Waarover betaalt u belasting?

Op deze pagina:

U krijgt een uitkering uit een lijfrente

Ontvangt u periodieke uitkeringen uit een lijfrente? Dan moet u deze uitkeringen in uw aangifte inkomstenbelasting aangeven bij 'Inkomsten' (Pensioen en andere uitkeringen). Hoeveel belasting u over uw uitkering(en) uiteindelijk betaalt, hangt af van hoeveel premies en stortingen u voor de lijfrente hebt afgetrokken.

  • U hebt alle betaalde premies en stortingen afgetrokken

Hebt u de premies die u hebt betaald of stortingen die u hebt gedaan volledig afgetrokken? Dan worden de uitkeringen die u ontvangt ook volledig belast. In dit geval kunt u de gegevens van uw jaaropgaaf overnemen in uw aangifte inkomstenbelasting.

  • U hebt niet alle premies of stortingen afgetrokken

Hebt u de premies die u hebt betaald of stortingen die u hebt gedaan (gedeeltelijk) niet afgetrokken? Dan betaalt u pas belasting over de uitkeringen als deze in totaal hoger zijn dan het bedrag van de premies of stortingen die u niet hebt afgetrokken.

Rekening houden met niet-afgetrokken premies en stortingen

U kunt uw financiële instelling vragen om rekening te houden met niet-afgetrokken premies en stortingen. Of u houdt hier zelf rekening mee.

U vraagt uw financiële instelling hier rekening mee te houden

U kunt uw verzekeraar, bank, beleggingsonderneming, beheerder van een beleggingsinstelling of instelling voor collectieve belegging in effecten vragen om rekening te houden met premies en stortingen die u niet hebt afgetrokken. Hiervoor vraagt u bij ons een Verklaring niet-afgetrokken premies of bedragen (ook wel saldoverklaring) aan. Als u de verklaring aan uw financiële instelling stuurt, houdt deze bij de berekening van de loonheffing rekening met de premies of stortingen die u niet hebt afgetrokken. In dit geval kunt u de gegevens van uw jaaropgaaf overnemen in uw aangifte inkomstenbelasting.

U houdt er zelf rekening mee

Als u zelf rekening houdt met niet-afgetrokken premies en stortingen, berekent u hoeveel van de uitkering niet belast is. Hiervoor vraagt u bij ons een Verklaring niet-afgetrokken premies of bedragen aan.

Voorbeeld

U betaalt in de jaren 2008 tot en met 2019 jaarlijks € 2.000 premie en trekt deze premies niet af. De uitkering is € 2.200 per jaar en gaat in 2020 in.

In dit geval worden de uitkeringen belast op het moment dat zij hoger worden dan het bedrag van € 24.000 (12 x € 2.000). De uitkeringen worden dan de 1e 10 jaar niet belast, omdat het bedrag van de uitkering dan totaal € 22.000 (10 x € 2.200) is.

Van de uitkeringen in het 11e jaar wordt € 2.000 (€ 24.000 - € 22.000) niet belast. Over de overige € 200 (€ 2.200 - € 2.000) moet u wel belasting betalen. U geeft in het 11e jaar dus € 200 aan in uw aangifte als uitkering uit uw lijfrente.

Vanaf het 12e jaar is de uitkering uit uw lijfrente volledig belast en vult u deze volledig in uw aangiften in.

Maximumbedrag niet-afgetrokken premies en stortingen

Houdt u zelf rekening met niet-afgetrokken premies en stortingen voor een lijfrenteverzekering, -rekening of - beleggingsrecht? Dan moet u daarbij ook rekening houden met een maximumbedrag per jaar. Hoe hoog dit bedrag is, hangt af van het jaar waarin u de premies hebt betaald en wanneer uw lijfrente is afgesloten.

U hebt premies en stortingen in 2009 of eerder niet afgetrokken

Hebt u in 2009 of eerder premies of stortingen (gedeeltelijk) niet afgetrokken? Dan mag u over deze jaren alle niet-afgetrokken premies en stortingen meerekenen. Voor deze premies geldt geen maximumbedrag.

