Box 3: sparen en beleggen

Hebt u vermogen, zoals spaargeld, aandelen of een tweede woning? Dan hoeft u de werkelijke inkomsten, bijvoorbeeld de rente op uw spaargeld, het dividend op uw aandelen of de huuropbrengst, niet aan te geven. Uw kosten, zoals betaalde rente, mag u niet aftrekken.

Wij rekenen een vast percentage van uw grondslag sparen en beleggen als uw voordeel in box 3. Uw grondslag sparen en beleggen is de waarde van uw vermogen (bezittingen min schulden) op 1 januari, na aftrek van het heffingsvrij vermogen. Uw schulden worden verlaagd met een drempel.

Uw voordeel vermindert u met uw persoonsgebonden aftrek als u daarvoor in box 1 te weinig inkomsten hebt. Wat overblijft is uw belastbaar inkomen in box 3.

Let op!

Vanaf 2017 verandert de berekening van de belasting over uw inkomsten uit uw vermogen. Meer daarover leest u bij Berekenen belasting over uw inkomsten uit vermogen vanaf 2017

Heffingsvrij vermogen

Voor iedereen geldt in box 3 een heffingsvrij vermogen. 

Is uw vermogen niet hoger dan uw heffingsvrij vermogen? Dan hebt u geen voordeel uit sparen en beleggen en hoeft u geen belasting te betalen in box 3. Is uw vermogen wel hoger? Dan telt alleen het deel erboven mee voor de berekening van de belasting in box 3.

Fiscale partner

Hebt u het hele jaar een fiscale partner? Dan gaat u uit van:

  • de gezamenlijke bezittingen min de schulden
  • de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen
  • het gezamenlijke heffingsvrij vermogen

Zie ook

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.