Kennisdatabank Mandatory Disclosure Rules/DAC6

In deze kennisdatabank worden vragen en antwoorden over veelal praktische aspecten van Mandatory Disclosure/DAC6 verzameld. Op deze manier kunnen mogelijke intermediairs of relevante belastingplichtigen snel informatie terugvinden. Hetgeen in deze kennisdatabank is opgenomen ontslaat intermediairs of relevante belastingplichtigen op geen enkele manier van de naleving van de Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies. Die wet en hetgeen reeds is opgenomen in de bijbehorende parlementaire stukken is het uitgangspunt van de betreffende verplichtingen.

Deze kennisdatabank is een ‘dynamisch’ document, hetgeen betekent dat deze kan worden aangevuld of aangepast indien dit nodig is. 

De vragen en antwoorden zijn opgedeeld in de volgende rubrieken:

A. MDR/DAC6: Algemeen

1. Wat is MDR/DAC6?

Mandatory Disclosure Rules (MDR) of DAC6 betreft de Richtlijn (EU) 2018/822 (“DAC6”) (hierna: ‘de richtlijn’) om verplicht informatie uit te wisselen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (hierna: ‘constructie’). Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen.

2. Wat houdt MDR/DAC6 in?

Onder DAC6 dient u als intermediair (dan wel de relevante belastingplichtige, zie tevens vraag A.3) grensoverschrijdende constructies te melden die onder één van de wezenskenmerken (‘hallmarks’) vallen én indien van toepassing aan de main benefit test voldoen. U toetst per constructie of hieraan wordt voldaan.

3. Wie meldt een constructie?

Als u een intermediair bent die de constructie bedenkt, aanbiedt, opzet, beschikbaar maakt voor implementatie of de implementatie van de constructie beheert, moet u indien u een relatie met een EU-lidstaat heeft (bijvoorbeeld in de EU gevestigd) de constructie melden. Ook als u een intermediair bent die hulp, bijstand of advies heeft geleverd bij het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of het beheren van de implementatie van een constructie dient u te melden.

De meldingsplicht verschuift naar de relevante belastingplichtige voor wie de constructie is bedoeld, indien geen van de betrokken intermediairs een relatie met een EU-lidstaat heeft, of als er geen intermediair bij de constructie betrokken is of als alle betrokken intermediairs zich beroepen op hun verschoningsrecht.

Wanneer er meerdere intermediairs betrokken zijn bij dezelfde constructie hoeft maar één intermediair te melden. De andere intermediairs zijn ontheven van hun meldingsplicht als zij aan de hand van het referentienummer van de melding (dat wordt toegekend door de Belastingdienst) kunnen aantonen dat de constructie al door een andere intermediair is gemeld. Als een intermediair volgens de rangorde regeling (zie tevens vraag C.2) in een andere EU-lidstaat een melding heeft gedaan, hoeft in Nederland niet nogmaals te worden gemeld.

4. Wat is het referentienummer?

Aan een ingediende en geaccepteerde melding wordt door de Belastingdienst een ‘ArrangementID’ en een ‘DisclosureID’ toegekend (zie ook vraag C.11). Deze identificatienummers (ID’s) vormen tezamen het referentienummer. Met dit referentienummer kan een intermediair, ten behoeve van ontheffing van de meldingsplicht, aannemelijk maken dat een meldingsplichtige gegevens constructie reeds gemeld is.

5. Wat is het verschil tussen een marktklare constructie en een constructie op maat? 

Een marktklare constructie is een grensoverschrijdende constructie die is bedacht of aangeboden, implementeerbaar is of beschikbaar is gemaakt voor implementatie zonder dat er wezenlijke aanpassingen voor nodig zijn. Een constructie op maat is een constructie die naar de behoeften en wensen van de klant is opgesteld.

6. Meldt u op persoonlijke titel of als onderdeel van uw kantoor/werkgever?

Indien een dienstverleningscontract is gesloten tussen uw werkgever/kantoor en de belastingplichtige treedt uw werkgever/kantoor in principe op als intermediair. Hierbij is het mogelijk dat u persoonlijk moet melden indien u persoonlijke dienstverlening hebt geleverd aan een constructie, buiten uw arbeidsrelatie om.

7. Wanneer moet u melden?

De termijnen voor het melden van de constructies zijn, vanwege de gevolgen van de coronapandemie verschoven.