U hebt premies en stortingen in 2010 of later niet afgetrokken

Hebt u vanaf 1 januari 2010 geen of maar gedeeltelijk premies of stortingen afgetrokken? Dan mag u over deze jaren niet meer dan € 2.269 meerekenen aan niet-afgetrokken premies of stortingen per jaar. Dit bedrag geldt voor alle lijfrenteverzekeringen, -rekeningen en -beleggingsrechten samen.

Uitzondering: Uw lijfrente is afgesloten vóór 14 september 1999

Als uw lijfrenteverzekering is afgesloten vóór 14 september 1999, geldt het maximale bedrag van € 2.269 voor iedere lijfrente afzonderlijk. De premie voor die lijfrenteverzekering mag dan na 13 september 1999 niet zijn verhoogd, behalve als dat is gebeurd op grond van een optieclausule.

Voorbeeld 1

U hebt een lijfrenteverzekering die is afgesloten vóór 14 september 1999. Daarnaast hebt u een lijfrenterekening die u hebt geopend in 2009. Voor de lijfrenteverzekering betaalt u jaarlijks € 3.000 aan premie. Op de lijfrenterekening stort u jaarlijks € 4.000. In 2009 en 2010 hebt u de premies en stortingen niet afgetrokken.

Bij het berekenen van de belasting over de uitkeringen wordt dan rekening gehouden met een totaal aan niet-afgetrokken premies en stortingen van € 11.538. Voor 2009 is het bedrag € 7.000 (omdat u voor dat jaar de volledige premies mag meerekenen). Voor 2010 is het bedrag 2 x € 2.269 = € 4.538 (omdat het maximumbedrag in dit geval afzonderlijk geldt voor uw oude lijfrenteverzekering en nieuwe lijfrenterekening).

Voorbeeld 2

U hebt een lijfrenteverzekering die is afgesloten ná 14 september 1999. Daarnaast hebt u een lijfrenterekening die u hebt geopend in 2009. Voor de lijfrenteverzekering betaalt u jaarlijks € 3.000 aan premie. Op de lijfrenterekening stort u jaarlijks € 4.000. In 2009 en 2010 hebt u de premies en stortingen niet afgetrokken.

Bij het berekenen van de belasting over de uitkeringen wordt dan rekening gehouden met een totaal aan niet-afgetrokken premies en stortingen van € 9.269. Voor 2009 is het bedrag € 7.000. Voor 2010 is het bedrag € 2.269 (omdat in dit geval voor beide lijfrenten samen het maximumbedrag geldt).

Bewijs dat u betaalde premies niet hebt afgetrokken

Voor de saldoverklaring moet u zelf aannemelijk kunnen maken dat u premies of stortingen (gedeeltelijk) niet hebt afgetrokken. Wij kunnen u daarbij helpen, omdat wij uw aangiftegegevens hebben vanaf 2006. Als wij de gegevens niet hebben, dan moet u deze zelf aanleveren.

Hebt u in 2005 of eerder premies en stortingen niet afgetrokken? Dan kunt u dit bijvoorbeeld aannemelijk maken met kopieën van uw aangifte en de aanslag over het betreffende jaar.

Verklaring niet-afgetrokken premies of bedragen (saldoverklaring)

Met een 'Verklaring niet-afgetrokken premies of bedragen' laat u uw financiële instelling weten hoeveel van de door u betaalde premies of stortingen u niet hebt afgetrokken van uw inkomen. Zorg er daarom voor dat uw financiële instelling de verklaring heeft vóórdat zij uitkeert.

U vraagt de verklaring aan bij:

Belastingdienst
Afdeling CAP/MIA-IH
Postbus 90121
4800 RA Breda

Bij uw aanvraag moet u het volgende meesturen:

  • uw burgerservicenummer (BSN)
  • een kopie van de polis van uw lijfrenteverzekering of de overeenkomst van uw lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht
    Zijn er aanhangsels en clausules bij de polis of overeenkomst? Stuur daar dan ook een kopie van mee.
  • een overzicht waarin staat:
    • wat u betaalde aan premies of stortingen voor uw lijfrente
    • welke premies of stortingen u hebt afgetrokken én niet hebt afgetrokken

