen

Aan vrijstellingen en ontheffingen kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden (Bsg, artikel 6, lid 3, artikel 12, lid 3 en artikel 19, lid 3 ).

Naar boven

6.6.1 Uitzondering uitvoer en overdracht lijst 1-stoffen

De lijst 1-stoffen zijn opgenomen in:

  • de lijst met militaire goederen onder post ML7, onderdeel a en b

  • de lijst met goederen voor tweeërlei gebruik onder categorie 1, post C351, d4 (ricine) en d5 (saxitoxine)

Uitvoer en overdracht van lijst 1-stoffen alleen met ontheffing

Het verbod tot uitvoer en overdracht uit Nederland zonder vergunning is niet van toepassing op lijst 1-stoffen (Bsg, artikel 11, lid 2 en 18, lid 2.). De uitvoer en overdracht van deze goederen is verboden op grond van de Ucw en is alleen mogelijk met een ontheffing (Ucw, artikel 3, lid 3 of 4).

Voor de uitvoer van militaire goederen is op grond van de Ucw een ontheffing van de Minister vereist. Om te voorkomen dat daarnaast ook een vergunning vereist is op grond van het Bsg zijn deze goederen uitgesloten van de vergunningplicht bij uitvoer.

Er geldt ook geen meldplicht.

Meer informatie vindt u in hoofdstuk 7.

Let op!

Ricine en Saxitoxine

Voor deze twee lijst 1-stoffen (goederen voor tweeërlei gebruik) geldt naast de verplichting te beschikken over een ontheffing tevens een vergunningplicht voor goederen voor tweeërlei gebruik.

Naar boven

6.6.2 Uitzondering overdracht België en Luxemburg

Er is geen vergunningplicht voor de overdracht van militaire goederen naar België en Luxemburg (Bsg, artikel 18, lid 2, letter 2b).

Voor deze militaire goederen geldt ook geen meldplicht.

Naar boven

6.6.3 Uitzondering doorvoer bij 'niet aanlanding'

Er is geen vergunningplicht voor militaire goederen die door de Nederlandse territoriale wateren of door het Nederlandse luchtruim worden vervoerd en daarbij geen Nederlandse (lucht)haven aandoen (Bsg artikel 5, lid 2, letter a).

Voor deze militaire goederen geldt ook geen meldplicht.

Naar boven

6.6.4 Uitzondering doorvoer van of naar 'bondgenoten' zonder overlading

Voor de vergunningplicht geldt ook een zogenaamde 'bondgenoten-uitzondering'. Deze uitzondering heeft betrekking op doorvoer zonder overlading in Nederland van militaire goederen over het grondgebied van Nederland. Dit geldt voor militaire goederen die afkomstig zijn uit, of als eindbestemming hebben:

  • Australië

  • Japan

  • Nieuw-Zeeland

  • Zwitserland

  • een van de EU-lidstaten (incl. Noorwegen, IJsland en Liechtenstein)

  • een van de lidstaten van de NAVO (artikel 5, lid 2b Bsg).

Voor deze doorvoer van militaire goederen geldt wel een meldplicht.

Naar boven

6.6.5 Uitzondering doorvoer militaire goederen van en naar lidstaten

Voor militaire goederen die door Nederland worden vervoerd en die afkomstig zijn, en als eindbestemming een lidstaat hebben zijn uitgezonderd van de vergunningplicht (artikel 5, lid 2c Bsg).

Voor deze doorvoer van militaire goederen geldt wel een meldplicht.