Dit betekent dat vanaf 1 januari 2021 de constructies gemeld moeten worden. De volgende termijnen zijn van toepassing:

  • Terugwerkende kracht
    Vóór 28 februari 2021 meldt u de constructies waarbij u betrokken bent en waarvan de eerste stap is geïmplementeerd in de periode 25 juni 2018 tot 1 juli 2020.
  • Overgangsperiode
    Vóór 31 januari 2021 meldt u de constructies waarbij u betrokken bent en die voor implementatie beschikbaar zijn gesteld, gereed zijn voor implementatie of waarbij de eerste stap in de implementatie van de constructies is gezet in de periode vanaf 1 juli 2020 tot 1 januari 2021.
  • Nieuwe meldingen
    Over constructies waarbij u betrokken bent vanaf 1 januari 2021, meldt u binnen 30 dagen vanaf de dag nadat de constructie voor implementatie beschikbaar is gesteld, gereed is voor implementatie of nadat de eerste stap in de implementatie van de constructie is gezet.
  • Marktklare constructies
    Voor marktklare constructies gelden bovenstaande termijnen eveneens. Tevens geldt dat elke drie maanden een periodiek verslag moet worden ingediend. Het eerste periodieke verslag over een marktklare constructie uit de periode van terugwerkende kracht of overgangsperiode moet vóór 30 april 2021 ingediend worden.

8. Voor welke belastingen geldt MDR/DAC6?

De meldingsplicht ziet onder andere op de vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, loonheffing, dividendbelasting en erf- en schenkbelasting. Alleen constructies die zien op de omzetbelasting, douanerechten, accijnzen en sociale zekerheid bijdragen, leges en retributies hoeven niet gemeld te worden.

9. Komen er dubbele meldingen als élke betrokken intermediair moet melden?

Ja, het is mogelijk dat dubbel gemeld wordt. U hoeft niet te melden als u zich er van verzekerd heeft dat de constructie reeds gemeld is door een andere betrokken intermediair. Het referentienummer dat door de Belastingdienst is toegekend aan een door een andere intermediair gedane melding moet dan wel in uw administratie worden opgenomen.

10. Welke werkzaamheden van een intermediair vallen níet onder de meldingsplicht?

Beschrijvende werkzaamheden van een bestaande constructie dient u niet onder DAC6 te melden (ook al betreft dit een grensoverschrijdende constructie). Voorbeelden hiervan zijn: het indienen van een aangifte, enkel het updaten van een transferpricing benchmark, het opstellen van Transfer pricing (8b) documentatie over bestaande structuren, het opstellen van ‘due diligence’ rapporten of een ‘tax white paper’ en het uitvoeren van een (belasting)controle.

11. Wat is de samenloop van MDR/DAC6 met de rulinguitwisseling en Country-by-Country Reporting?

Deze uitwisselingen van gegevens staan los van MDR/DAC6, het kan dus zijn dat over dezelfde belastingplichtige meerdere keren (vergelijkbare) gegevens verstrekt dienen te worden.

12. Wie mag gebruik maken van het verschoningsrecht?

Enkel de intermediair met wettelijk verschoningsrecht volgens artikel 53a van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) kan zich beroepen op zijn verschoningsrecht. Daarmee hoeft de betreffende intermediair niet te melden, maar hij dient wel onverwijld de andere betrokken intermediairs, of bij afwezigheid hiervan belastingplichtige zelf, in kennis te stellen van het feit dat hij van zijn verschoningsrecht gebruik maakt. Belastingadviseurs en accountants hebben geen wettelijk verschoningsrecht.

13. Is het mogelijk om als verschoningsgerechtigde intermediair (eenmalig) een algemene inkennisstelling aan uw klant of andere betrokken intermediairs af te geven?

Nee, de systematiek van de wetgeving staat niet toe dat een algemene inkennisstelling (dus niet betrekking hebbend op een specifieke meldingsplichtige constructie) wordt afgegeven. U moet als eventueel verschoningsgerechtigde intermediair toetsen of een grensoverschrijdende constructie meldingsplichtig is. Als er een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie is en u wilt zich beroepen op het verschoningsrecht dan moet u andere intermediairs of bij gebreke daarvan, de relevante belastingplichtige, onverwijld in kennis stellen van hun meldingsplicht. Dit moet u dus per constructie doen. Dit is van belang omdat de boete ook kan worden opgelegd aan de verschoningsgerechtigde bij het niet onverwijld in kennis stellen van de andere intermediairs dan wel de belastingplichtige.