    Het overzicht moet per jaar zijn uitgesplitst voor de jaren waarvoor u de verklaring aanvraagt. Hebt u meerdere polissen of overeenkomsten waarvan u de premies of stortingen niet hebt afgetrokken? Stuur dan per polis of overeenkomst een overzicht mee.
  • bewijsstukken
    U moet aannemelijk maken dat de premies of stortingen niet of gedeeltelijk in aftrek zijn gebracht. Heeft uw verzoek ook betrekking op niet afgetrokken premies in uw aangiften inkomstenbelasting over de jaren vóór 2006? Dan moet u daarvan de bewijsstukken meesturen. Bijvoorbeeld kopieën van uw aangiften en aanslagen over die jaren. Wij hebben namelijk de aangiftegegevens van vóór 2006 niet meer.

    Hebt u premies of stortingen afgetrokken voor lijfrenten terwijl die ook betrekking op de jaren waarvoor u de saldoverklaring aanvraagt? Stuur dan een toelichting met bewijsstukken mee waaruit blijkt dat die premies of stortingen geen betrekking hebben op de lijfrente waarvoor u de saldoverklaring aanvraagt.
  • een begeleidend schrijven waarin u verklaart dat u niet alsnog aftrek vraagt voor de niet-afgetrokken premies of stortingen waarvoor u de saldoverklaring aanvraagt

Als we voor de behandeling van uw aanvraag meer informatie nodig hebben, nemen we contact met u op.

Wanneer krijg ik bericht?

Zodra we alle stukken hebben ontvangen, geven we de saldoverklaring af. Dat duurt maximaal 8 weken.

U koopt uw lijfrente af

Als u een lijfrenteverzekering afkoopt of tegoed opneemt uit een lijfrenterekening of -beleggingsrecht, moet u hierover inkomstenbelasting betalen. Uw financiële instelling houdt loonheffing in op (een deel van) de afkoopsom. Over welk bedrag u belasting betaalt, hangt af van of u de premies en stortingen hebt afgetrokken.

Let op!

Naast de belasting die u betaalt over de afkoopsom, moet u meestal ook revisierente betalen.

U hebt alle premies en stortingen afgetrokken

Als u alle premies en stortingen hebt afgetrokken is de volledige afkoopsom belast. U kunt in uw aangifte inkomstenbelasting de gegevens overnemen van uw jaaropgaaf.

U hebt niet alle premies en stortingen afgetrokken

U betaalt alleen belasting over de afkoopsom min de premies en stortingen die u niet hebt afgetrokken. U moet hierbij rekening houden met het maximumbedrag voor niet-afgetrokken premies en stortingen.

Het deel van de afkoopsom dat niet belast is, hoeft u niet aan te geven in uw aangifte inkomstenbelasting.

Hebt u een Verklaring niet-afgetrokken premies en bedragen naar uw financiële instelling gestuurd? Dan houdt deze al rekening met uw niet-afgetrokken premies en stortingen. U kunt in dat geval de gegevens van uw jaaropgaaf overnemen in uw aangifte.

U koopt een kleine lijfrente af

Valt uw lijfrente onder de regeling afkoop kleine lijfrenten? Dan betaalt u over de afkoopsom alleen belasting en premie volksverzekeringen. U betaalt over deze afkoopsom geen revisierente.

Situaties gelijk aan afkoop van een lijfrente

De volgende situaties behandelen wij alsof u uw lijfrente hebt afgekocht:

  • U hebt een lijfrenteverzekering, -rekening of -beleggingsrecht aan iemand geschonken, verkocht, beleend of verpand.
    'Beleend' betekent dat u een lening hebt opgenomen met de lijfrente als onderpand.
  • U bent niet meer de rekeninghouder van de lijfrenterekening.
  • U hebt het tegoed van de lijfrenterekening gedeblokkeerd.
  • U hebt uw polis zo laten veranderen dat uw lijfrente niet meer aan de voorwaarden voldoet.
  • U hebt de lijfrentetermijnen niet tijdig laten ingaan of de lijfrente niet tijdig omgezet in een andere lijfrente.

Wanneer betaalt u revisierente?

