Herziening btw-aftrek bij investeringsdiensten (vanaf 2026)

Als ondernemer mag u de btw die u hebt betaald over investeringen, terugvragen - als u deze kosten hebt gemaakt voor omzet die is belast met btw. Soms moet u die aftrek later herzien: dat betekent dat u de btw-aftrek achteraf moet aanpassen als het gebruik van de investering verandert (bijvoorbeeld van btw-belast naar btw-vrijgesteld gebruik of andersom).

De herziening btw-aftrek geldt voor investeringsgoederen: roerende goederen waarop u voor de inkomsten- of de vennootschapsbelasting afschrijft, of kunt afschrijven als zo’n belasting voor u zou gelden.

Het gaat dan bijvoorbeeld om machines, maar ook onroerende zaken zoals gebouwen.

  • bij roerende goederen wordt de btw-aftrek nog 5 jaar gevolgd (het jaar van ingebruikname en de 4 jaar daaropvolgend)
  • bij onroerende zaken is dat 10 jaar (het jaar van ingebruikname en de 9 jaar daaropvolgend)

Sinds 1 januari 2026: herziening btw-aftrek investeringsdiensten

Sinds 1 januari 2026 geldt ook voor investeringsdiensten een herzieningsperiode van 5 jaar . Dat betekent dat de btw-aftrek bij investeringsdiensten na het jaar van ingebruikname nog 4 jaar lang wordt gevolgd. In de herzieningsperiode bekijkt u elk jaar of de verhouding tussen belast en vrijgesteld gebruik nog hetzelfde is als in het jaar dat u de investeringsdienst in gebruik hebt genomen. Is dat niet zo? En is het verschil groter dan 10 %? Dan moet u een deel van de afgetrokken btw herzien.

Wat zijn investeringsdiensten?

Investeringsdiensten zijn grote werkzaamheden aan een onroerende zaak, met een waarde vanaf € 30.000 exclusief btw, die meerjarig voordeel opleveren. Het gaat om:

  • diensten die een gebouw of terrein vernieuwen, vergroten, herstellen, vervangen of onderhouden
  • sloopwerkzaamheden die bij een verbouwing horen
  • materialen en installaties die onderdeel worden van de dienst en daardoor geen zelfstandig object meer zijn (zoals leidingen, verwarmingssystemen of machines die vast in het pand worden gemonteerd)

Voorbeelden van investeringsdiensten zijn:

  • schilderen van kozijnen en deuren
  • asbest- of bodemsanering
  • plaatsen van keukens of badkamers (inclusief afwerking zoals kitten)
  • isolatie van een gebouw
  • gevel- of dakrenovatie

Voorbeeld

U hebt een onroerende zaak gekocht en u laat deze verbouwen. De kosten voor deze verbouwing zijn € 700.000, exclusief € 147.000 btw. U bent van plan het pand te gebruiken voor kortdurende verhuur, wat belast is met btw. U hebt daarom 100 % van de btw in aftrek gebracht in het jaar van ingebruikname. In het jaar van ingebruikname is alleen sprake van belast gebruik. In dat jaar vindt verder geen herziening plaats.

Let op

Dit voorbeeld gaat over de herziening btw-aftrek van de investeringsdienst, niet over de herziening van de onroerende zaak zelf. Bekijk hier een voorbeeld van de herziening btw-aftrek van de onroerende zaak.

Herziening later jaar

In het 3e jaar dat u het pand gebruikt na de ingrijpende verbouwing, verandert het gebruik. 30 % van de omzet krijgt u uit belaste verhuur, de overige 70 % van de omzet krijgt u uit vrijgestelde verhuur. Dit is een andere verhouding dan in het jaar van ingebruikname. Het bedrag dat u nog mag aftrekken berekent u zo:

  1. Bereken percentage 1. Dat is het belast gebruik in het jaar van ingebruikname. In dit voorbeeld is dat 100 %.
  2. Bereken percentage 2. Dat is het belast gebruik in het jaar waarvoor u beoordeelt of u de afgetrokken btw moet herzien. In dit voorbeeld is dat 30 %.
  3. Bepaal het verschil tussen percentage 1 en 2. Dit is percentage 3. In dit voorbeeld is dit 70 %.
  4. Bepaal nu 10 % van percentage 1. In dit voorbeeld is dat 10 %.
  5. Is percentage 3 kleiner dan of gelijk aan 10 % van percentage 1? Dan vindt er geen herziening van de btw plaats en hoeft u niets te doen.

    Is percentage 3 groter dan 10 % van percentage 1? Dan moet u herzien.

    In dit voorbeeld is 70 groter dan 10. Dus u moet de afgetrokken btw herzien. Ga dan verder met stap 6.

  6. Neem 1/5e deel van het btw-bedrag dat aan u in rekening is gebracht. In dit voorbeeld is dat 1/5 deel van 147.000 = € 29.400
  7. Vermenigvuldig dit bedrag met percentage 3. In dit voorbeeld is dat dan 29.400 x 70 % = 20.580.
  8. Vervolgens bepaalt u of percentage 2 kleiner is dan percentage 1.

    Is percentage 2 kleiner dan percentage 1? Dan kunt u de herziening aangeven als een extra bedrag aan af te dragen btw, in rubriek 1 van uw btw-aangifte.

    Is percentage 2 groter dan percentage 1? Dan telt u dit bedrag op de voorbelasting die u terugvraagt in rubriek 5b, in de laatste btw-aangifte van het jaar.

    In dit voorbeeld is percentage 2 (30) kleiner dan percentage 1 (100), dus u telt € 20.580 op bij rubriek 1a, in uw laatste btw-aangifte van het jaar.

Verkoop binnen de herzieningstermijn

Op 1 januari van het 4e jaar verkoopt u het pand voor € 1.100.000. U hoeft geen btw te berekenen over deze verkoop, want de levering van een onroerende zaak is vrijgesteld van btw. U kiest niet voor een belaste levering. Door de verkoop wordt de herziening voor deze 2 jaar nu in 1 keer uitgevoerd. Omdat de verkoop is vrijgesteld van btw, gaat u bij de berekening van het herzieningsbedrag uit van volledig vrijgesteld gebruik.

Het bedrag aan btw dat u moet terugbetalen berekent u als volgt:

Omdat het gaat om een resterende herzieningstermijn van 2 jaar, neemt u 2/5 deel van de btw die u in het jaar van ingebruikname in aftrek hebt gebracht: € 58.800 (2/5 deel van € 147.000).

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.