Welke vervoerskosten mag ik bij ziekte of invaliditeit aftrekken?
U mag bij ziekte of invaliditeit de volgende uitgaven voor vervoer aftrekken:
-
Uitgaven voor vervoer (heen en terug) voor medische hulp. Bijvoorbeeld een afspraak bij een arts of apotheek, of in een ziekenhuis of GGZ-instelling.
Bij de berekening van uw werkelijke uitgaven voor vervoer in een kalenderjaar kunt u de volgende kosten meetellen:
- taxikosten
- kosten voor openbaar vervoer
- autokosten
2026 en 2025
U mag € 0,23 per gereden kilometer aftrekken.
Parkeerkosten
U kunt parkeerkosten, veerkosten en tolgelden apart optellen bij de aftrekbare autokosten.
Apotheek
Kosten die u maakt om voorgeschreven medicijnen op te halen bij de apotheek mag u meetellen in de werkelijke uitgaven voor vervoer.
-
Extra bedrag aftrekbaar bij vervoerskosten door ziekte of invaliditeit
2026 en 2025
U mag een vast bedrag van € 925 aftrekken als u kunt aantonen dat u niet meer dan 100 meter zelfstandig kunt lopen.
Dit kan bijvoorbeeld door middel van een gehandicaptenparkeerkaart, een aanvraag bij de gemeente voor een mobiliteitsvoorziening uit de WMO of PGB, of een verklaring van een arts. Eventuele vergoedingen voor extra vervoerskosten die u krijgt of kunt krijgen, moet u van het vaste bedrag van € 925 aftrekken.