Inschatting van het gebruik

Hebt u goederen of diensten gekocht die u voor zowel belaste als vrijgestelde omzet gebruikt? Dan moet u onderscheid maken tussen investeringsgoederen en de overige goederen en de diensten die u aanschaft.

Investeringsgoederen zijn onroerende zaken en goederen waarop u afschrijft voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Gelden deze belastingen niet voor u? Dan gaat het erom of u de goederen zou kunnen afschrijven als dat wel zo zou zijn.

Inschatting gebruik niet-investeringsgoederen en diensten

Voor de niet-investeringsgoederen en de diensten schat u op het moment van aanschaf in voor welk gedeelte u deze gaat gebruiken voor belaste en vrijgestelde omzet. U doet dit op basis van uw omzetcijfers van het aangiftetijdvak waarin de btw aan u in rekening is gebracht. Verkoopt u in dat tijdvak goederen die u in uw bedrijf hebt gebruikt? Dan laat u die opbrengst buiten beschouwing. In het tijdvak waarin u de aanschaf doet, trekt u voor het belaste deel de btw af als voorbelasting.

Voorbeeld

U hebt belaste en vrijgestelde omzet. U laat uw bedrijfspand schilderen voor € 12.100, inclusief € 2.100 btw. In het tijdvak waarin u btw-aangifte doet, is de belaste omzet (exclusief btw) 2/3 van de totale omzet (exclusief btw). U mag dan 2/3e deel van de btw van het schilderwerk (€ 2.100) aftrekken als voorbelasting: dit is € 1.400.

Splitsing op basis van werkelijk gebruik

Is het werkelijk gebruik van niet-investeringsgoederen en diensten als geheel genomen een betere verdeelsleutel van de voorbelasting dan de omzetverhoudingen? Dan moet u de btw splitsen op basis van het werkelijke gebruik. Denkt u dat dit voor u geldt? Neem dan contact op met uw belastingkantoor.

Let op!

De aftrek van de aanschaf-btw hebt u gedaan op basis van gegevens van het aangiftetijdvak waarin de btw aan u in rekening is gebracht. Mogelijk moet u die aftrek later herzien, als blijkt dat uw inschatting niet meer klopt. Hoe u dat doet, leest u bij Herziening aftrek bij niet-investeringsgoederen en diensten.

Inschatting gebruik investeringsgoederen

Voor investeringsgoederen (bijvoorbeeld een bedrijfspand, een auto, of een computer) gelden voor de btw-aftrek dezelfde regels als voor niet-investeringsgoederen. Er is echter 1 belangrijk verschil. Bij investeringsgoederen bepaalt u voor ieder goed afzonderlijk of u de btw moet splitsen op basis van het werkelijk gebruik of op basis van de omzetverhoudingen. Dit in tegenstelling tot de niet-investeringsgoederen en diensten. Daarbij splitst u alleen op basis van het werkelijk gebruik als dit gebruik voor die goederen en diensten als geheel genomen een betere verdeelsleutel van de voorbelasting is dan de omzetverhoudingen.

Let op!

De btw-aftrek over de aanschaf hebt u gedaan op basis van gegevens van het aangiftetijdvak waarin de btw aan u in rekening is gebracht. Mogelijk moet u die aftrek later herzien. Hoe u dat doet, leest u bij Herziening aftrek bij investeringsgoederen.

 

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.