14. Wanneer dient de verschoningsgerechtigde intermediair de inkennisstelling af te geven ten aanzien van meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies in de periode van 25 juni 2018 tot en met 31 december 2020?

Ten aanzien van de periode van de terugwerkende kracht en de overgangsperiode vangt, vanwege de verschuiving van de termijnen in verband met de gevolgen van de coronapandemie, de verplichting tot inkennisstelling aan op 1 januari 2021. Het wordt echter aangemoedigd om deze inkennisstelling al eerder dan 1 januari 2021 af te geven.

15. Aan welke eisen dient een inkennisstelling te voldoen?

De intermediair die zich op het wettelijk verschoningsrecht beroept dient andere bij de constructie betrokken intermediairs, of bij gebreke daarvan, de relevante belastingplichtige, onverwijld in kennis te stellen. Er zijn geen aanvullende verplichtingen met betrekking tot de inhoud van deze inkennisstelling.

16. Is het mogelijk om als intermediair van de meldplicht ontheven te worden indien de relevante belastingplichtige de constructie zelf wil melden?

Nee, er is geen ontheffing van de meldingsplicht. Alleen bij afwezigheid van een intermediair verschuift de meldingsplicht naar de relevante belastingplichtige. Indien er een intermediair is betrokken bij de constructie, dan is de intermediair verantwoordelijk voor de melding.

17. Kwalificeert het geven van een opinie of advies ten aanzien van of een bepaalde constructie meldingsplichtig is als intermediairswerkzaamheden bij een meldingsplichtige constructie?

Nee, indien er alleen wordt getoetst of de betreffende constructie, die verder vast staat in opzet of als zodanig geïmplementeerd wordt, onder DAC6/MDR gemeld moet worden, zorgt de beoordeling of er een meldingsplicht is er niet voor dat er sprake is van intermediairswerkzaamheden. Dit is uiteraard alleen het geval wanneer deze persoon of organisatie op geen enkele andere wijze betrokken is bij het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie en hier verder geen hulp, bijstand of advies bij verstrekt. Hierbij is ook de aanname gemaakt dat de betreffende beoordeling op geen enkele wijze ziet op het beïnvloeden van de constructie of de fiscale uitkomst hiervan.

B. Welke constructies moet u melden?

1. Welke constructies zijn meldingsplichtig?

Allereerst toetst u of een constructie grensoverschrijdend is. Dat is het geval wanneer de deelnemers in de constructie in twee  (of meer) verschillende EU-lidstaten gevestigd zijn of in (ten minste) één EU-lidstaat en een land buiten de EU.

Of u een constructie waarbij u betrokken bent moet melden, hangt vervolgens af van de vraag of de constructie onder één van de wezenskenmerken (‘hallmarks’) gekwalificeerd kan worden en of, indien van toepassing, voldaan is aan de main benefit test. Deze wezenskenmerken zijn opgenomen in de bijlage bij de Richtlijn 2018/822/EU.

2. Wat houdt de main benefit test in?

Wanneer een constructie onder één van de wezenskenmerken onder A, B en C.1.b.i, C.1.c, en C.1.d valt, hoeft de constructie alleen te worden gemeld indien aan de main benefit test is voldaan. Aan de main benefit test is voldaan indien het belangrijkste voordeel óf één van de belangrijkste voordelen van de constructie is dat een belastingvoordeel wordt verwacht. Hierbij moeten de objectieve feiten en omstandigheden van de constructie worden getoetst.

3. Als aan de main benefit is voldaan, betekent dit dat u geen vooroverleg aan kunt gaan in het kader van internationale rulings?

Nee, niet automatisch. De twee toetsen staan los van elkaar. Aan de main benefit test is voldaan zodra een belastingvoordeel het belangrijkste voordeel of één van de belangrijkste te verwachten voordelen van een constructie is. Bij de beoordeling van het vereiste dat geen sprake mag zijn van “het besparen van belasting als enige dan wel doorslaggevende beweegreden voor het verrichten van de (rechts)handeling(en) of transacties” voor zekerheid vooraf wordt naast een objectieve toets ook een subjectieve toets gehanteerd.