Naar boven

6.6.6 Vrijstellingen uit-, doorvoer en overdracht Nederlandse en NAVO-krijgsmachten, ERA, AFCENT en bepaalde militaire voertuigen

De volgende vrijstellingen bij uit-, doorvoer en overdracht (Bsg, artikel 6, lid 1, artikel 12, lid 1 en artikel 19, lid 1) worden gegeven in het Usg, artikel 5:

  • militaire goederen, bestemd voor gebruik door de Nederlandse strijdkrachten

  • militaire goederen, eigendom van en bestemd voor gebruik door de NAVO-strijdkrachten, het Joint Force Command in Brunssum of het ERA

  • militaire voertuigen (ML 6), die worden gebruikt door vreemde strijdkrachten bij gelegenheden als staats- of beleefdheidsbezoeken, vlootschouwen of luchtvaartmanifestaties

Bestemd voor gebruik door

In de bovengenoemde situaties wordt gesproken over ‘bestemd voor gebruik door’. Hierbij moet gedacht worden aan:

  • zendingen militaire goederen die onder beheer staan van en worden uit- of doorgevoerd of overgedragen door de betreffende strijdkracht met een formulier 302 afgegeven door de bevoegde militaire autoriteiten van die krijgsmacht

  • de uit- en doorvoer of overdracht van zendingen militaire goederen door een derde (bijvoorbeeld een douane-expediteur) met gebruik van normale aangifteformulieren. De aangever moet met bescheiden, getekend door een daartoe gemandateerd officier, aan kunnen tonen dat hij handelt in opdracht van een vrijgestelde krijgsmacht en de goederen eigendom zijn en blijven van die krijgsmacht.

Voor militaire goederen die gebruik maken van deze vrijstelling geldt ook geen meldplicht.

Naar boven

6.6.7 Ontheffing doorvoervergunningplicht militaire goederen

Op aanvraag kan een ontheffing worden verleend voor de vergunningplicht (Bsg, artikel 6, lid 2, artikel 12, lid 2 en artikel 19, lid 2). De Minister kan een vrijstelling of ontheffing verlenen van de doorvoervergunningplicht. Een ontheffing wordt slechts in bijzondere situaties verleend. Deze vrijstellingen zullen bij ministeriële regeling worden verleend en met name worden gebruikt ten behoeve van militair transport van defensie.

Naar boven

6.7 Meldplicht militaire goederen bij doorvoer

Alleen bij doorvoer over Nederlands grondgebied van militaire goederen waarbij geen sprake is van een vergunningplicht, geldt een meldplicht (Bsg, artikel 10).

In de volgende situaties is een melding verplicht bij doorvoer:

  • de doorvoer door Nederland van militaire goederen die afkomstig zijn uit, of als eindbestemming hebben Australië, Japan, Nieuw-Zeeland, Zwitserland, een lidstaat, of een van de lidstaten van de Noord-Atlantische verdragsorganisatie en die Nederland verlaten met hetzelfde vervoermiddel als waarmee ze zijn binnengekomen zonder overlading in Nederland;

  • de doorvoer door Nederland van militaire goederen die afkomstig zijn uit, en als eindbestemming hebben een lidstaat.

Het belangrijkste doel van de meldplicht is het in kaart brengen van de aard en omvang van de doorvoer van militaire goederen over Nederlands grondgebied. Als er aanwijzingen zijn dat er iets mis is met de zending, kan de minister BH&O alsnog besluiten dat een vergunning vereist is (een ad-hoc-beschikking).

Naar boven

6.7.1 Ad-hoc-beschikking

Voor de uitzondering van de vergunningplicht bij doorvoer van militaire goederen zonder overlading naar bondgenoten geldt wel een meldplicht.

De meldplicht dient ertoe om te kunnen vaststellen of in bepaalde situaties alsnog een ad-hoc-beschikking wordt opgelegd. Hierbij wordt rekening gehouden met (Bsg artikel 5, lid 3):

  • het belang van de internationale rechtsorde of internationale afspraken

  • de bescherming van de nationale veiligheid.

Deze bevoegdheid heeft de minister ook bij de overdracht zonder vergunning naar België en Luxemburg. Aanleiding tot het besluit kan bijvoorbeeld zijn een melding of aanwijzingen van veiligheids- en inlichtingendiensten.

Wanneer de bevoegde autoriteit een ad-hoc-beschikking afgeeft, is doorvoer alleen nog mogelijk als er een vergunning wordt overgelegd. In de meeste situaties zal geen vergunning worden afgegeven omdat doorvoer voor deze goederen/bestemming niet gewenst is.

