Overige vorderingen, zoals uitgeleend geld en contant geld

'Overige vorderingen' zijn vorderingen die u nergens anders in uw aangifte hebt aangegeven. Dat kan geld zijn dat u hebt uitgeleend, bijvoorbeeld een schenking op papier.

Hebt u niet-opeisbare vordering uit een erfenis? Lees dan onder aan deze pagina wat u daarmee moet doen.

Hebt u een schenking op papier gekregen?

Dan moet u het bedrag van de schenking aangeven als vordering. De schenker heeft u namelijk een bedrag geschonken, maar betaalt dit niet meteen uit en daardoor hebt u een vordering op de schenker.

Contant geld

Hebt u contant geld in huis of bijvoorbeeld cadeaubonnen? Dan moet u uw contante geld en de waarde van uw cadeaubonnen opgeven als die boven de vrijstelling uitkomen.

Vrijstelling contant geld

In deze tabel ziet u per jaar welk bedrag is vrijgesteld. Hebt u het hele jaar een fiscale partner of kiest u daarvoor? Dan is de vrijstelling voor contant geld het dubbele.

Jaar

Vrijstelling zonder fiscale partner

Vrijstelling met fiscale partner

2017

€ 522

€ 1.044

2016

€ 520

€ 1.040

2015

€ 517

€ 1.034

Hebt u meer contant geld dan de vrijstelling? Dan hoeft u in uw aangifte alleen het bedrag dat boven de vrijstelling uitkomt aan te geven.

Voorbeeld 1: Zonder fiscale partner

U hebt € 655 aan contant geld in huis. U hebt geen fiscale partner. De vrijstelling die in 2016 voor u geldt, is € 522. De berekening is als volgt: € 655 - € 522 = € 133. U hebt dus € 133 meer dan de vrijstelling die in 2016 geldt. Dit bedrag moet u in uw aangifte inkomstenbelasting aangeven.

Voorbeeld 2: Met fiscale partner

U en uw partner hebben samen € 800 aan contant geld in huis. De vrijstelling die in 2016 voor u geldt, is € 1.044. Omdat u niet meer hebt dan de vrijstelling, hoeft u uw contante geld niet aan te geven in uw aangifte.

Bij 'Overige vorderingen en contant geld' horen niet:

  • spaartegoeden, obligaties en dergelijke
  • (toekomstige) belastingvorderingen en vorderingen premie volksverzekeringen
  • lopende (rente)termijnen met een looptijd van 1 jaar of korter

Niet-opeisbare vorderingen uit een erfenis

Is 1 van uw ouders overleden? En waren zij getrouwd? Dan kunt u een niet-opeisbare vordering op de overgebleven ouder hebben gekregen. Of u hebt het bloot eigendom gekregen van een bezitting waarvan de overgebleven ouder het vruchtgebruik heeft. U hoeft deze bezittingen niet aan te geven in box 3. Als u een niet-opeisbare vordering hebt op de overgebleven ouder, dan heeft de overgebleven ouder een schuld aan u. De overgebleven ouder kan deze schuld niet aangeven in box 3. De overgebleven ouder houdt ook geen rekening met het bloot eigendom, maar moet de volle waarde van de bezitting aangeven.

Let op!

Het maakt niet uit of het om een ouder of stiefouder gaat.

Is 1 van uw ouders overleden en waren uw ouders niet getrouwd? Dan gelden voor deze vrijstelling extra voorwaarden. Uw ouders moeten dan:

  • op hetzelfde adres zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen
    Woonden uw ouders eerder samen, maar stonden zij in het jaar van aangifte niet het hele jaar ingeschreven op hetzelfde adres? Dan geldt deze regeling ook als het samenwonen is beëindigd door een opname in een verpleeghuis of een kliniek.
  • via de notaris voor elkaar een zorgplicht hebben geregeld
    Zij moeten dit ten minste de laatste 6 maanden vóór het overlijden hebben gedaan.
    Dit laatste hoeft niet als uw ouders al minstens 5 kalenderjaren op hetzelfde adres zijn ingeschreven.

Andere vorderingen op basis van een erfenis geeft u in box 3 aan als 'Bezittingen'.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.