Wat zijn uw schulden?
Vermeld de schulden die u had op 1 januari van het jaar van aangifte. Van uw schulden is alleen het deel aftrekbaar dat uitkomt boven de drempel. Hebt u het hele jaar een fiscale partner? Dan is de drempel het dubbele bedrag.
Wat geeft u aan in box 3?
U geeft onder andere de volgende schulden aan in box 3:
- schulden voor consumptiedoeleinden, zoals een auto of een vakantie
- negatief saldo op een bankrekening
- schulden voor de financiering van aandelen (behalve aandelen die horen bij een aanmerkelijk belang), obligaties of rechten op periodieke uitkeringen
- rekeningcourantschuld bij uw vennootschap als de schuld hoger is dan € 17.500. U geeft de schuld niet op als de schuld gedurende het hele jaar niet hoger dan € 17.500 is.
- schulden voor de financiering van de tweede woning of andere onroerende zaken
- (hypotheek)schulden die u niet in box 1 mag aftrekken, omdat de schuld niet tot de eigenwoningschuld hoort
- schulden volgens de Wet studiefinanciering (studieschulden), tenzij de studieschuld nog kan worden omgezet in een gift
- bedrag van levenlanglerenkrediet dat u moet terugbetalen
- bedrag van persoonsgebonden budget dat u moet terugbetalen
- erfbelasting
- een schuld ontstaan door een schenking op papier
- bedragen aan toeslagen die u moet terugbetalen
Van deze schulden geeft u de waarde in het economisch verkeer aan. Vermeld alleen de schulden die niet in box 1 of box 2 vallen. Zie ook: Partiële buitenlandse belastingplicht
Wat geeft u niet aan in box 3?
De volgende schulden geeft u niet aan in box 3:
- (hypotheek)schuld voor uw eigen woning die uw hoofdverblijf was (eigenwoningschuld)
- schulden die niet opeisbaar zijn, omdat u de langstlevende echtgenoot bent
- verplichtingen waarvan u de uitgaven als persoonsgebonden aftrek mag aftrekken
Het gaat hier bijvoorbeeld om uitgaven voor onderhoudsverplichtingen en periodieke giften. - (toekomstige) Nederlandse belastingschulden en schulden premie volksverzekeringen (inclusief heffingsrente/belastingrente en invorderingsrente)
Soms geldt voor belastingschulden een uitzondering. - ondernemingsschulden
- vanaf 1 januari 2023: schulden bij overige vorderingen tussen partners én tussen ouders en minderjarige kinderen