Voorbeelden restant persoonsgebonden aftrek

Voorbeeld 1

In uw aangifte 2018 hebt u uw loon opgegeven van € 3.000. Ook hebt u een aftrek specifieke zorgkosten van € 7.000. U hebt nu een restant persoonsgebonden aftrek van € 4.000 (€ 3.000 - € 7.000).

In uw aangifte 2019 hebt u uw loon opgegeven van € 15.000. Ook geeft u in deze aangifte uw restant persoonsgebonden aftrek van € 4.000. U hebt nu geen restant meer.

Voorbeeld 2

In uw aangifte 2017 hebt u uw loon opgegeven van € 5.000. Ook hebt u aftrek studiekosten van € 14.000. U hebt nu een restant persoonsgebonden aftrek van € 9.000 (€ 5.000- € 14.000).

In uw aangifte 2018 hebt u uw loon opgegeven  van € 4.000. Ook geeft u in deze aangifte uw restant persoonsgebonden aan van € 9.000. Hiervan wordt € 4.000 in mindering gebracht op uw loon. Er blijft nu een restant over van € 5.000.

In uw aangifte 2019 hebt u uw loon opgegeven van € 25.000. Ook geeft u uw restant persoonsgebonden aftrek aan van € 5.000. Er is nu geen restant meer.

Let op!

Zodra u een restant persoonsgebonden aftrek kunt verrekenen, moet u dit doen. U mag niet kiezen wanneer u verrekent.

Voorbeeld 3

In het jaar 2018 hebt u geen inkomen. Maar u hebt wel kosten voor uw studie gemaakt (€ 4.000). Om uw studiekosten te kunnen aftrekken moet u aangifte inkomstenbelasting doen over 2018. In uw aangifte geeft u een aftrek studiekosten aan van € 4.000. U hebt nu een restant persoonsgebonden aftrek van € 4.000.

In 2019 hebt u wel inkomen (€ 15.000). In uw aangifte 2019 geeft u uw inkomen aan van € 15.000 en uw restant persoonsgebonden aftrek van € 4.000. U hebt nu geen restant meer.

Let op!

Als u over 2018 geen aangifte had gedaan, dan had u uw restant persoonsgebonden aftrek niet kunnen aftrekken bij de aangifte over 2019.

 

 

 

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.