De meldplicht kent ook enkele uitzonderingen.

Geen melding bij uitvoer en overdracht

Het Bsg en de Usg kennen geen meldplicht in situaties van uitvoer en overdracht.

Naar boven

6.7.2 Vrijstelling of ontheffing meldplicht

Er zijn 2 uitzonderingen op de meldplicht namelijk:

  • een vrijstelling of

  • een ontheffing

Vrijstelling

Er geldt geen meldplicht bij de doorvoer van:

  • militaire goederen door de territoriale wateren of het luchtruim van Nederland zonder aanlanding (Usg, artikel 7, letter a)

  • militaire goederen door Nederlandse en NAVO-strijdmachten, ERA, het Joint Force Command en bepaalde militaire voertuigen (Usg, artikel 7, letter b)

  • de overdracht uit Nederland van militaire goederen naar België en Luxemburg (Usg, artikel 7, letter c).

Een overzicht van landen die deel uitmaken van de NAVO vindt u in een bijlage.

Ontheffing

Op aanvraag kan een ontheffing worden verleend voor de meldplicht bij doorvoer (Bsg, artikel 10, lid 5).

Aan de vrijstelling en ontheffing kunnen voorwaarden en beperkingen worden verbonden (Bsg, artikel 10, lid 4 en 6).

Naar boven

6.7.3 Waar, hoe, wie en wanneer melden

Waar

De melding moet plaatsvinden bij de 'inspecteur' (Usg, artikel 6 lid 1). Dat is de Algemeen Directeur Belastingdienst/Douane. Die heeft de CDIU aangewezen als organisatie waar een aangewezen persoon de melding moet doen.

Hoe

De melding wordt in principe schriftelijk gedaan of elektronisch middels de berichtenbox via de website Antwoord voor Bedrijven (Bsg, artikel 6, lid 3). Er bestaat ook de mogelijkheid om de melding op een andere wijze te doen. Hiervoor kan de CDIU schriftelijk toestemming verlenen.
Er bestaan ook nog andere manieren om aan de meldingsplicht te voldoen.

Wie

De meldplicht moet door een van de volgende personen worden vervuld (Bsg, artikel 10 lid 2, Usg, artikel 6, lid 1):

  • beschikkingsbevoegde

    Met beschikkingsbevoegde wordt bedoeld: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die bevoegd is over militaire goederen te beschikken (Bsg, artikel 1).

  • degene die de douaneformaliteiten verricht

    In doorvoersituaties zal de beschikkingsbevoegde vaak buiten Nederland gevestigd zijn. Dan kan degene die de douaneformaliteiten verricht, veelal de aangever, de melding doen.

  • vervoerder

    In die gevallen waarin geen douaneformaliteiten worden vervuld, rust de meldplicht op de persoon die de goederen buiten Nederland vervoert. De Douane zal in de regel niet met de vervoerder als meldingsplichtige te maken krijgen.

Wanneer

De melding moet uiterlijk zijn gedaan op het moment van binnenkomst op het grondgebied van Nederland (Usg, artikel 6, lid 4).

Naar boven

6.7.4 Inhoud melding

De melding moet het volgende bevatten (Bsg, artikel 10, lid 2, letter c juncto Usg, artikel 6, lid 2):

  • het land van bestemming

  • de naam van de ontvanger van de militaire goederen

  • een omschrijving van de goederen waarop de melding betrekking heeft, met inbegrip van het postnummer waarmee de desbetreffende goederen zijn aangeduid in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, de merken en nummers, het aantal en de soort van de colli, of, voor onverpakte goederen, het aantal voorwerpen

  • het land waar de goederen zich op het moment van de melding bevinden

Naar boven

6.7.5 Melding op andere wijze

Naast dat de melding gedaan wordt bij de CDIU bestaan er nog 4 andere manieren om aan de meldplicht te voldoen, namelijk via een (Usg, artikel 6, lid 5):

  • aanvraag ter verkrijging van een consent tot binnenkomen als bedoeld in artikel 14 van de Wwm;

  • summiere aangifte bij binnenkomst als bedoeld in artikel 127 van de DWU;

  • summiere aangifte voor tijdelijke opslag (voor militaire goederen uit Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) als bedoeld in artikel 186 DWU, jo.192 van de UVo.DWU;

  • douaneaangifte als bedoeld in artikel 263 van de DWU (voor militaire goederen uit Noorwegen, IJsland en Liechtenstein).

