Loonheffingskorting met AOW en pensioen of meerdere werkgevers

Als u de loonheffingskorting toepast op 1 van uw inkomens, dan loopt u het risico dat u meer loonheffingskorting krijgt dan waar u recht op hebt. Krijgt u meer loonheffingskorting dan de heffingskorting die wij berekenen in uw aangifte inkomstenbelasting, dan moet u het verschil bijbetalen. Op deze pagina leest u welke keuzes u kunt maken en wat u kunt doen om een hoge aanslag ineens te voorkomen.

U kunt ons hulpmiddel Waar pas ik de loonheffingskorting toe met AOW? gebruiken. Met het hulpmiddel checkt u of en waar u de loonheffingskorting het beste kunt laten toepassen.

Hoe hoger uw totale inkomen, hoe lager de loonheffingskorting

Loonheffingskorting is een korting op de belasting die u betaalt over uw loon of een uitkering. Hoe hoger uw totale inkomen, hoe lager de korting. We berekenen de korting over uw totale inkomen, bijvoorbeeld uw AOW en pensioen.

De hoogste korting die u in 2026 kunt krijgen is € 3.115. Boven de € 29.736 neemt de korting af. Daardoor stijgt het risico dat u te veel korting krijgt als u meerdere inkomens hebt die bij elkaar hoger zijn dan € 29.736. Het verschil tussen de korting die u hebt gekregen en waar u recht op hebt, moet u altijd bijbetalen.

Bij een inkomen van € 132.290 of hoger hebt u helemaal geen recht meer op heffingskorting. Als u de AOW-leeftijd hebt en niet werkt, dan krijgt u vanaf € 78.426 geen heffingskorting meer.

De SVB, uw pensioenfonds of uw werkgever weten niet hoe hoog uw totale inkomen is

De Sociale Verzekeringsbank (SVB), uw pensioenfonds of uw werkgever zien alleen het bedrag dat zij aan u uitkeren of betalen. Zij houden geen rekening met uw totale inkomen. Als u bij 1 van hen loonheffingskorting laat toepassen, bijvoorbeeld bij uw pensioenfonds, dan berekent het pensioenfonds de korting alleen over uw pensioen. Die korting is meestal meer dan waar u recht op hebt als u ook nog een 2e of 3e inkomen hebt en uw totale inkomen hoger is dan € 29.736.

Een deel van uw totale inkomen kan ook nog in een hogere belastingschijf vallen

Als u meerdere inkomens hebt, bijvoorbeeld AOW en pensioen, dan is de kans ook groter dat een deel van dat inkomen in een hogere belastingschijf valt. Uw werkgever, pensioenfonds of de SVB weten niet welk deel dat is, omdat zij niet weten wat uw totale inkomen is. Als blijkt dat we een aanzienlijk deel van uw totale inkomen met een hoger tarief moeten belasten, dan wordt de kans nog groter dat u veel geld moet betalen bij uw definitieve aanslag.

Met een voorlopige aanslag maken we een berekening over uw geschatte inkomen

Vraagt u een voorlopige aanslag aan, dan geeft u daarmee al uw inkomens aan ons door. Zo krijgen wij een goed beeld van uw totale inkomen, en op hoeveel korting u recht hebt. Een voorlopige aanslag houdt rekening met de verschillende belastingschijven en de afbouw van de heffingskortingen. Zo berekenen wij de belasting over uw geschatte inkomen. Met een voorlopige aanslag voorkomt u dat u bij uw definitieve aanslag ineens veel belasting moet betalen.

U krijgt uiteindelijk altijd de korting waar u recht op hebt

In uw definitieve aanslag staat een overzicht van de toegepaste heffingskortingen voor uw totale inkomen. Daar staat ook het juiste bedrag dat u uiteindelijk krijgt of moet betalen. Dat is dus nadat wij de ontvangen heffingskorting hebben verrekend in uw aanslag. U krijgt de aanslag nadat u aangifte inkomstenbelasting hebt gedaan over het voorgaande jaar.

Tot u aangifte doet, hebt u verschillende keuzes. Elke keuze heeft invloed op uw maandelijkse netto-inkomen en hoeveel u betaalt of krijgt bij uw definitieve aanslag.

Let op!

