Wat is mijn werkelijk rendement?
Met uw werkelijk rendement bedoelen wij de échte inkomsten die u met uw vermogen verdient. Daarbij telt u ook de waarde mee waarmee uw vermogen verandert. Denk aan ontvangen rente op uw spaargeld of dividend op uw aandelen. Of aan de waardestijging van uw aandelen, een 2e woning of crypto’s. Op deze pagina leggen wij uit hoe u het werkelijk rendement berekent.
Wij rekenen met het voordeligste rendement voor u
Box 3 in het kort
Werkelijk rendement: het rendement dat u écht had op uw vermogen
Fictief rendement: het rendement dat wij hebben berekend met vaste percentages
Belasting over uw vermogen: het voordeel uit sparen en beleggen × het belastingtarief in box 3.
Over het rendement op uw vermogen betaalt u belasting in box 3. Tot nu toe werken wij altijd met vaste percentages die dicht bij de werkelijke rendementspercentages liggen. Dat noemen wij het fictief rendement. Maar volgens uitspraken van de Hoge Raad moeten wij uw werkelijk rendement belasten als dit lager is dan het fictief rendement.
Totdat er nieuwe wetgeving voor box 3 (waarschijnlijk per 1 januari 2028) is, rekenen wij met het fictief rendement. Tenzij uw werkelijk rendement lager is (Wet tegenbewijsregeling box 3). U gaat nooit meer belasting betalen dan wij eerder hebben berekend.
Wat valt er precies onder uw werkelijk rendement?
Bij het berekenen van uw werkelijk rendement kijken wij naar alle inkomsten uit uw vermogen en naar alle waardeveranderingen over uw vermogen in 1 kalenderjaar. Met vermogen bedoelen wij uw bezittingen en uw schulden. Bij het werkelijk rendement gaat het om:
- inkomsten die u hebt gekregen
Denk hierbij aan de ontvangen rente op uw spaarrekening. Of ontvangen dividend op uw aandelen. - de waardestijging of waardedaling van uw bezittingen
Denk hierbij aan het bedrag waarmee uw 2e woning meer waard is geworden. Of de waardestijging van uw cryptovaluta of aandelen. Deze inkomsten kunnen ook negatief zijn. Bijvoorbeeld als de waarde van uw crypto's aan het eind van het jaar lager is dan aan het begin. Of als de waarde van uw aandelen lager is geworden. - de bijtelling voor het eigen gebruik van een 2e woning
Hebt u een 2e woning die u zelf gebruikt? Dan tellen wij vanaf 2026 een extra bedrag bij uw werkelijk rendement. Dit noemen wij 'bijtelling eigen gebruik'. De bijtelling berekenen wij zo: wij vermenigvuldigen 5,06% van de WOZ-waarde op 1 januari met het aantal dagen dat u jaarlijks in de woning bent. U moet dus elk jaar bijhouden hoeveel dagen u in uw 2e woning verblijft. Ook als u uw 2e woning deels verhuurt.Voorbeeld
In 2026 bent u 120 dagen in uw vakantiewoning in Zeeland. De WOZ-waarde van uw 2e woning is € 237.000. 5,06% van de WOZ-waarde is € 11.992.
De 'bijtelling eigen gebruik' is dan: € 11.992 x het aantal woondagen per jaar (120/365) = € 3.942.
Wij berekenen het werkelijk rendement over uw totale vermogen
In box 3 hebt u bij het fictief rendement altijd een vrijstelling over een deel van uw vermogen. Dat noemen wij het heffingsvrij vermogen. Bij het werkelijk rendement is er geen vrijstelling. Dat heeft de Hoge Raad bepaald. Wij kijken dus naar het werkelijk rendement over uw totale vermogen zonder rekening te houden met het heffingsvrij vermogen.
Hebt u in 1 jaar op het ene deel van uw vermogen winst en op een ander deel verlies? Dan wordt dit met elkaar verrekend. Is uw totale werkelijk rendement negatief? Dan hebt u geen werkelijk rendement en zetten wij dit op € 0. U mag een negatief rendement in het ene jaar niet met een ander jaar verrekenen.
Voorbeeld
In 2022 hebt u € 1.000 rente ontvangen op uw spaarrekening. De waarde van uw aandelen is met € 300 gedaald. In dat geval is uw werkelijk rendement in 2022 € 700.
Voorbeeld
In 2023 hebt u € 800 rente ontvangen op uw spaarrekening. De waarde van uw crypto's is met € 1.200 gedaald. € 800 − € 1.200 = − € 400. Een negatief bedrag betekent dat u geen werkelijk rendement hebt. Wij zetten uw werkelijk rendement in 2023 daarom op € 0.
Verandert uw vermogen halverwege het jaar?
Bij de berekening van het fictief rendement kijken wij naar uw bezittingen en schulden op 1 januari. Op deze peildatum stellen wij uw vermogen vast. Wat na 1 januari gebeurt, telt niet mee bij het fictief rendement.
Bij het werkelijk rendement kijken wij wél naar veranderingen in uw bezittingen en schulden tijdens het belastingjaar. Hebt u bijvoorbeeld op 15 april 2024 beleggingen gekocht? Dan telt het rendement op deze beleggingen mee bij uw werkelijk rendement over 2024.
Gemaakte kosten mag u niet aftrekken
Bij het opgeven van uw werkelijk rendement mag u gemaakte kosten niet aftrekken. Zo zijn bijvoorbeeld aan- of verkoopkosten van aandelen of onderhoudskosten van uw 2e woning niet aftrekbaar.
Er zijn 2 uitzonderingen:
- Hebt u bijvoorbeeld een investering gedaan in uw 2e woning? En heeft (een deel van) deze investering gezorgd voor een stijging van de WOZ-waarde? Dan mag u dat bedrag aftrekken van uw WOZ-waarde op het einde van het kalenderjaar. U mag deze investering alleen aftrekken als u dit hebt gemeld bij de gemeente.
- Hebt u rente betaald over een schuld in box 3? Dan mag u die rente aftrekken.
Hoe geeft u uw werkelijk rendement door?
Het hangt af van het jaar hoe u het werkelijk rendement doorgeeft.
Vanaf 2025 kunt u uw werkelijk rendement doorgeven in uw aangifte inkomstenbelasting. Hebt u vermogen? Dan vragen wij automatisch of u ook uw werkelijk rendement wilt doorgeven. Als u daarvoor kiest, dan gebruiken we het voordeligste bedrag: het fictief of het werkelijk rendement.
Voor 2024 of eerder gebruikt u het formulier Opgaaf werkelijk rendement. Lees waar u het formulier kunt vinden.
Hoe wordt het werkelijk rendement berekend?
Met uw gegevens berekenen wij het werkelijk rendement voor u. U hoeft dat niet zelf te doen. Ook ziet u meteen of het werkelijk rendement lager is dan het fictief rendement.
Rekenvoorbeelden
Wilt u weten hoe de berekening van het werkelijk rendement werkt? Kijk dan naar onze rekenvoorbeelden voor de meest voorkomende situaties met werkelijk rendement. In de voorbeelden vergelijken we het werkelijk rendement met het fictief rendement.