In de volgende situaties hebt u achteraf gezien te weinig belasting betaald en moet u revisierente betalen.

  • U koopt een lijfrenteverzekering af.
  • U neemt het tegoed van een lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht in 1 keer op.

U moet zelf de revisierente berekenen en in uw aangifte inkomstenbelasting aangeven.

Wanneer betaalt u geen revisierente?

U betaalt nooit revisierente over een afkoopsom van een oud-regime-lijfrente. Dit zijn lijfrenten die zijn afgesloten:

  • vóór 16 oktober 1990
    De premie mag daarna niet zijn verhoogd, behalve als dat mogelijk was door een clausule in die polis.
  • op 16 oktober 1990 of later, maar uiterlijk op 31 december 1991, en waarvoor na 31 december 1991 geen premie is betaald (het gaat hier meestal om lijfrenten waarvoor eenmalig een koopsom is betaald).

Let op!

Is uw oud-regime-lijfrente aangepast aan de voorwaarden voor premieaftrek onder de Wet inkomstenbelasting 2001? En koopt u dat deel van de lijfrenteverzekering af? Dan moet u over de afkoopsom van dat deel wél revisierente betalen.

U betaalt ook geen revisierente als u voldoet aan de voorwaarden voor afkoop lijfrente bij arbeidsongeschiktheid, of als uw lijfrente onder de regeling afkoop kleine lijfrenten valt.

Revisierente berekenen

De revisierente die u moet betalen is 20% van de waarde in het economisch verkeer van de lijfrenteverzekering, het tegoed van de lijfrenterekening of het lijfrentebeleggingsrecht. Bij afkoop van een lijfrente is de waarde in het economisch verkeer gelijk aan de afkoopsom.

U kunt het hulpmiddel Revisierente gebruiken om te berekenen hoeveel revisierente u moet betalen.

U koopt uw lijfrente binnen 10 jaar af

Hebt u uw lijfrenteverzekering, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht afgekocht binnen 10 jaar na het afsluiten ervan? Dan kunt u gebruikmaken van de tegenbewijsregeling. Hierbij berekent u de revisierente op een andere manier. Dit kan voordeliger voor u zijn. U mag zelf beslissen of u de revisierente volgens de normale methode berekent of dat u de tegenbewijsregeling gebruikt.

Voorbeeld

U hebt uw lijfrente in 2018 afgekocht. De lijfrente hebt u afgesloten op 1 januari 2010. Omdat uw lijfrente vóór 1 januari 2021 (binnen 10 jaar na het afsluiten van de verzekering) is afgekocht, kunt u gebruikmaken van de tegenbewijsregeling.

Wilt u berekenen hoeveel revisierente u moet betalen als u de tegenbewijsregeling gebruikt? Ook dat kan met het hulpmiddel Revisierente. U ziet dan meteen welke methode voor u voordeliger is. De laagste van de 2 berekeningen geeft u aan in uw aangifte inkomstenbelasting.

Regeling afkoop kleine lijfrenten

Koopt u een lijfrente af en is de afkoopsom die u ontvangt niet meer dan een bepaald bedrag? Dan valt uw lijfrente onder de regeling afkoop kleine lijfrenten.

Dit betekent dat u:

  • over de afkoopsom alleen belasting betaalt
  • geen revisierente betaalt
Tabel afkoop kleine lijfrente

Jaar

Afkoopsom is niet meer dan

2020

€ 4.475

2019

€ 4.404

2018

€ 4.351

Wanneer is de regeling afkoop kleine lijfrenten niet van toepassing?