4. De wezenskenmerken zijn veelomvattend, hoe kunt u vaststellen of de constructie onder een van de kenmerken valt?

Door elke grensoverschrijdende constructie te toetsen aan de wezenskenmerken kunt u vaststellen of een meldingsplichtige constructie is gecreëerd. Deze wezenskenmerken zijn opgenomen in de bijlage bij de richtlijn. In de parlementaire stukken kunt u meer toelichting vinden op de wezenskenmerken.

In de Leidraad meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies staan voorbeelden van constructies die wel en constructies die niet gemeld hoeven te worden.

5. Hoe dient u om te gaan met situaties waarin u niet over alle meldingsplichtige gegevens bezit?

Ten aanzien van een meldingsplichtige constructie dient die informatie waarvan u kennis, bezit of controle heeft, te worden gemeld. Er is geen specifieke verplichting om actief onderzoek te doen naar gegevens die ontbreken. Indien moedwillig gegevens niet gemeld worden, voldoet u daarmee niet aan uw verplichtingen en is het mogelijk dat hiervoor een boete wordt opgelegd.

6. Waarom is er voor gekozen om de wezenskenmerken ruim te formuleren?

DAC6 is voor Europa uniform vastgesteld en daarmee niet specifiek toegespitst op de Nederlandse belastingwetgeving. Het doel van de richtlijn is om belastingontwijking te bestrijden. Indien de wezenskenmerken specifieker zouden zijn, zou hier wellicht gemakkelijk om heen kunnen worden geconstrueerd. Daarom heeft de EU er voor gekozen om de wezenskenmerken breed te formuleren. Zo functioneren ze als een vangnet.

7. Welke lijst van rechtsgebieden dient te worden gehanteerd voor de toepassing van wezenskenmerk C, onderdeel 1, onder b, subonderdeel ii?

De lijst genoemd in de richtlijn betreft de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden op belastinggebied. In het kader van MDR/DAC6 dient u voor de toepassing van wezenskenmerk C, onderdeel 1, onder b, subonderdeel ii aldus van deze EU-lijst uit te gaan. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat het hier dus niet gaat om de Nederlandse lijst van laagbelastende staten en niet-coöperatieve rechtsgebieden voor belastingdoeleinden.

C. Het meldingsproces

1. Welke informatie moet u melden onder MDR/DAC6?

In de melding neemt u, voor zover van toepassing, de volgende gegevens op: gegevens over de intermediair, de belastingplichtige en verbonden personen, een samenvatting van de inhoud van de constructie, de relevante hallmark(s) waaronder u meldt, de nationale bepalingen waar de constructie betrekking op heeft, de waarde van de constructie, implementatiedatum van de constructie en de relevante EU-lidstaten. De melding doet u in het Engels.

2. In welk land moet de constructie worden gemeld als u als intermediair meldt?

Het is mogelijk dat in meerdere landen een meldingsplicht bestaat, omdat u als intermediair in meer dan één land gevestigd bent. In welk land u moet melden wordt bepaald op basis van criteria met een vaste rangorde. U bent daar meldingsplichtig: 1) waar de betreffende intermediair fiscaal inwoner is, 2) waar de intermediair een vaste inrichting heeft, die diensten rondom de constructie verstrekt, 3) waar betreffende intermediair is opgericht, of onder de wet van welk land de betreffende intermediair valt, 4) waar de intermediair is ingeschreven bij een beroepsorganisatie.

3. In welk land moet de constructie worden gemeld als u als relevante belastingplichtige meldt?

Het is mogelijk dat in meerdere landen een meldingsplicht bestaat, bijvoorbeeld omdat de constructie meerdere landen raakt. Waar u als relevant belastingplichtige gevestigd bent wordt vastgesteld aan de hand van de volgende criteria met een vaste rangorde: 1) waar de belastingplichtige fiscaal inwoner is, 2) waar een vaste inrichting gevestigd is, die begunstigde van de constructie is 3) de lidstaat waar de belastingplichtige inkomsten ontvangt of winsten genereert, hoewel daar geen fiscaal inwonerschap is of een vaste inrichting is gevestigd 4) waar de belastingplichtige de activiteit uitoefent, hoewel daar geen fiscaal inwonerschap is of een vaste inrichting is gevestigd.

