Voorbeelden restant persoonsgebonden aftrek

Let op!

In de 3 voorbeelden is geen rekening gehouden met drempels voor aftrekposten.

Voorbeeld 1

In uw aangifte 2020 hebt u uw loon opgegeven van € 3.000. Ook hebt u een aftrek specifieke zorgkosten van € 7.000. U hebt nu een restant persoonsgebonden aftrek van € 4.000 (€ 3.000 - € 7.000).

In uw aangifte 2021 hebt u uw loon opgegeven van € 15.000. Ook geeft u in deze aangifte uw restant persoonsgebonden aftrek van € 4.000. U hebt nu geen restant meer.

Voorbeeld 2

In uw aangifte 2019 hebt u uw loon opgegeven van € 5.000. Ook hebt u aftrek studiekosten van € 14.000. U hebt nu een restant persoonsgebonden aftrek van € 9.000 (€ 5.000 - € 14.000).

In uw aangifte 2020 hebt u uw loon opgegeven van € 4.000. Ook geeft u in deze aangifte uw restant persoonsgebonden aan van € 9.000. Hiervan wordt € 4.000 in mindering gebracht op uw loon. U hebt nu een restant persoonsgebonden aftrek van € 5.000.

In uw aangifte 2021 hebt u uw loon opgegeven van € 25.000. Ook geeft u uw restant persoonsgebonden aftrek aan van € 5.000. U hebt nu geen restant meer.

Let op!

Zodra u een restant persoonsgebonden aftrek kunt verrekenen, moet u dit doen. U mag niet kiezen wanneer u verrekent.

Voorbeeld 3

In 2020 had u geen inkomen. Maar u hebt wel kosten gemaakt voor uw studie. Om uw studiekosten te kunnen aftrekken, moet u aangifte inkomstenbelasting doen over 2020. In uw aangifte geeft u een aftrek studiekosten aan van € 4.000. U hebt dan een restant persoonsgebonden aftrek van € 4.000.

In 2021 had u € 15.000 inkomen. In uw aangifte 2021 geeft u uw inkomen aan van € 15.000 en uw restant persoonsgebonden aftrek van € 4.000. U hebt nu geen restant meer.

Let op!

Als u over 2020 geen aangifte hebt gedaan, dan hebt u uw restant persoonsgebonden aftrek niet kunnen aftrekken bij de aangifte over 2021.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.