Voorwaarden fiscale eenheid

U vormt voor de btw een fiscale eenheid als de ondernemingen in financieel, organisatorisch en economisch opzicht met elkaar verweven zijn. Ook moeten de ondernemingen zelfstandige ondernemingen zijn en in Nederland gevestigd zijn.

Financiële verwevenheid

Ondernemingen zijn financieel verweven als meer dan 50% van de aandelen van elk van de ondernemingen, direct of indirect, in dezelfde handen is.

Let op!

Bij stichtingen is alleen sprake van financiële verwevenheid als de financiële positie van de ene stichting rechtstreeks afhankelijk is van de andere stichting. Of als de financiële handelingen van de ene stichting rechtstreeks van invloed zijn op de andere stichting.

Organisatorische verwevenheid

Ondernemingen zijn organisatorisch met elkaar verweven als zij onder 1 overkoepelende leiding staan die als eenheid functioneert. De leiding per onderneming moet hieraan ondergeschikt zijn.

Voorbeeld

3 ondernemingen binnen een fiscale eenheid hebben een eigen bestuur. 1 van deze besturen treedt als commissaris op in de andere ondernemingen en heeft daarom een bepalende invloed op het beleid.

Economische verwevenheid

Ondernemingen zijn economisch met elkaar verweven in de volgende 2 gevallen:

  • De ondernemingen hebben in hoofdzaak hetzelfde economische doel. Bijvoorbeeld als zij een gemeenschappelijke klantenkring hebben.
  • De ene onderneming oefent voor meer dan 50% aanvullende activiteiten uit voor de andere onderneming. Bijvoorbeeld als een werkmaatschappij haar producten afzet via een verkoopmaatschappij.

Zelfstandige ondernemingen

De ondernemingen moeten zelfstandige ondernemers zijn voor de btw. U kunt met iedere rechtsvorm een fiscale eenheid vormen. Wel moet de eenheid gevormd worden met minstens 1 bv, cv, stichting of vereniging. Een fiscale eenheid tussen alleen natuurlijke personen (eenmanszaak, maatschap, vof of man/vrouw-firma) is niet mogelijk.

Gevestigd in Nederland

De ondernemingen van de fiscale eenheid moeten gevestigd zijn in Nederland. Een buitenlandse onderneming die geen vaste inrichting in Nederland heeft, kan geen onderdeel uitmaken van een fiscale eenheid omzetbelasting. Hierop zijn 2 uitzonderingen:

  • Een in het buitenland gevestigde onderneming die wél een vaste inrichting in Nederland heeft, kan met het buitenlandse moederbedrijf onderdeel worden van een fiscale eenheid. De vaste inrichting moet dan onderdeel uitmaken van de fiscale eenheid. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw belastingkantoor.
  • Een in Nederland gevestigde dochtermaatschappij van een buitenlandse moedermaatschappij kan onderdeel uitmaken van een fiscale eenheid met andere Nederlandse ondernemingen. Dit geldt ook als de verwevenheid van deze dochtermaatschappij loopt via de moedermaatschappij, die zelf geen deel kan uitmaken van de fiscale eenheid.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.