Rekenvoorbeeld onroerende goederen

U hebt een administratiekantoor en u bent ook verzekeringsagent. U koopt een nieuw pand dat u gebruikt voor beide werkzaamheden. Uw werk als boekhouder is belast, maar uw werk als verzekeringsagent is vrijgesteld.

Aftrekbare btw

U betaalt voor het pand € 400.000, exclusief € 84.000 btw. Uw omzet in het jaar waarin u het pand in gebruik hebt genomen is 75% belast (exclusief btw) en 25% vrijgesteld. U hebt daarom in dat jaar 75% van de btw in aftrek gebracht (€ 63.000).

Herziening later jaar

In het 4e jaar dat u het pand gebruikt, is uw omzet € 1.000.000, waarvan € 850.000 (exclusief btw) als boekhouder en € 150.000 als verzekeringsagent. U hebt het pand dus voor 85% gebruikt voor belaste omzet. Dit is een andere verhouding dan uw inschatting in het jaar van ingebruikname. In plaats van 75% had u in dit jaar 85% van de btw mogen aftrekken. Het bedrag dat u nu alsnog mag aftrekken, berekent u als volgt:

  1. Bepaal het verschil in belast gebruik tussen het jaar van ingebruikname (75%, percentage 1) en het 4e jaar (85%, percentage 2). Het verschil hiertussen is 10% (percentage 3). Dit is meer dan 10% van percentage 1. U moet dus herzien.
  2. Neem 1/10e deel van de btw die aan u in rekening is gebracht: € 8.400.
  3. Vermenigvuldig € 8.400 met percentage 3: 10% = € 840.
  4. Trek in uw laatste btw-aangifte € 840 extra af als voorbelasting.

 

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.