Soms is de afkoopsom op uw jaaropgaaf gelijk aan of lager dan het bedrag in de tabel, maar is de regeling afkoop kleine lijfrenten niet van toepassing. Dit is zo in de volgende 3 situaties:

  • Bij dezelfde verzekeraar liepen op het moment van afkoop nog 1 of meer lijfrenteverzekeringen. Voor de beoordeling of de regeling afkoop kleine lijfrenten van toepassing is, moet u de waarde van die andere lijfrenteverzekeringen bij uw afkoopsom optellen. U telt alleen de waarde van de andere lijfrenteverzekeringen mee waarvan de uitkeringen nog niet waren ingegaan. De regeling afkoop kleine lijfrenten is niet van toepassing als de totale waarde van de lijfrenteverzekeringen meer is dan het bedrag uit de tabel. Dit geldt ook voor een lijfrenterekening en een lijfrentebeleggingsrecht.
  • Uw lijfrente was al ingegaan en u had al eerder een uitkering ontvangen van uw financiële instelling.
  • Het bedrag op uw jaaropgaaf is gelijk aan of lager dan het bedrag in de tabel, maar de afkoopsom zelf was meer dan dit bedrag omdat de financiële instelling voor de loonheffing de afkoopsom heeft verminderd met de premies en stortingen die u niet hebt afgetrokken.

Afkoop lijfrente bij arbeidsongeschiktheid

Bent u (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt? Dan kunt u uw lijfrenteverzekering, -rekening of -beleggingsrecht (gedeeltelijk) afkopen zonder dat u daarover revisierente betaalt. 

De voorwaarden voor de afkoop van een lijfrente bij arbeidsongeschiktheid, zonder dat u revisierente betaalt, zijn:

  • U hebt de AOW-leeftijd nog niet bereikt op het moment van afkoop.
  • Het bedrag dat u uit de lijfrente opneemt, mag in 2020 niet hoger zijn dan € 41.791. In 2019 was dat € 41.132 en in 2018 € 40.644.
    Of een hoger bedrag, maar niet hoger dan uw gemiddelde inkomen van de voorgaande twee jaren, waarbij u maximaal met een inkomen van € 110.111 in 2019 en € 107.593 in 2018 rekening mag houden. Is het afkoopbedrag hoger dan het hoogste van 1 van deze bedragen? Dan bent u revisierente verschuldigd over het meerdere. Het meerdere geeft u aan als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen.
  • U moet een verklaring hebben van een arts waaruit blijkt dat u de komende 12 maanden niet in staat bent uw hoofdberoep of hoofdwerkzaamheid volledig uit te oefenen.
    Onder 'hoofdberoep of hoofdwerkzaamheid' verstaan we het beroep of de werkzaamheid waarmee u ten minste 70% verdient van uw totale inkomen. Als u deze verklaring naar de verzekeraar of bank opstuurt vóórdat u de afkoopsom ontvangt, kan de verzekeraar of bank daarmee rekening houden bij de inhouding van de loonheffingen.
  • Of u kunt aannemelijk maken dat u een periodieke uitkering wegens arbeidsongeschiktheid krijgt of binnenkort gaat ontvangen. Het maakt hierbij niet uit of u deze uitkering krijgt van een uitkeringsinstantie of van een verzekeraar. U moet dit aangeven bij de financiële instelling waar uw lijfrente loopt.

De afkoop geeft u in uw aangifte inkomstenbelasting aan bij lijfrente-uitkering of afkoopsom.

Let op!

Hebt u vanaf 2015 uw lijfrente afgekocht omdat u arbeidsongeschikt bent geraakt? En lag het afkoopbedrag boven het maximale afkoopbedrag? Dan hebt u misschien over het gehele afkoopbedrag revisierente betaald. U kan dan een verzoek indienen voor het verlagen van de revisierente. U hoeft namelijk alleen over het meerdere boven het maximale bedrag revisierente te betalen. Als u van ons al een definitieve aanslag hebt ontvangen over het betreffende jaar. Doet u dan een verzoek om ambtshalve vermindering. Dat kan tot 5 jaar na het jaar van afkoop. Als uw aanslag nog niet vaststaat kunt u een vernieuwde aangifte indienen over het betreffende jaar.

Wat als u premies terugkrijgt die u eerder hebt afgetrokken?

Dan moet u deze premies en stortingen in uw aangifte inkomstenbelasting opgeven als inkomen.

Let op!

Er is alleen sprake van teruggekregen premies als u de lijfrente binnen 30 dagen na het sluiten van de overeenkomst ongedaan hebt gemaakt. Maakt u de overeenkomst na 30 dagen ongedaan? Dan koopt u de lijfrente af en bent u wel revisierente verschuldigd.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.