Hierna volgt uitleg over vier verschillende situaties of keuzes die u kunt maken. Wat u ook kiest, altijd geldt dat u de loonheffingskorting op maximaal 1 inkomen mag toepassen. U krijgt te veel korting als u die op uw AOW en uw pensioen laat toepassen. U betaalt dan te weinig belasting. Die moet u later alsnog betalen. Loonheffingskorting toepassen of stoppen regelt u met uw werkgever, pensioenfonds of uitkeringsinstantie. Hoe u dat doet, leest u bij Loonheffingskorting toepassen of stoppen.

Kies 1 van de volgende mogelijkheden:

  • U past de loonheffingskorting toe en vraagt geen voorlopige aanslag aan

    Als u meerdere inkomens hebt en loonheffingskorting krijgt, dan is de kans groot dat u te veel korting krijgt en dus te weinig belasting betaalt. Als u geen voorlopige aanslag aanvraagt, dan ziet u dat pas als u uw definitieve aanslag krijgt. U moet dan ineens een bedrag bijbetalen. Dat voorkomt u met een voorlopige aanslag.

    Voorbeeld met fictieve bedragen

    In dit voorbeeld gaan we ervan uit dat u bent getrouwd. U krijgt elke maand bruto € 1.081 AOW. U hebt een aanvullend pensioen van bruto € 2.500 per maand. U laat de loonheffingskorting toepassen op uw AOW. De SVB ziet alleen uw AOW en berekent daar uw loonheffingskorting over. Uw bruto-AOW is in dat jaar lager dan € 28.406 (12 x € 1.081 + vakantiegeld = € 13.736) en dus geeft de SVB u de maximale loonheffingskorting voor uw AOW-uitkering. Door die korting houdt u elke maand meer over.

    De SVB en uw pensioenfonds sturen ons overzichten van uw uitkeringen en welke bedragen zij hebben ingehouden aan loonheffing. Na afloop van het jaar tellen wij die bedragen bij elkaar op.

    In uw aanslag berekenen we de heffingskortingen over uw totale inkomen van AOW en pensioen: € 13.736 + € 30.000 = € 43.736. Door de verlaging of afbouw van de heffingskortingen boven € 28.406 hebt u recht op € 1.050 algemene heffingskorting. De SVB heeft u € 486 te veel korting gegeven. Ook valt een deel van uw inkomen in de 2e schijf. Samen met de te veel ontvangen korting moet u € 1.048 bijbetalen op uw definitieve aanslag.

  • U past de loonheffingskorting toe en vraagt een voorlopige aanslag aan

    Als u de loonheffingskorting toepast op 1 van uw inkomens en u vraagt een voorlopige aanslag aan, dan weet u eerder of u bij benadering de juiste korting krijgt. De voorlopige aanslag rekent de juiste korting automatisch uit en het totale bedrag aan belasting. Met een voorlopige aanslag weet u dus eerder wat u moet betalen als u de loonheffingskorting toepast op 1 van uw inkomens. U wordt niet verrast door een hoge definitieve aanslag.

    Voorbeeld met fictieve bedragen

    In dit voorbeeld gaan we ervan uit dat u bent getrouwd. U krijgt u elke maand bruto € 1.081 AOW. U hebt een aanvullend pensioen van bruto € 2.500 per maand. U laat de loonheffingskorting toepassen op uw AOW. De SVB geeft u de maximale korting omdat uw AOW over het hele jaar onder de grens van € 28.406 blijft. U vraagt in de loop van het jaar een voorlopige aanslag aan.

    Met uw voorlopige aanslag berekenen we de heffingskortingen over uw totale inkomen van AOW en pensioen: € 13.736 + € 30.000 = € 43.736. Door de verlaging of afbouw van de korting boven € 28.406 hebt u recht op € 1.050 algemene heffingskorting. De SVB heeft u € 486 te veel korting gegeven. Ook valt een deel van uw inkomen in de 2e schijf. U krijg een voorlopige aanslag van € 1.048. U betaalt uw voorlopige aanslag in 12 maandelijkse termijnen van € 87.

    Met uw voorlopige aanslag betaalt u wat u te veel krijgt van de SVB. Dat kan in 1 keer of in maandelijkse termijnen. Uw definitieve aanslag wijkt niet of nauwelijks af van uw voorlopige aanslag. Omdat u de voorlopige aanslag betaalt, wordt u niet verrast door uw definitieve aanslag.