4. Kunt u anoniem melden?

Nee, alle relevante (beschikbare) kenmerken van de belastingplichtige en u als intermediair moeten worden gemeld.

5. Hoe moet u de melding vullen als meerdere wezenskenmerken van toepassing zijn?

U doet per constructie of samenstel van constructies één melding, hierbij kunt u meerdere wezenskenmerken selecteren.

6. Hoe kunt u melden?

Vanaf 1 januari 2021 kunt u via een link op de MDR website naar het gegevensportaal. Dit gegevensportaal zal geheel in het Engels zijn. Na inloggen met eHerkenning of DigID (particulier) kunt u kiezen om het webformulier te gebruiken voor een enkele melding, dan wel gebruik te maken van een XML-inleesmogelijkheid om meerdere meldingen tegelijk te uploaden. Dit portaal is de enige officiële weg om te melden. Na het aanmelden wordt gevraagd om een e-mailadres in te vullen. Naar dit e-mailadres worden door de Belastingdienst notificaties gestuurd (zie vraag C.11).

Een constructie op maat (zie vraag A.5) meldt u één keer bij de Belastingdienst. De Belastingdienst geeft u dan een uniek ArrangementID en een uniek DisclosureID dat u opneemt in uw administratie. Indien er meerdere intermediairs betrokken zijn deelt u deze referentienummers met de andere betrokken intermediairs om dubbele meldingen te voorkomen.

Een marktklare constructie (zie vraag A.5) meldt u eerst initieel. Bij deze initiële indiening wordt een uniek ArrangementID en een uniek DisclosureID toegekend door de Belastingdienst. Daarna dient u iedere 3 maanden een periodiek verslag in (update). U maakt daarvoor een nieuwe melding aan. Dit kan zowel via het webformulier als via de XML-inleesmogelijkheid. U vult bij dit periodiek verslag het ArrangementID in dat bij de initiële indiening van uw marktklare constructie door de Belastingdienst is toegekend, de Belastingdienst kent een nieuw DisclosureID toe.

7. Hoe kunt u een enkele melding middels het webformulier doen?

  • Het gegevensportaal leidt u door alle stappen. Waar nodig kunt u gebruik maken van de handleiding voor het webformulier. Deze helpt u bij het invullen van de correcte informatie in de correcte velden.
  • Als u bent ingelogd in het gegevensportaal, wordt u bij de keuze voor het webformulier doorgeleid naar het digitaal invulformulier en kunt u beginnen met het invullen van een melding.
  • Bij gebruik van het webformulier vult u een SenderMessageID in. Dit is een kenmerk dat de Belastingdienst hanteert in geval van communicatie over een set aan meldingen. Daarnaast vult u per melding een SenderArrangementRefID in. Dit is een kenmerk dat de Belastingdienst hanteert in geval van communicatie over de betreffende melding. Voornoemde ID’s zijn voorgedefinieerd maar kunt u indien gewenst aanpassen.
  • U kunt het formulier tussentijds opslaan, u hoeft het dus niet in één keer volledig in te vullen.
  • Als het formulier volledig is ingevuld, kunt u het formulier indienen bij de Belastingdienst.
  • Na het indienen hebt u de mogelijkheid om de ingediende melding te downloaden.
  • Wilt u hierna nog een melding doen, kunt u een nieuw digitaal invulformulier openen en invullen.

8. Hoe kunt u meerdere meldingen tegelijk doen?

  • Als u bent ingelogd in het gegevensportaal, kunt u bij de keuze voor de XML-inleesmogelijkheid het te uploaden XML-bestand selecteren en slepen naar de uploadlocatie.
  • Om dit XML-bestand te genereren hebt u software nodig die voldoet aan de technische specificaties. Zie vraag C.9. 
  • Dit XML-bestand kan uit meerdere ‘Arrangements’ en ‘Disclosures’ bestaan.
  • Er wordt automatisch gecontroleerd of de zich in uw bestand bevindende meldingen voldoen aan de voorgeschreven structuur.
  • Wanneer alle meldingen in het bestand aan de voorgeschreven structuur voldoen, kunnen de meldingen vanuit het portaal bij de Belastingdienst worden ingediend.
  • Na het indienen hebt u de mogelijkheid om de ingediende meldingen te downloaden.

