U krijgt meer dan 1 uitkering

Ontvangt u meer dan 1 uitkering? Bijvoorbeeld een pensioen of een lijfrente-uitkering en een AOW-uitkering? Dan ontvangt u uitkeringen van verschillende instanties. Elke instantie houdt belasting in op het bedrag dat zij aan u uitbetaalt. Hierbij houden zij misschien allemaal rekening met de loonheffingskorting. Dan betaalt u waarschijnlijk te weinig belasting. Na afloop van het jaar moet u dan aangifte voor de inkomstenbelasting doen en belasting bijbetalen.

Laat daarom maar 1 uitkeringsinstantie rekening houden met de loonheffingskorting. U kunt het beste de instantie die de hoogste uitkering uitbetaalt, rekening laten houden met de loonheffingskorting. Laat de andere instanties dan wel weten dat zij geen loonheffingskorting moeten toepassen. Dit kan met de Opgaaf gegevens voor de loonheffingen.

Waarom moet u soms toch belasting bijbetalen?

Ook als u maar 1 uitkeringsinstantie rekening laat houden met de loonheffingskorting, betaalt u via de loonheffing soms toch te weinig belasting. Dat komt omdat ons belastingstelsel een oplopend tarief heeft met 4 schijven. Daardoor betaalt u meer belasting als uw inkomen hoger is. Een uitkeringsinstantie houdt alleen belasting in over het bedrag dat zij aan u uitkeert. Zij doet dat volgens het tarief dat geldt voor dat bedrag. Maar het is mogelijk dat het totale jaarinkomen van uw AOW en andere uitkeringen zo hoog is dat u volgens een hoger tarief belasting zou moeten betalen. In dat geval moet u belasting bijbetalen. U moet dan aangifte doen.

Voorbeeld

Op uw AOW van € 9.000 houdt de SVB geen belasting in. Op uw lijfrente-uitkering van € 12.500 wordt door de uitkerende instantie € 2.500 ingehouden, en op uw aanvullend pensioen van € 12.000 wordt € 2.000 ingehouden. Bij de berekening van uw aanslag inkomstenbelasting tellen wij alle inkomens bij elkaar. Dit is € 33.500. Daarna rekenen wij de belasting uit, en trekken de heffingskortingen hiervan af. Over het bedrag van € 33.500 moet u € 5.000 belasting betalen. Dit is € 7.000 belasting min € 2.000 heffingskorting. Er was al € 4.500 ingehouden op uw uitkeringen. U moet dus nog € 500 bijbetalen.

Let op!

Vanaf de maand waarin u de AOW-leeftijd bereikt, houdt de uitkerende instantie of de werkgever geen AOW-premie meer in. In het jaar dat u de AOW-leeftijd bereikt, gebruiken wij bij de berekening van uw aanslag inkomstenbelasting een aangepast belastingtarief. De maand waarin u de AOW-leeftijd bereikt, bepaalt de hoogte van het belastingtarief. Wij passen dit aangepaste tarief toe over het totale inkomen in dit jaar.

Zie ook

 

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.