  • U past de loonheffingskorting niet toe en u vraagt geen voorlopige aanslag aan

    Als u geen enkele instantie (SVB of pensioenfonds) of uw werkgever vraagt om de loonheffingskorting toe te passen, dan houdt u per maand minder netto-inkomen over. Pas bij uw definitieve aanslag weten we op hoeveel loonheffingskorting u recht hebt. Als uw definitieve aanslag bekend is, krijgt u de heffingskorting(en) waar u recht op hebt.

    Voorbeeld met fictieve bedragen

    In dit voorbeeld gaan we ervan uit dat u bent getrouwd. U krijgt elke maand bruto € 1.081 AOW. U hebt een aanvullend pensioen van bruto € 1.650. De SVB en uw pensioenfonds geven u geen korting op uw loonheffing. Uw netto maandinkomen is daardoor € 212 lager dan wanneer u de loonheffingskorting wel zou toepassen. U vraagt geen voorlopige aanslag aan.

    U krijgt uiteindelijk de loonheffingskorting waar u recht op hebt. U moet er wel langer op wachten. U krijgt de loonheffingskorting pas nadat u aangifte hebt gedaan en wij uw aanslag hebben berekend. U krijgt het bedrag waar u recht op hebt in 1 x uitbetaald, op zijn vroegst in juli na het jaar van uw aangifte.

  • U past de loonheffingskorting niet toe en vraagt een voorlopige aanslag aan.

    In dat geval houdt u maandelijks minder over dan wanneer u de korting wel laat toepassen. En u betaalt ook nog een voorlopige aanslag. Pas bij uw definitieve aanslag weten we op hoeveel loonheffingskorting u recht hebt. Als uw definitieve aanslag bekend is, krijgt u de loonheffingskorting waar u recht op hebt. Dat betekent dat u bij uw definitieve aanslag minder belasting betaalt of geld terugkrijgt.

    Voorbeeld met fictieve bedragen

    In dit voorbeeld gaan we ervan uit dat u bent getrouwd. U krijgt elke maand bruto € 1.081 AOW. U hebt een aanvullend pensioen van bruto € 2.500. De SVB en uw pensioenfonds geven u geen korting op uw loonheffing. Uw netto maandinkomen is daardoor € 212 lager dan wanneer u de loonheffingskorting wél zou toepassen. U vraagt een voorlopige aanslag aan.

    Met uw voorlopige aanslag berekenen we de korting over uw totale inkomen van AOW en pensioen: € 13.736 (inclusief vakantiegeld) + € 30.000 = € 43.736. Door de verlaging of afbouw van de korting boven € 28.406 hebt u recht op € 1.050 algemene heffingskorting. In de voorlopige aanslag gaan wij er automatisch van uit dat u de loonheffingskorting wel hebt toegepast, zo is het programma ingericht. Volgens onze berekening hebt u dan € 486 te veel korting gegeven. Ook valt een deel van uw inkomen in de 2e schijf. U krijg een voorlopige aanslag van € 1.048. U betaalt uw voorlopige aanslag in 12 maandelijkse termijnen van € 87.

    U krijgt uiteindelijk de loonheffingskorting waar u recht op hebt. U moet er wel langer op wachten. U krijgt de loonheffingskorting pas nadat u aangifte hebt gedaan en wij uw aanslag hebben berekend. U krijgt het bedrag waar u recht op hebt in 1 x uitbetaald, op zijn vroegst in juli na het jaar van uw aangifte. Als uw voorlopige aanslag te hoog was, krijgt u ook dat bedrag terug. In totaal krijgt u dan € 1.413 + € 1.048 (voorlopige aanslag) = € 2.431 terug.

Een voorlopige aanslag kunt u gespreid betalen

U kunt de voorlopige aanslag in 1 keer betalen of in maandelijkse termijnen tot het eind van het lopende jaar. Hoe eerder u de voorlopige aanslag aanvraagt, hoe lager het bedrag is dat u maandelijks betaalt, want dan kunnen we het totale bedrag over meer maanden verdelen.

Aanvragen voorlopige aanslag

Vraag met uw DigiD een voorlopige aanslag aan op Mijn Belastingdienst. Of kijk voor meer informatie op Voorlopige aanslag.

Het maakt niet uit of u wel of geen fiscale partner hebt

Loonheffingskorting is een persoonsgebonden korting die alleen voor uw eigen inkomen geldt. Het maakt voor de hoogte van de korting dus niet uit of u alleenstaand bent of een fiscale partner hebt.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.