Geen of een kleine eigenwoningschuld ('Wet Hillen')

Betaalt u geen of weinig rente omdat u geen of een kleine eigenwoningschuld hebt? Dan is uw eigenwoningforfait meestal hoger dan de aftrekbare kosten voor uw eigen woning. U hebt dan recht op een aftrek omdat u geen of een kleine eigenwoningschuld hebt. Dit wordt ook wel de Wet Hillen genoemd.

Vanaf 1 januari 2019 wordt de aftrek voor de kleine woningschuld over 30 jaar afgebouwd. Het percentage neemt ieder jaar af met 3,33%. Vanaf 1 januari 2048 vervalt de aftrek helemaal. Dit betekent dat u in 2021 90% en in 2022 nog maar 86,67% van het verschil tussen uw eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten voor uw eigen woning als aftrek krijgt.

U hebt mogelijk geen recht op de aftrek als u:

Hoe werkt de aftrek?

De aftrek is meestal gelijk aan het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten zoals de rente. Dit wordt verrekend bij uw aangifte, zodat u per saldo geen belasting over het eigenwoningforfait van de eigen woning betaalt.

Voorbeeld 2018

In 2018 moet u voor uw eigen woning € 1.200 eigenwoningforfait aangeven. Aan rente en aftrekbare kosten hebt u € 1.000 betaald. Per saldo is uw eigenwoningforfait dan € 200. U krijgt dan een aftrek vanwege geen of een kleine eigenwoningschuld van € 200.

Voorbeeld 2022

In 2022 moet u voor uw eigen woning € 1.200 eigenwoningforfait aangeven. Aan rente en aftrekbare kosten hebt u € 1.000 betaald. Per saldo is uw eigenwoningforfait dan € 200. Uw aftrek voor geen of een kleine eigenwoningschuld is € 174 (= € 200 x 86,67%). Dat betekent dat we het verschil van € 26 bij uw 'inkomen uit werk en woning' optellen.

Let op!

Hebt u meer dan 1 eigen woning? Dan worden voor de toepassing van de regeling ‘geen of een kleine eigenwoningschuld’ de inkomsten en uitgaven van alle woningen samen bekeken.

Minder aftrek bij hoog inkomen

Is uw inkomen uit werk en woning in 2022 hoger dan € 69.398 (in 2021: hoger dan € 68.507)? Dan kunt u te maken krijgen met een samenloop van de regeling ‘geen of een kleine eigenwoningschuld’ en de tariefsaanpassing voor de aftrek eigen woning in de hoogste belastingschijf. Dat kan betekenen dat u minder aftrek hebt.

Voorbeeld

In 2022 moet u voor uw eigen woning € 4.000 eigenwoningforfait aangeven. Aan rente en aftrekbare kosten hebt u € 3.500 betaald. Per saldo is uw eigen woningforfait € 500.

Uw aftrek voor geen of een kleine eigenwoningschuld is: € 500 x 86,67% = € 434. Dat betekent dat we het verschil van € 66 bij uw 'inkomen uit werk en woning' optellen.

U hebt een inkomen van € 67.000. Uw totale inkomen uit werk en woning is dan: € 67.000 + € 66 = € 67.066.

Om te bepalen of u tegen de tariefsaanpassing eigen woning aan loopt, moet u de volgende berekening maken:

  • Uw belastbaar inkomen uit werk en woning; € 67.066
  • Plus de afgetrokken rente en kosten eigen woning; € 3.500
  • Min het drempelbedrag van de hoogste schijf; € 69.398

De berekening is dus: € 67.066 + € 3.500 - € 69.398 = € 1.168.

De tariefsaanpassing vindt plaats over € 1.168. De aftrek over € 1.168 gaat tegen 40% in plaats van 49,50%.

Javascript staat uit in deze internetbrowser. U moet Javascript activeren om onze internetsite te zien.