Belastingtarieven

Uw pensioen, AOW-uitkering of andere uitkering of loon hoort tot uw belastbare inkomen uit werk en woning (box 1). Over dit inkomen betaalt u belasting via een oplopend tarief met 4 schijven. U gaat naar verhouding meer belasting betalen als uw inkomen hoger wordt. Over het belastbaar inkomen uit werk en woning moet u in de eerste 2 schijven ook premie volksverzekeringen betalen. Dit zijn de premies voor de AOW (Algemene Ouderdomswet), de Anw (Algemene nabestaandenwet) en de Wlz (Wet langdurige zorg).

Het tarief dat u moet betalen, hangt daarnaast af van uw leeftijd. In het jaar dat u de AOW-leeftijd bereikt, wordt het belastingtarief in de 1e 2 schijven aangepast. De maand waarin u de AOW-leeftijd bereikt, bepaalt de hoogte van het belastingtarief. De percentages voor de inkomstenbelasting en de premies Anw en Wlz blijven hetzelfde. Het percentage van de AOW-premie in de 1e 2 schijven gaat omlaag. Bij de berekening van uw aanslag inkomstenbelasting passen wij dit aangepaste tarief toe. Wij passen dit aangepaste tarief toe over uw totale inkomen in dit jaar.

Voorbeeld

U bereikt de AOW-leeftijd in april 2015. U hebt in 2015 € 14.000 loon ontvangen. U ontvangt aan AOW en pensioenuitkering samen € 18.000. In totaal is uw inkomen uit werk en woning € 32.000. U betaalt dan over de eerste € 19.822 23,07% belasting en over € 12.178 (€ 32.000 min € 19.822) 28,57% belasting.

Als u in 2015 jonger dan de AOW-leeftijd bent, dan moet u over € 19.822 36,5% belasting betalen, en over € 12.178 42% .

Let op!

In het jaar nadat u de AOW-leeftijd hebt bereikt, betaalt u helemaal geen AOW-premie meer. Hierdoor betaalt u over uw inkomsten in de 1e 2 schijven alleen inkomstenbelasting en premies Anw en Wlz.

Zie ook

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.