9. Waar vindt u de specificaties voor het doen van meerdere meldingen tegelijk?

In de IT handleiding staan de specificaties voor het samenstellen van een XML-bestand voor het doen van meerdere meldingen tegelijk. De IT handleiding is beschikbaar op odb.belastingdienst.nl, te benaderen via ‘Mandatory Disclosure Rules/DAC6’. U hebt hiervoor een account als softwareontwikkelaar nodig, dit kunt u aanvragen via odb.belastingdienst.nl/aanmelden.

10. Wat moet u doen als u een foutmelding krijgt bij het doen van een melding?

  • Indien u een melding middels het webformulier indient, wordt tijdens het invullen gecontroleerd of de gevraagde velden juist worden ingevuld.
  • Indien u gebruik maakt van de XML-inleesmogelijkheid, wordt, indien minstens één melding niet aan de vereiste structuur voldoet, het hele bestand afgekeurd. De vereisten zijn bekend bij de ontwikkelaar van de software waarmee uw XML-bestand is samengesteld. Na aanpassing van de geconstateerde fouten, kunt u het bestand opnieuw aanbieden.

11. Krijgt u een terugkoppeling van uw melding?

Ja, de Belastingdienst stuurt een notificatie naar het e-mailadres dat de melder heeft opgegeven bij het aanmelden. Dit wordt zowel gedaan indien een melding door middel van het webformulier wordt gedaan, als door middel van een upload van een XML-bestand. De notificatie is een e-mailbericht van de Belastingdienst waarin wordt aangegeven dat een overzicht beschikbaar is op het dashboard in het gegevensportaal. Het dashboard geeft een overzicht van de gedane melding(en) voorzien van een SenderMessageID, SenderArrangementRefID en SenderDislcosureRefID, en de door de Belastingdienst aangemaakte ‘ArrangementID’ en ‘DisclosureID’. Zie voor meer toelichting de handleiding genoemd in het antwoord op vraag C.7. In geval van een afkeuring van een geüpload XML-bestand, zal op het  dashboard zichtbaar zijn op welk punt(en) de afkeuring betrekking heeft. Het dashboard kunt u raadplegen door in te loggen op het gegevensportaal (met hetzelfde DigID of eHerkenning waarmee de melding is gedaan). Het overzicht van de gedane melding(en) op het dashboard is te downloaden als XML-bestand

12. Wat moet u doen als u niet alle gegevens voor de melding in uw bezit hebt?

U dient de velden van de melding in te vullen voor zover deze in uw kennis, bezit of controle zijn. Zie tevens vraag B.5. 

13. Wat gebeurt met de meldingen na ontvangst door de Belastingdienst?

De Belastingdienst ontvangt de meldingen en stuurt deze via het CCN kanaal (Common Communication Network) naar de EU-database. Daar zijn de meldingen zichtbaar voor de belastingautoriteiten van de EU-lidstaten.

De Nederlandse meldingen en de relevante meldingen vanuit de EU-database van andere landen worden door het MDR-team (deels geautomatiseerd) geanalyseerd en geselecteerd voor behandeling. De behandeling van de meldingen wordt deels via de klantbehandelteams uitgevoerd.

14. Kan, als de melding naar de EU-database verzonden wordt, uw melding nog afgekeurd worden en krijgt u daar dan een terugkoppeling van?

In het proces van overbrengen van uw melding naar de EU-database kan alleen een afkeuring volgen indien de melding een marktklare constructie betreft die initieel in een ander land dan Nederland ingediend is en het door u ingevulde ‘arrangement-ID’ niet correct is. Bij afkeuring door de EU-database ontvangt u een notificatie van de Belastingdienst. De afgekeurde melding dient u aan te passen en opnieuw in te dienen. Wanneer de melding door de EU-database goedgekeurd wordt, wordt de status van de melding in het gegevensportaal aangepast. Dit is te zien op het overzicht van uw melding op het dashboard (zie C.11). Hiervan ontvangt u een notificatie.

15. Hoe ziet het gehele proces van de MDR/DAC6-meldingen eruit?

De procesplaat 'MDR/DAC6: van melding tot toezicht' geeft een overzicht van het totale proces.

D. Formeel

1. Hoe dient de administratie met betrekking tot de onderbouwing van het al dan niet meldingsplichtig zijn van een grensoverschrijdende constructie eruit te zien?