Hierbij moeten de volgende gegevens zijn opgenomen:

  • de naam van de ontvanger van de goederen;

  • een omschrijving van de goederen waarop de melding betrekking heeft, met inbegrip van het postnummer waarmee de desbetreffende goederen zijn aangeduid in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, de merken en nummers, het aantal en de soort van de colli, of, voor onverpakte goederen, het aantal voorwerpen.
    (Usg, artikel 6, lid 5)

Naar boven

6.7.6 Controle en raadplegen meldplicht

De CDIU is in Nederland de bevoegde autoriteit waar de melding gedaan moet worden. De CDIU kan u informeren of er voldaan is aan de meldplicht. De verdere procedure is beschreven in de instructie ''.

Wanneer u tijdens een controle van mening bent dat er sprake is van een verzuim van de meldplicht, legt u dat voor aan een vraagbaak. Bij bevestiging van uw vermoeden door de vraagbaak neemt deze contact op met de CDIU.

Let op!

Geen titel om vrijgave te belemmeren

Enkel het feit van het niet voldoen aan de meldplicht geeft de Douane geen titel om de voorgenomen doorvoer te verhinderen en de vrijgave te belemmeren (Besluit van 24 mei 2012 tot wijziging van het Besluit strategische goederen inzake de doorvoer van militaire goederen).

Naar boven

6.8 Internationaal Importcertificaat (IIC)

Een Internationaal Importcertificaat (IIC) is een document dat de autoriteit in het land van export in staat stelt toezicht uit te oefenen op de (eind)bestemming van militaire goederen.

Toegestane bestemmingen op IIC

Op verzoek van de importeur geeft de CDIU deze documenten af voor militaire goederen die uit een derde land naar Nederland komen en hier bestemd zijn voor:

  • het vrije verkeer

  • actieve veredeling en tijdelijke invoer

  • behandeling onder douanetoezicht

  • opslag in een douane-entrepot

  • opslag in een vrij entrepot of vrij zone controle type II

  • opslag in een ruimte voor tijdelijke opslag

Geen andere bestemming toegestaan bij IIC

De importeur verklaart in zijn verzoek om afgifte van een IIC dat hij de goederen geen andere bestemming geeft dan na machtiging van de Nederlandse autoriteiten (CDIU). Op basis van een afgegeven IIC geven de autoriteiten in het exporterende land een exportvergunning af.

Afgifte BVO

Nadat de militaire goederen Nederland zijn binnengebracht en de douanebestemming hebben gevolgd die op het IIC staat, geeft de CDIU op verzoek van de importeur een BVO af. Daarmee kan hij de autoriteiten in het land van export aantonen dat de goederen de bestemming hebben gevolgd waarvoor zij de exportvergunning hebben afgegeven.

Taak Douane

De Douane heeft een taak bij het IIC. Als dit document bij binnenkomst van militaire goederen in Nederland wordt overgelegd en de goederen volgen de opgegeven bestemming, behandelt de Douane het IIC. De Douane heeft geen taak bij het BVO dat de CDIU daarna afgeeft.

Naar boven

6.9 Onregelmatigheden

Het is verboden om militaire goederen uit- door te voeren of over te dragen zonder vergunning (Bsg, artikel 5, artikel 11 en artikel 18). Dit is strafbaar gesteld in de Wed.

Naar boven

6.10 Schema vergunning- en meldplicht militaire goederen

In de bijlage is een schematisch overzicht opgenomen van de vergunning- en meldplicht.

Naar boven