In principe is het vormvrij hoe u beoordeelt of een grensoverschrijdende constructie meldingsplichtig is. Desgevraagd zal de intermediair, of in voorkomende gevallen de relevante belastingplichtige, moeten kunnen beargumenteren waarom een grensoverschrijdende constructie waarop de main benefit test van toepassing is, niet is gemeld omdat niet voldaan zou zijn aan de main benefit test.

2. Staat een melding een nieuw feit bij navordering in de weg?

Nee. In artikel 16, lid 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is opgenomen dat de melding onder DAC6 niet wordt gezien als een feit dat de inspecteur bij de vaststelling van de aanslag bekend was of redelijkerwijs had moeten zijn. Daarmee wordt de melding dus geacht niet te zijn betrokken in de analyse van de inspecteur om een primaire aanslag op te leggen. Overigens is van belang te melden dat het feit dat door de Belastingdienst niet (direct) wordt gereageerd op de melding niet betekent dat de constructie of de fiscale behandeling daarvan wordt geaccepteerd.

3. Wat is de boete?

Wanneer aan opzet of grove schuld van de intermediair of de relevante belastingplichtige is te wijten dat niet, niet tijdig, niet volledig of niet juist gemeld wordt is het mogelijk dat een boete van de zesde categorie van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd, met een maximale hoogte van € 870.000 (per 1-1-2020). Het zogenoemde ‘Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst’, waaronder de voorschriften over straftoemeting, is hierbij van toepassing. De boete dient proportioneel te zijn en in verhouding te staan tot de ernst van het vergrijp.

Tevens is het mogelijk dat in ernstige gevallen tot strafrechtelijke vervolging wordt overgegaan.

4. Aan wie wordt de boete opgelegd, de intermediair of de belastingplichtige?

De boete zal worden opgelegd aan degene die niet, niet tijdig, niet volledig of niet juist aan zijn wettelijke verplichtingen omtrent het melden van constructies heeft voldaan. Dit kan zowel de intermediair als de belastingplichtige zijn.

5. Hoe wordt de beveiliging van de uitwisseling van de meldingen met de Europese lidstaten gewaarborgd?

De uitwisseling van de meldingen tussen de Europese lidstaten vindt op automatische basis plaats via het door de Europese Commissie opgezette gemeenschappelijk communicatienetwerk (Common Communication Network). Dit netwerk voorziet in afgesloten, veilige verbindingen voor de uitwisseling van gegevens tussen de lidstaten. De meldingen worden opgeslagen in een centraal gegevensbestand dat beveiligd is en alleen door de Europese Commissie (gedeeltelijk) en de bevoegde autoriteiten van de Europese lidstaten kan worden geraadpleegd.

6.Hoe wordt de privacy en geheimhouding van de meldingen gewaarborgd?

De Europese Commissie is verantwoordelijk voor de verwerking van de meldingen in het centraal gegevensbestand (zie D.5.). Hierbij wordt de bescherming van persoonsgegevens conform Verordening (EU) 2018/1725 geëerbiedigd. De Europese Commissie heeft geen toegang tot identificatiegegevens (persoonsgegevens) uit de meldingen, deze zijn alleen toegankelijk voor de bevoegde autoriteiten van de Europese lidstaten. De meldingen vallen in elke lidstaat onder de bescherming van de nationale wetgeving inzake geheimhouding. In Nederland is op de meldingen de geheimhoudingsplicht van artikel 67 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen van toepassing. Op de verwerking van persoonsgegevens uit de meldingen is de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) van toepassing. Conform de AVG worden persoonsgegevens alleen verzameld en verwerkt met het doel om belastingontwijking in grensoverschrijdende situaties tegen te gaan.

E. Overig

1. Uw vraag staat niet in de kennisdatabank, hoe kunt u uw vraag stellen?

U kunt uw vraag insturen naar de postbus van het MDR-team, via MDR-team@belastingdienst.nl

2. Waarvoor kunt u contact opnemen met de MDR-postbus van de Belastingdienst?

Bij de MDR-postbus van de Belastingdienst kunt u terecht voor vragen over algemene uitleg van de wezenskenmerken, de main benefit test of met andere algemene, inhoudelijke vragen over MDR/DAC6. De postbus kan niet gebruikt worden om de constructie(s) te toetsen aan het MDR-kader of om meldingen te doen.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.